Beheerste en gedistingeerde voordracht door Anne Sofie von Otter

Gehoord: 2 april 2022, Muziekgebouw aan het IJ. Anne Sofie von Otter (mezzosporaan) en Brooklyn Rider. Serie Grote Zangers

Door Willem Boone

Het recital van mezzosopraan Anne Sofie von Otter gisteravond was gewijd aan ‘Liederen van liefde en dood’. Dat is vaak een dankbaar thema bij liederavonden, maar toch was haar optreden in de Serie Grote Zangers in het Muziekgebouw aan het IJ anders. Als partner had zij geen pianist, maar een strijkkwartet, Brooklyn Rider, gekozen. Dat speelde het Veertiende strijkkwartet van Schubert, bekend onder de naam Der Tod und das Mädchen, steeds afgewisseld door liederen van dezelfde componist. Verder zong Von Otter, net als tijdens haar vorige optreden in Amsterdam enkele jaren geleden, liederen van Rufus Wainwright.  Zij had er kennelijk voor gekozen om deel van het ensemble uit te maken en niet de hele avond de aandacht op zichzelf te vestigen. Op zich is dat – zeker op haar leeftijd – een begrijpelijke keuze, want bij een liederenrecital sta je er nauwelijks bij stil hoe groot de psychische belasting voor een zanger is. Je moet al die teksten maar in je hoofd zien te krijgen en steeds weer opnieuw in kort bestek een verhaal vertellen, vaak ook nog in diverse talen.

 

De avond begon op bijna onopvallende wijze met Trois valses anglaises van Wainwright uit 2021, gearrangeerd door Colin Jacobsen. De zangeres bracht ze overigens niet in de volgorde die in het programmaboekje stond: het daar als eerste genoemde Listen to the queen klonk nu als laatste. Bij de eerste twee liederen was de voordracht nog erg ingehouden, bij het laatste lied bloeide haar stem meer op en de begeleiding door het strijkkwartet was stemmig. Net als bij een eerder optreden in Arnhem dit seizoen viel op dat het timbre van de zangeres nog steeds mooi is. Ook toen zong zijn een programma met overwegend ingetogen liederen, waarbij ze grote emoties schuwde. Haar dictie was ook in het Engels uitstekend.  Zij zingt nog steeds met gemak en wat zij doet ziet er moeiteloos uit. Na afloop van het lied Der Tod und das Mädchen sloop zij weg om achter het kwartet plaats te nemen. Zij was niet overal vanuit het publiek zichtbaar, wat jammer was, omdat zij met haar rijzige, gedistingeerde voorkomen ook als zij ‘niets’ doet interessant is om naar te kijken. Door haar veelvuldige optredens in opera’s is zij iemand die met haar gezicht kan acteren, het was jammer dat de liederen die zij deze avond uitvoerde daar weinig aanleiding toe gaven. Nu bleef haar voordracht vaak ingetogen.

 

 

Brooklyn Rider had ervoor gekozen om het bovengenoemde strijkkwartet niet aaneengesloten te spelen. Zoals een van de leden van het ensemble opmerkte, excelleerde Schubert niet alleen in liederen, maar ook in strijkkwartetten. De uitvoering ontbeerde subtiliteit, wat voornamelijk kwam door de soms wankele intonatie van de eerste violist. Daarbij klonk het eerste akkoord van het eerste deel onzuiver en ongelijk. Helaas was dit gebrek aan subtiliteit ook in de andere delen te bespeuren. Volgens de programmatoelichting richt het ensemble zich vooral op ‘ongebruikelijk en hedendaags repertoire’, waarbij Schubert noch in de ene noch in de andere categorie viel. Als geheel had de uitvoering wel een geestdriftig karakter, wat mede bleek uit het ongebruikelijke feit dat drie van de vier musici hun partij staand speelden. Alleen de cellist, die zich de hele avond een sonoor en betrouwbaar fundament toonde, speelde zijn partij zittend.

 

Er was goed nagedacht over de afwisseling van instrumentale en vocale muziek: zo was Der Wegweiser uit Die Winterreise een interessante keuze, want dit lied ademde dezelfde desolate sfeer als het tweede deel, Andante con moto, uit het strijkkwartet. Het arrangement door Osvaldo Golijov door vier strijkers was geslaagd, je miste eigenlijk nauwelijks de piano die in deze cyclus normaal voor de begeleiding zorgt. Er volgden nog twee liederen uit dezelfde cyclus, Die Nebelsonnen en Einsamkeit, die in beide gevallen op ingetogen wijze door de zangeres gebracht werden.

 

Zoals bij haar eerdere optredens in Nederland bleek, kiest Von Otter haar repertoire slim. Zij zoekt het niet meer in grote dynamische contrasten, maar meer in een gedistingeerde, soms misschien licht afstandelijke voordracht. Daarin weet zij door de intensiteit van haar vertolkingen te overtuigen. En een artieste met zo’n staat van dienst vergeef je graag dat haar programma’s stilistisch wat minder veelzijdig geworden zijn. Het is lastig om een tweede zangeres te vinden die zoveel verschillende componisten en stijlen opgenomen heeft. Daarbij ging het niet alleen liederen, opera’s en oratoria uit alle klassieke stijlperioden, maar ook om hele andere zaken als songs van Abba of optredens met Elvis Costello.

 

 

Het optreden werd afgesloten met 3 songs for Lulu van Wainwright, waarbij vooral het tweede, Sad with what I have, in de woorden van Von Otter ‘an abyss of self pity’, overtuigde. Ook deze recente songs – ze dateren uit 2010 – werden uitgevoerd in de arrangementen van Colin Jacobsen. Ze waren al net zo toegankelijk als de eerste composities van dit recital en daarmee was de cirkel op een mooie manier rond.

 

Willem Boone

 

 

 

 

You May Also Like

Yuja Wang schittert in ‘modern’ repertoire

Verrassende Haydn door Nicolas Altstaedt en het Orkest van de 18e Eeuw

Giltburg: orkestrale allure in monumentale pianosonates

Lyriek en kracht in Beethoven, guitigheid en charme in Poulenc