Andsnes en Hamelin: fenomenaal spel van gelegenheidsduo

 

Gehoord: Muziekgebouw aan het IJ, Amsterdam, 28 mei 2022

Door Willem Boone

Bij veel pianoduo’s gaat het of om broers, zussen of echtgenoten, in sommige gevallen om bevriende pianisten die incidenteel samen spelen. In het geval van de gezusters Labeque is de dubbelpianistiek toe te schrijven aan jarenlange ervaring die ervoor gezorgd heeft dat de een bijna als vanzelf aanvoelt wat de ander van plan is. Dat verklaart het hoge niveau dat voor gelegenheidsduo’s vrijwel onbereikbaar lijkt.  Maar als je zoals gisteravond twee bekende pianisten hoort, Leif Ove Andsnes en Marc-André Hamelin, die slechts af en toe gezamenlijk optreden en daarbij verrassend eensgezind klinken, dan kan het toch niet alleen een kwestie van jarenlange studie en telepathie zijn. Bij genoemd optreden in het Muziekgebouw aan het IJ werd al snel duidelijk dat deze twee pianisten, hoewel onderling verschillend, aan elkaar gewaagd zijn. Het interessante was dat je desondanks twee verschillende musici hoorde: Andsnes stond voor een felle aanpak, terwijl Hamelin tijdens de eerste helft van het programma als de ‘moderator’ op leek te treden: hij zorgde met subtieler spel voor een stevig fundament. In een interview op YouTube vertelt Hamelin dat geregeld samen optreden zorgt voor een veilig gevoel dat met ieder nieuw concert sterker wordt. Het is moeilijk voor te stellen, want deze twee musici zullen bij hun eerste repetities vijf à zeven jaar geleden ongetwijfeld al zo goed gespeeld hebben dat je je afvraagt wat ‘er nog beter kon’.

 

Het recitalprogramma begon met Hallelujah Junction van John Adams, wat mij betreft niet de meest gelukkige keuze om als eerste stuk te spelen. Het gaat hier om minimal music met steeds herhalende motieven. De componist zei over deze compositie voor twee piano’s dat de combinatie hem intrigeerde ‘omdat er de mogelijkheid is om vergelijkbaar of zelfs identiek materiaal met een zeer kleine vertraging (nogmaals) te laten spelen waarmee je een geplande resonantie creëert. De briljante aanslagen en rijke tien-vinger akkoorden van de vleugels suggereren mogelijkheden om een extatisch, rinkelend continuüm te construeren.’ In die opzet is de componist inderdaad geslaagd, maar de obsederende herhalingen deden soms denken aan Canto ostinato van Simeon ten Holt, eveneens muziek waarvoor je in de stemming moet zijn en waar niet iedereen met aandacht naar kan blijven luisteren. Aan het eind groeide de muziek uit tot een imposant, bijna orkestraal volume, maar echt mooi wilde het niet worden. Je hoorde aan de reacties van het publiek een gevoel van ‘opluchting’ dat de opgebouwde spanning eruit kon: ‘Zo, dat hebben we gehad.’ Over de uitvoering kon in elk geval door het nauw sluitende samenspel geen onduidelijkheid bestaan.

 

 

Het volgende programma-onderdeel, 6 Studien in kanonischer Form opus 56 van Schumann, zou als eerste stuk bepaald voor een serener begin gezorgd hebben, maar misschien was het wel een bewuste keuze van beide musici om het publiek direct op scherp te zetten. De stukken van Schumann, in de bewerking van Debussy, hadden het effect van ‘verlossing’: ontroerend in hun eenvoud vormen ze een passende hommage aan de muziek van Bach. In alle zes de kanons had Andsnes de melodie, wat hij prachtig deed. Hamelin gaf hem op bijna onopvallende wijze repliek door motieven te herhalen, bassen en harmonieën te spelen. Als je hem zo rustig aan zijn piano zag zitten, zou je niet direct zeggen dat hij een van de grootste technici van deze tijd is voor wie geen zee te hoog gaat. Bij En blanc et noir van Debussy zijn beide partijen even ‘moeillijk’ en imponeerden de pianisten opnieuw met onwrikbaar samenspel, dat bovendien uitblonk in helderheid.  Er was nergens sprake van impressionistisch vertoon door pedaaleffecten.

Het pièce de résistance hadden beide pianisten bewaard voor na de pauze, Strawinsky’s eigen bewerking voor twee piano’s van Le sacre du printemps. Hiervan bestaan nogal wat bewerkingen, eveneens van Strawinsky’s hand: het meest bekend is de versie voor piano vierhandig. In een van de muziekfilms van Christopher Nupen gewijd aan pianist Vladimir Ashkenazy komt een fascinerend fragment voor waarin hij samen met Barenboim deze versie repeteert, beiden nog zeer jong en zoals je dat zo treffend in het Engels zegt “beating the hell out of the piano”. Dan is er nog een versie van de componist voor piano solo die de Nederlandse pianist Ralph van Raat regelmatig uitvoert. Over de gisteravond uitgevoerde versie voor twee piano’s vertelt Andsnes in een interview op YouTube dat deze uiteraard niet kan wedijveren met de originele orkestversie. Het gaat volgens hem om het geraamte dat echter wel de structuren duidelijk neerlegt en dat niet in rauwheid voor het origineel onderdoet. Die wordt misschien zelfs nog benadrukt met een percussief instrument als de piano. Het was fascinerend om te zien hoe een stuk dat meer dan honderd jaar geleden een schandaal in de muziekwereld veroorzaakte nog steeds ‘modern’ overkomt. Net als bij Debussy waren de twee pianopartijen even lastig, nog afgezien van de ritmische complexiteit. Hamelin was nu niet langer de moderator van het duo, maar trok de aandacht met spectaculaire glissando’s, repeterende noten en razendsnelle loopjes. Als geheel was deze uitvoering orkestraal en uiterst spannend, ook in het tweede deel, Het offer, waar de pianissimo’s  al net zo spannend waren, omdat je het onheilspellende gevoel had dat het vuur ieder moment weer op kon laaien. Ook in deze gereduceerde versie kwam de brute kracht van het stuk goed over en behield het zijn fascinerende werking. Je moet er maar niet aan denken hoeveel uren studie ervoor nodig geweest zijn om dit te bereiken. Natuurlijk volgde er na het ovationele applaus een toegift: “een klein stukje dat ik een tijd geleden geschreven heb”, aldus Hamelin, een Tango voor twee piano’s die met humor en raffinement gespeeld werd.

 

 

Hopelijk weet dit uitstekende duo de weg naar de Nederlandse concertzalen terug te vinden, want zo vaak hoor je geen pianoduo’s op dit niveau spelen, van mij mogen ze gerust terugkomen om nogmaals Le sacre du printemps te spelen!

Willem Boone

 

 

 

Info:

https://www.muziekgebouw.nl

Steun De Nieuwe Muze! Lees ons, volg ons, like ons en neem een abonnement op www.denieuwemuze.nl

You May Also Like

Impressies van het Pianoduo Festival Amsterdam

Residentieorkest in topvorm onder Jun Märkl

Operetta Land hilarisch, maar blijft aan de oppervlakte

Klaus Mäkelä – een grote maestro met meer in petto