Beatrice Rana weet wat Rachmaninoff nodig heeft

 

Beatrice Rana weet wat Rachmaninoff nodig heeft - De Nieuwe Muze

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Maxim Emelyanychev m.m.v. Beatrice Rana in werken van Rachmaninoff & Tsjaikovski. Gehoord: De Doelen, Rotterdam, 12 november 2023

Door Willem Boone & Wenneke Savenije

 

De Italiaanse pianiste Beatrice Rana maakte haar debuut bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest in een van de allerbekendste pianoconcerten van het gehele repertoire: het Tweede pianoconcert van Rachmaninoff. Direct vanaf het begin maakte zij duidelijk dat ze uit het goede hout gesneden is voor deze muziek. De beroemde inleidende akkoorden van het eerste deel speelde zij fors, waarna het orkest zorgde voor een ‘golvende’ begeleiding. Het was opmerkelijk dat dirigent Maxim Emelyanychev er ondanks de grote bezetting voor zorgde dat de muziek nergens dichtslibde. Hij en Rana leken elkaar gevonden te hebben in deze uitvoering. Deze werd nergens sentimenteel, een gevaar dat bij enkele componisten vrijwel continu op de loer ligt. Rachmaninoff is er daar één van en hetzelfde geldt vaak voor Chopin. Om een merkwaardige reden leggen nogal wat pianisten het er in de muziek van eerstgenoemde componist qua expressie te dik bovenop, waardoor deze een hoog ‘Hollywood’-achtig gehalte krijgt. Een ander manierisme dat nogal eens opduikt, zijn vertragingen, vooral in de slotclimaxen. Gelukkig deed Beatrice Rana daar niet aan mee: zij speelde de muziek van Rachmaninoff a-sentimenteel en kalm en deed daarmee alle recht aan de tempoaanduiding ‘Moderato’. Zij stond boven de muziek en haalde daar waar nodig flink uit.

 

Beatrice Rana weet wat Rachmaninoff nodig heeft

 

Memorabel was de manier waarop dirigent en orkest het tweede deel, Andante sostenuto, inzetten. Die was fluisterzacht, met fraaie solo’s van fluit en klarinet. De inzet van Rana was sober en ook hier gaf zij de muziek wat die nodig had. Hoe vaak je dit concert ook hoort, het blijft hartverwarmend om naar te luisteren.  Met haar heldere toucher verleende zij dit overbekende concert noblesse. Aan het begin van de uitvoering klonk het timbre van de vleugel wat kaal, maar gaandeweg viel dat steeds minder op. Na het Piu animato riep zij bijzondere effecten met het pedaal op, om zich daarna weer bij het orkest te voegen. Het sympathieke van deze uitvoering was dat zij zich niet opstelde als soliste die alles domineerde en soms leek zij bijna een van de spelers van het orkest die een belangrijke solo had. Het laatste deel, allegro scherzando, volgde zonder onderbreking. Rana bood fel spel en ook hier ontdeed zij de muziek van iedere vorm van sentimentaliteit. Emelyanychev liet het orkest alert en bij vlagen zeer subtiel spelen. Het was mooi om te zien hoe hij met zijn handen als het ware de klank boetseerde. Als te verwachten was de coda overrompelend. Als toegift speelde Rana de etude pour les huit doigts van Debussy, een compositie die door haar vluchtige karakter voorbij was voor het publiek er erg in had.

 

 

Na de pauze kon dirigent Maxim Emelyanychev, die al vaker het Rotterdams Philharmonisch en het Concertgebouworkest dirigeerde, zich helemaal uitleven in de Vierde symfonie van Tsjaikovski, een werk waarmee hij volledig vergroeid bleek te zijn. Geen wonder, want de in 1988 in Nizjni Novgorod geboren Rus, die piano en directie studeerde in Moskou, waar hij de directieklas van Gennadi Roszjdestvenski volgde, debuteerde al op zijn 12e als dirigent en heeft ongetwijfeld dikwijls werken van Tsjaikovski uitgevoerd. In 2016 werd hij chef-dirigent van het barokensemble Il Pomo d’Oro, waarbij hij veel samenwerkte met sopraan Joyce DiDonato. En in 2019 startte Emelyanychev als chef-dirigent van het Scottish Chamber Orchestra, dat hem op handen draagt. En in datzelfde jaar ontving de dirigent ook een Opera Award in de categorie Nieuwkomers. Ook al is hij nog vrij jong, het moge duidelijk zijn dat deze veelzijdige rising star onder de dirigenten veel in zijn mars heeft. Als hij het podium oploopt maakt hij een beetje een onhandige indruk, maar zodra hij zijn handen opheft om te beginnen ontstaat er onmiddellijk iets bijzonders. Emelyanychev laat daarbij de baton achterwege en dat is gezien zijn geestdriftige, onnavolgbare, drukke en soms wat lomp ogende gestiek maar goed ook, want het stokje zou zeker uit zijn handen vallen. Maar zijn handen zijn voor hem het ultieme expressiemiddel om de orkestleden exact aan te geven wat hij wil horen.

 

 

Geestdriftig kneedt hij klanken en harmonieën, zet hij met zwierige handbewegingen tempo en lijnen uit, geeft hij met zijn gebarende vingers dynamische accenten en inzetten aan, creëert hij met gulle armgebaren grotere spanningsbogen  en mist hij zelfs in een tumultueus werk als Tsjakovski’s Vierde symfonie geen enkele nuance, geen enkel detail. Zo denderde de gesublimeerde ellende en somberheid die Tsjaikovski ervoer na zijn mislukte huwelijk bedwelmend en ontroerend door de zaal. Enkel en alleen getrouwd om zijn homoseksualiteit te verbergen, liep de doodongelukkige Tsjaikovski al na een paar weken het ijskoude water van de Newa in om aan het huwelijk, dat alweer na twee maanden werd ontbonden, te kunnen ontsnappen. Tsjaikovski overleefde zijn zelfmoordpoging en stortte zich op zijn Vierde symfonie, waarin het noodlot steeds weer het universele verlangen naar geluk weet te tarten, totdat de componist er uiteindelijk achter komt dat je je nog altijd kunt verheugen over het geluk van anderen om zelf niet helemaal ten onder te gaan aan depressies. Emelyanychev en het aandachtig en alert musicerende Rotterdams Philharmonisch gaven in een uitstekende wisselwerking de kleurrijke tragedie van Tsjaikovski’s vierdelige Vierde symfonie akoestische vleugels van hoop en liefde mee.

Willem Boone & Wenneke Savenije

 

 

Info:

https://www.rotterdamsphilharmonisch.nl

https://www.dedoelen.nl/nl/agenda/

You May Also Like

Ingeperkte optreden Jerusalem Quartet verlopen zonder ernstige incidenten

Roderick Williams: innemende zanger die thuis is in Engels, Duits en Frans repertoire

Opera Montagne noir in Dortmund: hoog niveau, hoewel niet alles lukt

Hannes Minnaar en Jan-Peter de Graaff schitteren in Luthéalconcert