Altvioolfeest ter ere van de 80ste verjaardag van Nobuko Imai

 

 

Gehoord: 19/3, Kleine Zaal, Het Concertgebouw, Amsterdam

Door Wenneke Savenije

 

Het was feest in de Kleine Zaal van Het Concertgebouw afgelopen zondagmiddag, en wat voor een feest! Op het podium en in de zaal wemelde het van de altvioolstudenten en altviolisten, want met het programma Viola Fest werd de 80e verjaardag van origine Japanse altvioliste Nobuko Imai gevierd, die wereldfaam geniet als onvermoeibaar voorvechtster van het instrument waarop ze tijdens haar vioolstudie in Tokyo verliefd raakte: de altviool. Imai was meteen verkocht toen ze zelf de eerste warme klanken uit het instrument tevoorschijn toverde: ‘Ik begon met altviool toen ik 15 was – een normale leeftijd op de Toho School omdat daar iedereen altviool moest spelen als tweede studie-instrument naast de viool. Ik voelde me altijd aangetrokken tot de altviool vanwege het rijke timbre. Het bespelen ervan voelde zoveel natuurlijker, het was echt een bevrijdende ervaring.’

 

 

 

 

Vanaf dat moment zou Imai zich ontwikkelen tot een altvioliste van wereldfaam. Ze won verschillende concoursen, trad als kamermuziekspeler over de hele wereld op met musici als Martha Argerich, Kyung-Wha Chung, Heinz Hölliger, Mischa Maisky, Midori, Murray Perahia, Gidon Kremer, Yo Yo Ma, Itzhak Perlman, András Schiff, Isaac Stern en Pinchas Zukerman, soleerde bij orkesten als het Concertgebouworkest, Wiener Symphoniker, London Symphony Orhestra, Chicago Symphony Orchestra en Boston Symphony Orchestra. Ze werd altvioliste van het Vermeer Quartet en richtte zelf het Michaelangelo Quartet op. Voor jonge musici uit Nederland en Japan richtte ze de East West Baroque Academy op. Ze nam meer dan 30 cd’s op voor labels als BIS, Chandos, DG, EMI, Hyperion en Philips en gaf compositieopdrachten aan hedendaagse componisten als Toru Takemitsu. Ze riep altvioolconcoursen, congressen en society’s in het leven, verzorgde nieuwe edities van originele werken en transcripties voor de altviool, en won vele awards. Maar misschien wel haar belangrijkste bijdrage aan de kunst van het altvioolspelen is haar nog steeds voortdurende leraarschap – ‘Lesgeven verveelt me nooit! – aan de conservatoria van Detmold, Amsterdam, Sion, Genève en Madrid.

 

 

 

 

Geen wonder dat de voorzitster van de International Viola Society bijna in haar verhaal over Imai stikte, toen ze alle verdiensten van de altvioliste probeerde op te sommen voor ze haar de Gouden Altviool Award op spelde. De 80-jarige Imai, opmerkelijk jong van gezicht maar frêle van postuur, stond er lachend bij en maakte al snel een wegwuivend gebaar van ‘Toe maar, we geloven het allemaal wel.’ Toen ze zelf even het woord nam om de bedanken voor de altvioolbroche, grapte ze: ‘Ik ben heel blij dat hier iemand is die zich meer van mijn leven kan herinneren dan ikzelf.’ Waarna ze al snel weer overging tot wat voor haar de orde van iedere dag is: altvioolspelen tot ze erbij neervalt. Imai: ‘Het moment dat ik mijn altviool laat vallen, is het moment waarop ik doodga.’ En dat is deze levendige Grande Dame van de Altviool overduidelijk nog lang niet van plan, want er valt nog zoveel te spelen en te doceren. Aan de vele studenten en professionele altviolisten die op haar feestje waren afgekomen, viel goed af te lezen hoezeer Imai nog midden in het altvioolleven staat en alom enorm veel waardering geniet. Ook haar altvioolspel is nog altijd van een ferme en soliede schoonheid, zo bleek tijdens haar ingetogen maar bewogen uitvoering van Schumanns Märchenbilder.

