Beatrice Rana laat de oude J.S. Bach eeuwig jong zijn

 

Beatrice Rana (piano), Amsterdam Sinfonietta

Gehoord: 31/3 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam

 

Let op!

Herhaling: 2/4 Concertgebouw Amsterdam, 9/4 TivoliVredenburg Utrecht

Buitenland: 4/4 Boedapest, 5/4 Basel, 6/4 Stuttgart, 8/4 Heidelberg, 10/4 Keulen,

Zie https://www.sinfonietta.nl/concertagenda/

 

 

In 2019 leverde een tournee van Amsterdam Sinfonietta met de Italiaanse pianiste Beatrice Rana (1993) een nominatie op voor de klassieke muziekprijs De Ovatie, die uiteindelijk naar pianist Ralph van Raat ging vanwege zijn Andriessen-programma.  Rana was destijds als een komeet omhooggeschoten in het internationale muziekleven door haar prachtige opname van Bachs Goldberg Variaties (2017) voor Warner Classics. Met Amsterdam Sinfonietta speelde ze klavierconcerten J.S. Bach (1685-1750) en dat deed ze nu weer, ook al heeft de pianiste inmiddels met haar opnames bewezen ook een echte pianoster te zijn in o.a. werken van Chopin, Schumann, Ravel, Prokofiev, Stravinsky en Bernstein.

 

Het programma werd ingeleid met de ontwapenende Sinfonie in E wq 182 van Bachs tweede zoon Carl Phlipp Emanuel Bach (1714-1788), die in 1773, bijna een kwart eeuw na de dood van zijn geniale vader, op verzoek van de muzikale Baron Gottfried van Swieten een serie symfonieën schreef waarin hij ‘geen rekening diende te houden met speeltechnische moeilijkheden en muzikale modes’, zodat hij zich ‘volledig kon laten gaan.’ Mogelijk heeft de oude Bach zich in zijn graf omgedraaid bij het horen van de gewaagde muzikale avonturen van zijn ‘Empfindsame’ zoon, die in het kader van de ‘Sturm und Drang’ niet terugschrok voor een bombardement aan noviteiten: spontane expressie, wisselende stemmingen, abrupte wendingen en gewaagde harmonische uitstapjes, smaakvol aaneengeregen als een snoer vol wilde parels. Amsterdam Sinfonietta lanceerde het als een frisse wind door de zaal waaiende openingsdeel in een pittig tempo, waarbij fijnbesnaarde klanken afgewisseld werden met contrasterende fortes. Het innig en transparant vertolkte Poco andante klonk als een onweerstaanbaar sentimentele liefdesverklaring, waarna het orkest er uitgelaten vandoor vloog in het volkse en vrolijke Allegro spirituoso.

 

Thomas Adés Photo: Marco Borggreve

Er volgde een deinende, inkrimpende en weer uitdijende Nederlandse première van Shanty – over the Sea (1920) van Thomas Adès uit 2020, geschreven in opdracht van Amsterdam Sinfonietta en de Eduard van Beinum stichting. Opgezet als een vrijgevochten zeemanslied met vele coupletten – denk aan de beroemde ‘shanty’ The drunken Sailor – vertelt dit werk van de veelzijdige Engelse componist bij monde van vijftien individuele strijkersstemmen het verhaal van muitende zeelui, die het gehad hebben met hun bazige kapitein en verlangen naar vrijheid en een veilige haven in de verte. De steeds wisselende lichtval op de deinende golfbewegingen, de oprukkende storm, irritatie, angst en onrust, dromerige verlangens en het magische getwinkel van de sterrenhemel, dergelijke beelden riep Amsterdam Sinfonietta op in impressionistisch aandoende golven van klank, die af en toe nog leken te zoeken naar de ultieme onderlinge balans en een definitieve vormgeving.

 

 

Daarna brak de zon in al haar stralenpracht door in twee sprankelende uitvoeringen van Bachs Pianoconcert in E BWV 1053 en zijn Pianoconcert in f BWV 1056, waarbij soliste Beatrice Rana en het orkest elkaar muzikaal niet alleen uitstekend begrepen maar elkaar ook daadwerkelijk inspireerden om de grootste componist aller tijden volledig onder het stof vandaan te halen. De vrijheid en spontaniteit waarmee van Rana door Bachs partituren heen dartelt is onweerstaanbaar, maar dat wil niet zeggen dat ze zijn noten geweld aandoet. Haar zangerige toucher is trefzeker, poëtisch en delicaat, haar tempi vloeien organisch voor uit de partituur, haar fraseringen zijn intelligent, soepel en beweeglijk, haar articulatie is glashelder en soms gepeperd. Rana is zo getalenteerd en valt zo moeiteloos samen met haar instrument, dat ze zich volledig kan uitleveren aan de intenties van de componist zonder de grip op de vleugel of zichzelf te verliezen En zo veranderden de soliste en het orkest de ‘geleerde’ noten van de oude Bach in een bruisende klankfontein vol luchtige emoties, levenslust en plezier. En al klonk in elke noot ook de nodige bezieling en diepgang door, ineens klonk Bach weer als die bevlogen jongeman, die met zijn muziek ter ere van God de hele wereld zou gaan veroveren. Dat leverde een magische luisterervaring op, die smaakte naar nog veel meer Bach.

 

Sinfonietta Amsterdam besloot het concert met de alles behalve eenvoudige Sonata for String Orchestra van William Walton, een stuk vol onstuimige hectiek, complex contrapunt, woeste rubato’s en enerverende dialogen, waarin het zonder dirigent best lastig is om elkaar als de 23 min of meer individueel opererende strijkers van het orkest – 6 eerste violen, zes tweede violen, vijf alten, vier celli en twee contrabassen- niet kwijt te raken. Rustpunten in het turbulente geheel vormden fraaie soli van o.a. concertmeester Candida Thompson en altviolist Georgy Kovalev. Er vloog soms wel eens een nootje uit de bocht en wellicht had het samenspel nog ritmische en perfecter gekund, maar toch leverde Nieuw Sinfonietta met Walton een knappe prestatie, die eindigde in de overweldigende turbulentie van de finale.

 

Info:

https://www.sinfonietta.nl/concerten/bach-britain/

 

 

 

Steun De Nieuwe Muze! Volg ons, like ons, lees ons en neem een abonnement, zie elders op www.denieuwemuze.nl

 

You May Also Like

Yuja Wang schittert in ‘modern’ repertoire

Verrassende Haydn door Nicolas Altstaedt en het Orkest van de 18e Eeuw

Giltburg: orkestrale allure in monumentale pianosonates

Lyriek en kracht in Beethoven, guitigheid en charme in Poulenc