Tijdreis door het blokfluitrepertoire

Lucie Horsch zet de MuziekHaven in Zaandam in lichterlaaie

 

Gehoord: 8 juli, 17.00 uur, 2020, MuziekHaven, Zaandam

 

Door Wenneke Savenije

Zoals alle musici zaten ze de afgelopen maanden gedwongen thuis in de pastorie van het oudkatholieke schuilkerkje de MuziekHaven in Zaandam, waar nog altijd een keer per week de mis wordt opgediend. Daarom bedachten violist Matthieu Bellen en zijn vioolspelende vrouw Maria Milstein – sinds tien weken de gelukkige ouders van zoon Jacob! – dat het aardig zou zijn om deze gewijde plek, die ze met hulp van sponsoren aankochten bij wijze van studio en toevluchtsoord voor repeterende musici, in te zetten voor kleine concertjes voor een ‘corona-proof’ publiek van zo’n 35 man.  Ze stuurden talloze musici een mailtje met de vraag of ze in Zaandam wilden komen optreden. Daar kwamen meteen enthousiaste reacties op, zodat er in no time een mooie concertserie ontstond, met topmusici als Lucie Horsch, Hannes Minnaar, Quirine Viersen, de zusjes Milstein, Nicolas van Poucke en Liza Ferschtman, die zich afspeelt van 8 juli tot en met 29 augustus. Deze concerten worden ook live gestreamd, maar om dat thuis te kunnen bekijken moet er wel een kaartje worden gekocht. Terecht, want ook musici moeten rond zien te komen, en nu al helemaal.  Zie verder https://www.muziekhaven.com

 

Pure geestdrift

 

Lucie Horsch (21), aan wie onlangs de Nederlandse Muziekprijs werd uitgereikt, beet afgelopen woensdag het spits af en deed dat met zoveel geestdrift dat het oude kerkje akoestisch begon te zinderen, met als resultaat een fascinerend samenspel tussen de jonge blokfluitiste met haar grote en kleine fluiten, het resonerende houten constructiemateriaal van de charmante 17de -eeuwse schuurkerk en het keurig op anderhalve meter afstand van elkaar zittende publiek. Het werd in alle opzichten een feest, want wie maandenlang niet live naar een concert heeft kunnen luisteren, voelt de klanken zijn huid binnen kruipen en zijn oren tintelen, zeker wanneer Lucie Horsch ze produceert. Want voor haar staat muziek maken gelijk aan het overbrengen van de schoonheid en het plezier die ze zelf al musicerend ervaart. Het gaat ‘podiumdier’ Horsch – die al talloze prijzen won (‘Een concours is voor mij een concert met de jury als publiek’), voor haar Vivaldi-cd op haar 16e een Edison kreeg en zich maar blijft ontwikkelen met de kracht van een omhoogvallende superster- niet om status of ambitie, maar louter en alleen om de muziek zélf, waar ze zich al haar hele leven met tomeloze energie op stort. Vandaar dat ze naast haar blokfluit carrière ook nog tijd heeft voor een pianostudie bij Jan Wijn, met als bijvak zang. Lucie Horsch houdt gewoon zielsveel van muziek en dat is aan iedere noot die ze speelt onmiddellijk te horen.

Moest ze de Nederlandse Muziekprijs op 7 juni jl. nog in ontvangst nemen van Minister Van Engelshoven zonder publiek in het Amsterdamse Muziekgebouw, in Zaandam trof ze weer mensen van vlees en bloed aan om haar muzikale enthousiasme mee te delen en dat deed haar zichtbaar en hoorbaar enorm veel plezier. ‘Metamorfose – Een tijdreis door het blokfluitrepertoire’, had ze haar veelzijdige programma gedoopt, waarin de blokfluit in allerlei hoedanigheden en muzikale stijlperiodes de revue passeert. Horsch legde uit aan het publiek hoe de blokfluit in Jacob van Eycks Preludium ‘Derde Doen Daphne d’Over’ in een boom verandert en bij Debussy’s Syrinx in een rietstengel. Ze vertelde hoe er een aap rondspringt in Isang Yuns ‘The Actor with the Monkey’ uit zijn Chinese Pictures, waarvan ze ook ‘The Visitor of the Idyll’ speelde. Ook ging ze in op de internationale oriëntatie van Bach, die in zijn Partita BWV 1013 een Duitse, Italiaanse, Franse en Engelse dans verwerkte. Ze verklaarde het idee achter Louis Andriessens ‘Sweet for recorder’, waarin de bespeler van de van origine als ‘lieflijk’ beschouwde blokfluit gaandeweg knettergek wordt en zette daarbij haar vader Gregor Horsch, cellist van het Koninklijk Concertgebouworkest, aan het werk om die waanzin met murmelend en knetterend elektronisch gepruttel te ondersteunen. Enz.