 

 

 

 

Imai groeide op in Japan, waar ze op haar zesde viool begon te spelen. Toen ze tien was kwam ze terecht bij een leraar die voortkwam uit de Russische school. ‘Hij gebruikte Leopold Auers (leraar van Jascha Heifetz) systeem van toonladders, dat heel streng is, en ik studeerde eindeloos veel dubbelgrepen in tertsen, sexten en octaven. Ik deed twee toonladders per week, en ik denk dat ik daar ongeveer een uur per dag mee bezig was. Eigenlijk was dat het beste wat ik ooit gedaan heb. Het is geen ingewikkeld systeem, maar het betekent dat de eerste en derde positie met elkaar in harmonie zijn, en dat blijft voor altijd bij je.’

Naast de gebruikelijke etudes van Dont, Mazas, Kreutzer en Rode studeerde Imai het virtuoze repertoire: Wieniawski, Sarasate en Ysaÿe. ‘Ik speelde ook werken van Prokofiev en Glazunov, maar waarschijnlijk heb ik in dit stadium te weinig serieuze werken geleerd en uitgevoerd. Toen ik 15 was ging ik naar de Toho School in Tokio, waar ik vioolles kreeg van Toshiya Eto, die les had gegeven aan het Curtis lnstitute voordat hij terugkwam naar Japan. Hij gaf echt les in de traditie van Efrem Zimbalist, waarbij hij zich concentreerde op klankproductie. Ik leerde een resonerende klank te maken zonder te veel met de stok op de snaren te drukken. Dit betekende onvermijdelijk de eerste zes maanden open snaren! Eto opende mijn oor voor het creëren van kleuren op de viool en in dit stadium begon ik echt van muziek te genieten.’

 

 

 

 

En toen kwam de altviool op haar pad: ‘Het punt was dat ik al vrij snel geïrriteerd raakte door die vioolroutine. Lange tijd was het gewoon om te doen wat iedereen om me heen deed, en te studeren wat al mijn kameraden studeerden. Maar op een gegeven moment kreeg ik echt het verlangen om musicus te worden en ik denk dat dit verband hield met mijn oplaaiende belangstelling voor de altviool. Ik geloof wel dat het essentieel is om de solide technische basis te hebben die ik op de viool had verworven, voordat je aan altviool begint te denken. In feite merkte ik dat mijn vingers, toen ik op altviool overstapte, zich automatisch aanpasten aan de grotere afstanden tussen je vingers. Natuurlijk moet je wat toonladders doen, maar het voelde al snel natuurlijk aan. Het is vooral de streek die aangepast moet worden. Strijken op een viool is lichter, maar voor de altviool heb je een ontspannen arm en de trekkracht van de zwaartekracht nodig om een goed geluid uit het instrument te krijgen. Er zit dus veel geconcentreerde energie in de strijkarm, waardoor de klank zich kan voortplanten. Een ander groot verschillen is de articulatie aan het begin van een noot. De altviool heeft echt een ritmische impuls nodig aan het begin van de noot, zoals een harde medeklinker in de spraak. Vibrato op de altviool heeft meer kracht nodig, met bijna een armvibrato op de lagere snaren, hoewel het op de D en A meer lijkt op vioolvibrato en veel sneller kan.’

 

 

 

 

Nog in Tokyo begon Imai haar kamermuziekstudie bij Hideo Saito, een leerling van Emanuel Feuermann. ‘Saito legde uit hoe de strijkstok expressief kan werken. Hij was een fantastische mentor en ik had een geweldige tijd toen ik onder zijn leiding de strijkkwartetten van Bartók en Debussy mocht studeren.’ Wat later vertrok Imai naar New York om haar altvioolstudie voort te zetten aan de Juilliard School en Yale University. ‘In die tijd werd Walter Trampler een cruciale figuur voor mij, omdat hij me mijn muzikale individualiteit liet ontdekken. In Japan moest je precies doen wat de leraar vroeg, maar Tramplers stijl van lesgeven was juist gericht op het vinden van je eigen ‘stem’. Dat was enorm stimulerend. Ik deed ook een zomercursus bij Bruno Giuranna en leerde veel van het kijken naar zijn manier van strijken – hoe hij energie op de juiste manier gebruikte om een echte diepe klank te krijgen.’

