Aidan Mikdad (19) maakt als jongste kandidaat veel indruk op Elisabethwedstrijd voor piano

 

De halve finale van de Elisabethwedstrijd zit erop en de zes finalisten verblijven inmiddels ‘in isolatie’ in de Muziekkapel Koningin Elisabeth om hun finaleprogramma voor te bereiden. In een week tijd moeten ze ook een nieuw verplicht werk instuderen: ‘D’un jardin féérique’ van de Franse componist Bruno Mantovani, tevens directeur van het Conservatorium van Parijs. Van de 58 deelnemers uit 16 verschillende landen hebben uiteindelijk drie Russen (Vitaly Starikov, Sergei Redkin en Dmitry Sin), twee Japanners (Tomoki Sakata en Keigo Mukawa) en een Fransman (Jonathan Fournel) de finale gehaald, die van 24- 29 mei live te volgen is op Klara, Canvas via het kanaal van Ketnet, VRT NU en/of  – zowel live als met terugwerkende kracht- via  https://koninginelisabethwedstrijd.be/nl/wedstrijden-details-multimedia/activiteiten/piano-2021/

Op de site van het Elisabeth Concours zijn ook alle voorrondes en de halve finale terug te kijken en dat levert een enigszins grimmig beeld op van dappere jonge deelnemers die met een mondkapje op wat onwennig het concertpodium van Flagey in Brussel oplopen en buigen voor een verspreid in de lege zaal zittende gemondkapte jury ( voorzitter Gilles Ledure, Jean-Philippe Collard, Nelson Goerner, Ralf Gothóni, François-Frédéric Guy, Daejin Kim, Momo Kodama, Paul Lewis, Aleksandar Madzar, Jean-Claude Vanden Eynden, Elisso Virsaladze, Alexei Volodin en Shai Wosner), waarvan je alleen de ogen kunt zien. Eenmaal gezeten achter de vleugel mogen de kandidaten als enige hun mondkapje afdoen om niet in ademnood te raken. In die kille, surrealistische omstandigheden zonder de bemoedigende aanwezigheid van het spontaan reagerende publiek, worden de kandidaten geacht briljant te spelen, wetend dat elke noot die ze op de vleugel aanslaan, iedere beweging die ze maken en alle uitdrukkingen op hun gezicht haarscherp en genadeloos in geluid en beeld worden gebracht voor de kijkers thuis. Ga er maar aan staan.

Van juryvoorzitter Gilles Ledure hadden alle 58 deelnemers uit de eerste ronde door gemogen naar de finale, zó hoog lag het niveau van de deelnemers: ‘Er is blijkbaar een enorme evolutie aan de gang in de lesmethode en de inzet van al die jonge pianisten. Dat heeft niet alleen te maken met technische capaciteiten, maar ook met inzicht en aanvoelen.’ Zelf heb ik me geconcentreerd op de halve finale, waarin de kandidaten een Mozart-concert en een solorecital moesten spelen, dat door de jury werd verkozen uit twee ingediende recitalprogramma’s, waarbij ook het verplichte werk Nocturne van Pierre Jodlowksi op het programma moest staan. Dat leidde tot een grote variatie aan recitals op hoog niveau, zodat ik me voor het vergelijken van de 12 kandidaten met name richt op hun uitvoeringen van verschillende Pianoconcerten van Mozart (keuze uit nr. 15 in Bes KV 450, nr. 17 in G KV 453, nr. 18 in Bes KV 456, nr. 23 in A KV 488 en nr. 27 in Bes KV 595) met het Orchestre National de Chambre de Wallonie o.l.v. invoelende chefdirigent Frank Braley, die als pianist zelf in 1991 aan het concours meedeed, waarna hij in 2013 en 2016 terugkeerde als jurylid.

Met gepast chauvinisme heb ik extra geconcentreerd geluisterd naar het in alle opzichten bewonderenswaardige optreden van ‘onze’ Aidan Mikdad, de jongste deelnemer in de halve finale. Alleen de Nederlandse pianisten Rian de Waal (zevende prijs in 1983) en Hannes Minnaar (derde prijs in 2010) gingen hem voor als halvefinalist. En wat mij betreft had ook Mikdad door gemogen naar de finale, want zijn geconcentreerde en ingetogen spel was volwassen, virtuoos, kleurrijk, uitgebalanceerd, intens en bij vlagen ontroerend expressief. Om met het solorecital te beginnen: van Jodlowsky’s ‘plichtwerk’ gaf hij een structureel glasheldere lezing, waarbij hij de akkoorden heel mooi liet uitklinken, markante fortes afwisselde met transparante ‘mysterioso’ pianissimo’s,  afgewisseld met virtuoze snelle passages en soms doorbroken door genadeloze ‘klappen’ vol dreigend raffinement. Mikdad heeft van kinds af aan zoveel grote pianisten zien optreden in de tijdens de pandemie helaas ter ziele gegane Serie Meesterpianisten van Marco Riaskoff, dat hij al dan niet bewust waargenomen moet hebben dat de grootste musici zich vaak het minst bewegen. Hij zit dus ogenschijnlijk onaangedaan achter de vleugel, maar zijn gezicht straalt intensiteit en toewijding uit. Mogelijk heeft de jury zich door die schijnbaar ascetische houding een beetje laten misleiden, want wie veel beweegt maakt als vanzelf een bevlogen indruk, tenzij het al te uitbundig of zelfs amuzikaal oogt.