 

Maar meer nog dan in woorden maakte ze op al haar meegebrachte fluiten, die ze in alle maten en stijlen spontaan, goudeerlijk en briljant bespeelde, volkomen duidelijk waarom ze onlangs in NRC Handelsblad verklaarde: ‘Taal is een vorm van muziek, niet omgekeerd.’ Voor Lucie Horsch is muziek een fascinerende taal, waarin je veel meer kwijt van dan in woorden. Sterker nog, je kan er álles in kwijt – je gevoelens, je intelligentie, je nieuwsgierigheid, je liefde, je humor, je gevoel voor stijl en schoonheid, en zelfs je woede, ongeduld of irritatie – zonder dat je uit de bocht hoeft te vliegen of mensen kwetst. Mits je maar hard genoeg gestudeerd hebt om alle noten formeel gesproken zo perfect en uitgebalanceerd mogelijk over het voetlicht te brengen. En mits je je maar tot in de details verdiept hebt in Hotteterre en Van Eyck tot aan Andriessen en Isang Yun. Want dat is voor Horsch een vanzelfsprekende voorwaarde en een kwestie van respect voor het werk van de componist, van wie ze alles wil weten en begrijpen. Maar het ‘inkleuren’ met betekenis van al die noten die in verleden en heden zijn opgetekend, is uiteindelijk aan de uitvoerende musicus. En dat is het bijzondere aan het spontane en bezielde fluitspel van Horsch: ze vertelt met alle stukken die ze speelt óók haar eigen verhaal in klanken en doet dat met een verpletterende overtuigingskracht.

 

Info:

 

https://luciehorsch.nl

 

https://www.muziekhaven.com

 

Volgende concert MuziekHaven: 12 juni, Peter Gijsbertsen & HansEijsacker brengen Schuberts Winterreise, om 13.30 en 16.30 uur.

 

 

Epiloog:

 

Lucie Horsch: ‘Competitiestrijd om subsidies is dodelijk voor onze creativiteit’

Bij de uitreiking van de Nederlandse Muziekprijs sprak Lucie Horsch op 7 juni j.l. de volgende gedenkwaardige woorden:

 

Graag wil ik iedereen heel erg bedanken die het mogelijk heeft gemaakt dat ik hier vandaag (zondag, red.) de Nederlandse Muziekprijs in ontvangst mag nemen. Niet alleen alle mensen die mij tijdens de jaren van mijn traject hebben geholpen en zoveel inspiratie en motivatie hebben gegeven, maar ook iedereen die me van jongs af aan al heeft gesteund in mijn muzikale ontwikkeling. Bovendien ben ik alle mensen dankbaar die de laatste weken achter de schermen keihard hebben gewerkt om dit concert mogelijk te maken. Er waren momenten van grote onzekerheid en ik heb veel bewondering voor de toewijding en het geduld van iedereen die hieraan heeft bijgedragen.

De afgelopen twee jaar heb ik binnen het traject van de Nederlandse Muziekprijs de middelen gekregen om concrete stappen te kunnen zetten om ideeën waar ik al lange tijd in mijn achterhoofd mee bezig was naar de realiteit te vertalen. Ik ben van plan om deze ontwikkeling vanaf nu zelf voort te zetten. Het uitreiken van deze prijs zie ik als een teken van vertrouwen om mezelf als musicus altijd verder te blijven ontwikkelen en daarbij mijn eigen visie te volgen.

Maar ik moet eerlijk zeggen dat het wel gek voelt om hier te staan. Het voelt onwerkelijk om in deze tijd, waarin de culturele wereld wankelt, een muziekprijs in ontvangst te mogen nemen. Ik realiseer me dat ik me in een bevoorrechte positie bevind om hier een podium te krijgen en een kans om mijn stem te laten horen in een tijd waarin veel musici het gevoel hebben dat ze niet worden gehoord.