 

 

 

 

Na haar vioolstudie stelde de technische routine op de altviool in de ogen van Imai eigenlijk niet meer zoveel voor.  ‘Alles wat je nodig hebt zit in de voor altviool bewerkte Cello Suites van Bach. Ik speelde wel Campagnoli Etudes, maar alleen omdat ik mee wilde doen aan het Altvioolconcours in Genève. De Reger Suites en Paganini Caprices zijn zeker moeilijk genoeg op de altviool! Wat het moeilijkste is om te leren heb ik pas na verloop van tijd ontdekt: het ontwikkelen van een eigen voorstellingsvermogen voor klank. Het is een subtiele mix van en aanpassing aan strijksnelheid en druk, gekoppeld aan de juiste snelheid van het vibrato. Op altviool moet je je eigen weg vinden, en omdat elke altviool anders is qua grootte en zwaarte moet je individuele aanpassingen maken. Wat je ook doet, het gaat erom dat de altviool klinkt als een menselijke stem.’

 

 

 

 

En zo zongen 15 Detmold graduates van Imai, begeleid door Martijn Willers op piano, uit volle borst op hun altviool in Händels Arrival of the Queen of Sheba, een duidelijke verwijzing naar Imai en aar bijzondere krachten. Meteen werd hoorbaar hoe veelzijdig de altviool is, die in orkestformatie gemakkelijk behalve haar eigen ‘stem’ ook de viool en cellostemmen voor rekening neemt. Er volgde een speech door oud-leerling en dirigent Sven Arne Tepple die het hele programma aan elkaar praatte. Na een ingetogen deel uit de voor altviool bewerkte Derde Sonata voor viool solo van Bach door Veit Hertenstein uit Genève, speelden twee graduates van de Kronberg Academy de Passacaglia voor viool en cello van Händel/Halvorsen in een arrangement van de legendarische altviolist Leonid Tertis. Drie energiek leerlingen uit Genève speelden met flair het aanvankelijk voor twee hobo’s en fagot geschreven Trio in C, op. 87 van Beethoven, opnieuw bewerkt door Tertis.

 

 

 

 

Na de pauze volgde een verrassing: samen met de violiste Mihaela Martin en cellist Frans Helmerson, bekende topleraren van de Kronberg Academie waarmee Imai ook in het Michaelangelo Quartet zit, speelde de jarige fris en energiek het openingsdeel uit Schuberts Strijktrio D 471.  Takahiro Konoe, leerling van het Amsterdams Conservatorium, maakte samen met pianist Nikola Meeuwsen indruk met een poëtische vertolking van Takemitsu’s A Bird Came down the Walk, waarna Timothy Ridout, de onbetwiste altvioolster onder de oud-leerlingen van Imai, de show stal met zijn meeslepende vertolking van een paar delen uit de Altviool Sonate op. 120 nr. 1 van Brahms. Daarna stroomde het podium vol met 24 altviolisten – waaronder Imai – en drie cellisten om de middag feestelijk af te sluiten met een onweerstaanbare uitvoering van een deel uit Bachs Brandenburgse Concert nr. 3 in G, met de boodschap: Lang leve Imai, Lang leve de Altviool!

 

Wenneke Savenije

 

Timothy Ridout

You May Also Like

De bijzondere passie van de Zwitsers-Nederlands componist Frank Martin

Op het Rachmaninoff-Pletnev Festival in De Doelen draait alles om klankschoonheid

Jonathan Fournel speelt meesterlijk in divers repertoire in Muziekgebouw Eindhoven

Prokofiev geeft violist Spacek en pianist Choni vleugels in Edesche Concertzaal