Mikdad vervolgde in diepe concentratie met de Sonate-fantasie nr. 2 in gis op. 19 van Skryabin, die hij uiteenzette in romantische golfbewegingen. Misschien af en toe nog ietsje te hoekig, maar wel met een rijk kleurenpalet en glashelder stemmenweefsel, met goed gedoseerde dynamische contrasten en een ontwapenende, bijna schuchtere expressie in de lyrische passages, gevolgd door ‘sturmische bewegte’ turbulentie in het Presto. Daarna excelleerde Mikdad in de stunt van de halve finale: Skryabins Nocturne por la main gauche seul, die hij zo waardig en ‘ontspannen’ wist uit te voeren, dat er minimaal twee handen met bijbehorende stemmen opklonken, afwisselend orkestraal en sonoor of  lyrisch en poëtisch. Een megaprestatie die hem normaal gesproken zeker het gejoel van het publiek zou hebben opgeleverd. Maar nu moest Mikdad na een beschaafd applausje van de jury, gewoon door met Liszts Après une lecture du Dante, en dat deed hij met de ingetogen flair en expressieve overgave van een ras-verhalenverteller, die zijn ego volledig ‘oplost’ in de kunst van het precieus overbrengen van de heftige klaagzangen uit de hel, zoals  Liszt die heeft verklankt. Het resultaat was dankzij Mikdads gedetailleerde fraseringen, meeslepende spanningsbogen en genuanceerde klankvorming indrukwekkend, al had het misschien nog wat vrijer gekund.

Ook in zijn goudeerlijke en pure benadering van Mozart, waarvan hij het Pianoconcert nr. 17 in G KV 453 had gekozen, slaagde Mikdad er met name in het openingsdeel nog net niet helemaal in om mee te veren met de schoonheid van Mozarts muziek en volkomen vrij te musiceren. Omdat Mikdad een hekel heeft aan opsmuk en valse sentimenten, kreeg het Allegro daardoor soms iets ogenschijnlijk ‘mechanisch’, maar tegelijkertijd maakten zijn gezichtsuitdrukkingen duidelijk dat er eerder sprake was van het diep doorleefde verlangen naar volmaakte schoonheid dan van verstijving of gebrek aan gevoelens en fantasie. Bij nogmaals beluisteren trof juist die soberheid en ernst. Mikdads diepzinnige bedoelingen kwamen echter beter uit de verf in het schitterende middendeel, waarin hij heen en weer bewoog tussen goed gedoseerde dramatiek in de laagte en engelachtige lyriek in de hoogte.  Eenmaal naar binnen gezogen in Mikdads authentieke belevingswereld, werd ook het afsluitende Allegretto een feest van integere muzikaliteit, waarbij Braley en het orkest de jonge pianist bijna naadloos wisten te volgen in zijn verheven bedoelingen met Mozart. Mikdad, die al veel prijzen op zijn naam heeft staan, mag dan in Brussel wel niet de finale hebben gehaald, hij heeft zoveel talent en potentie dat hij wat mij betreft wel door had gemogen naar de finale. Nu kan hij het wellicht over vier jaar nog eens proberen, temeer daar hij zich dan weer gedragen kan voelen door het publiek. Belangrijk om te beseffen is ook dat de West-Europeanen onder de kandidaten – waaronder Mikdad, de Franse Jonathan Fournel en de Letse Daumants Liepins – in tegenstelling tot o.a. hun Russische  collega’s vanwege de strenge coronaregels tijdens de pandemie, maandenlang geen concerten hebben kunnen geven waardoor ze bij voorbaat in het nadeel waren, terwijl de concertpraktijk in Oost-Europa, en dan met name in Rusland, gewoon doorgingen!

Van de zes pianisten die wel door zijn naar de finale, sprong de Rus Sergei Redkin er wat mij betreft het meeste uit. Met zijn sensitieve, zangerige, parelende, spirituele, lieflijke en soms demonische pianospel wist hij Mozart werkelijk vervoerend over het voetlicht te brengen. Zijn landgenoot Vitaly Starikov klonk wat schoolser in zijn  fraseringen en aardser in zijn soms boerse articulaties, maar de Rus Dimitry Sin gaf in Mozart juist weer blijk van een subtieler toucher, een speelse visie en een architecturale geest.

Van de twee Japanners was Keigo Mukawa verreweg de meest muzikale, die Mozart uiteenzette in elegante lyrische lijnen en daarbij magie bedreef met een heel oprechte en gevoelige toonvorming. Hij was hoorbaar door Mozarts muziek betoverd en wist te betoveren.  Tomoki Sakata daarentegen verwarde in een poging tot een ‘authentieke’ interpretatie van Mozart de vleugel teveel met een klavecimbel, door met name in de hoekdelen alles staccato aan te zetten, wat op mij een tamelijk infantiele indruk maakte, al was hij in het Andante een stuk overtuigender, net als naar het schijnt in de voorrondes en zijn recital.

De Fransman Jonathan Fournel wist zijn eigen verwondering over de schoonheid van Mozarts muziek goed over te brengen in een zangerig parlando, met sierlijk parelende loopjes en een verfijnd toucher. Dat een concours hoe dan ook een loterij blijft waarbij je om allerlei redenen geluk of pech kunt hebben, is hoorbaar als je luistert naar het boeiende, vloeiende en expansieve Mozart-spel van de Let Daumants Liepins, die helaas net als Mikdad buiten de boot viel. Niet per se terecht, hoe zuiver de Elisabethwedstrijd ook met de puntentelling omgaat. Maar gelukkig vallen alle optredens nog lang op de site van de Elisabethwedstrijd te beluisteren en herbeluisteren

Wenneke Savenije

https://koninginelisabethwedstrijd.be/nl/home/

 

You May Also Like

De Vrije Beethoven spreekt tot de ziel

Severin von Eckardstein, Quirine Viersen en Also Baerten aan elkaar gewaagd

Griekse dirigente Stamatia Karampini schrijft meeslepende debuutroman

Jonathan Fournel: terechte winnaar Elisabethwedstrijd 2021