Stem

Het liefste zou ik me tijdens dit concert alleen bezighouden met muziek maken. En ik denk dat ik voor alle musici spreek als ik zeg dat we onze stem het liefst via de muziek laten horen. Toch blijkt vaak dat zelfs een uitvoering van grote artistieke kwaliteit niet genoeg is, om ook de politiek ervan te overtuigen dat kunst van essentieel belang is. Ensembles in heel Nederland worden namelijk afgemeten aan lijstjes met specifieke kwalificaties die bepalen of zij recht hebben op financiële ondersteuning. Met de beperkende eisen die er gesteld worden, zijn musici vaak gedwongen om hun eigen creatieve persoonlijkheid te verloochenen, om maar te mogen blijven meedraaien. Hierdoor dreigt de culturele wereld uit te monden in een ongezonde competitiestrijd, terwijl kunst juist helemaal niets met competitie te maken heeft.

Met name de eis van diversiteit blijkt doorslaggevend bij het besluit over het toekennen van de subsidies die bepalend zijn voor het voortbestaan van ensembles. Zodra diversiteit of originaliteit echter een doel op zich wordt, is het gevolg juist een heel eenzijdig cultureel leven. Wanneer er alleen nog maar ‘hippe’, ‘originele’ of diverse kunst mag bestaan, dan is het resultaat uiteindelijk juist niet die diversiteit waar zo krampachtig naar wordt gestreefd.

Pas wanneer alle uiteenlopende manieren waarop musici hun creativiteit gebruiken een even groot bestaansrecht krijgen, kan er écht sprake zijn van een divers cultureel landschap. Bovendien is streven naar originaliteit op zich geen zinvol uitgangspunt, aangezien alle nieuwe dingen die ontstaan, onvermijdelijk en onlosmakelijk verbonden zijn met ons verleden. In plaats van originaliteit, zou daarom authenticiteit een beter streven zijn.

Contrast

Het valt me vaak op hoe schrijnend het contrast is tussen de bewondering van het publiek voor de prestaties die er op het podium worden geleverd, en de voortdurende angst voor het eigen voortbestaan die ondertussen achter de schermen bij alle ensembles speelt. Zo is het voor mij onbegrijpelijk dat terwijl de repetities voor dit project in volle gang waren, het schokkende bericht bekend werd gemaakt dat het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam ondanks een positieve beoordeling voor hun subsidieaanvragen een negatief advies hebben gekregen van de Raad voor Cultuur.

Wanneer er op zulk hoog niveau kunst wordt aangeboden, mag je ook verwachten dat daar waarde aan wordt gehecht. En niet alleen door de trouwe concertbezoekers, maar juist ook van bovenaf door de overheid, als teken van waardering voor de kwaliteit die er al jarenlang keer op keer wordt geleverd.

Voor de culturele sector moeten er dus veel meer subsidies beschikbaar worden gesteld dan nu het geval is. Deze subsidies zijn namelijk onontbeerlijk voor het creatief voortbestaan van ensembles. Met subsidies krijgen zij de vrijheid om zich te kunnen blijven richten op waar zij in uitblinken en waarin zij zich onderscheiden, zonder dat een verdienmodel het uitgangspunt hoeft te zijn.

Noodoplossingen

Ik wil nog één laatste opmerking maken, voor we weer teruggaan tot de muziek, waar we hier natuurlijk eigenlijk voor zijn. De stilte van de afgelopen drie maanden heeft me doen realiseren dat de communicatie met een publiek en het gevoel van een live-uitvoering niet vervangen kunnen worden door een livestream of een video-opname. Dit zijn slechts inferieure noodoplossingen. Ik hoop dan ook van harte dat het bijwonen van bijzondere concerten en voorstellingen op den duur óók door de overheid als even essentieel zal worden beschouwd als volle vliegtuigen en een biertje drinken op een terras.

Lucie Horsch

 

 

Steun De Nieuwe Muze. Lees ons, volg ons, like ons of neem een abonnement!

You May Also Like

Fonkelende Brahms in de

Toewijding, Onbaatzuchtigheid & Integriteit

Lucas & Arthur Jussen slechtten de anderhalve meter in Het Concertgebouw

Bach zet de toon op eerste post-quarantaine concert in het Concertgebouw