De betekenis van Rachmaninoff

 

Door Emanuel Overbeeke

De reputatie van Rachmaninoff heeft vele stadia doorgemaakt waarin de clichés over muziek van de laatste honderd jaar zó opzichtig aanwezig zijn geweest, dat zelfs wetenschappers er niet helemaal aan kunnen of willen ontkomen, ook als ze overtuigend duidelijk maken hoezeer de werkelijkheid vloekt met het beeld. Dat beeld is kort gezegd dat van de romantische Russische componist, die zich na zijn vlucht uit zijn vaderland vanwege de revolutie in het westen tot zijn dood een overlevende voelde in een modernistisch en dus voor hem vreemd klimaat.

Terwijl zijn muziek door kenners werd verguisd als zijnde goedkoop, arm en sentimenteel, was deze geliefd bij het grote publiek. De revival van zijn muziek sinds ongeveer 1980 leest bij de medewerkers in deze bundel als de populistische wraak jegens de elite die hoe dan ook het modernisme trouw wil blijven (zo kort door de bocht is dit niet eens). Zet deze onderbuik even opzij (en ze is bij Rachmaninoff-vorsers opmerkelijk sterker dan bij onderzoekers van andere muziek) en de barsten in dit beeld worden zichtbaar en blijken veel interessanter.

De eerste barst van belang is dat de componist voor 1900 in sommige kringen in eigen land gold als modernist meer dan als traditionalist. Dat de première van de Eerste symfonie in 1897 een flop werd, wordt meestal geweten aan Glazoenov die dirigeerde en stomdronken was, maar een even plausibele verklaring zijn de vele moderniteiten binnen zijn stijl. Het Tweede pianoconcert waarmee hij in 1901 zijn zelfvertrouwen als componist herwon, is veel traditioneler (een Russische criticus noemde het zelfs meer Duits dan Russisch). Het concert bracht hem faam, maar hij werd de componist van minder dan een handvol werken, terwijl hij in 1917 zijn opus 39 schreef. Na de revolutie was hij primair concertpianist (en als zodanig voor vriend en vijand een der allergrootsten) en werd zijn muziek iets moderner, al bleef hij de romantische basis van zijn stijl trouw.

De interessantste hoofdstukken in de bundel zijn gewijd aan minder bekende aspecten zoals zijn drie opera’s, zijn relaties met landgenoten als Skrjabin en Medtner, niet gebundelde interviews uit een ruime periode, het Rachmaninoff festival van het Philadelphia Orchestra in 1939 en de receptie van Rachmaninoff in zijn vaderland na 1917.

Ondanks de vele nieuwe feitelijke informatie blijft er stof voor verder onderzoek dat onjuiste beelden verder kan ondermijnen. Voor zover ik de programma’s uit de periode 1917-1943 ken is het beeld van Rachmaninoff die de romantiek moest overleven grotendeels onjuist, omdat na 1920 de romantiek nog grotendeels het muziekleven domineerde. Nieuwe muziek van Debussy en jongere componisten was beschikbaar voor wie het wilde kennen, maar het grote publiek kende deze muziek in feite even slecht als die van Rachmaninoff.

En over bekendheid gesproken: de revival vanaf 1980 heeft veel meer werken weliswaar toegankelijk gemaakt en sommige worden vaker gehoord, bijv. de twee grote koorwerken, het Derde pianoconcert en de Cellosonate, maar hoe vaak horen we zijn liederen en opera’s? Bovendien: de beschrijvingen van zijn muziek zijn weinig veranderd, de waarderingen wel, kortom zijn muziek wordt niet rijker geacht maar wel rijker gedacht, onder meer door in de uitvoeringspraktijk veel meer oog te hebben voor de complexiteit en gevoeligheid van de details, meer dan voor de grote lijn. Zoals zijn bewonderaars moeite hebben zijn beperkingen te erkennen, zo hebben sommige kenners na 1920 moeite zijn kwaliteiten te erkennen.

Boek:

Philipp Ross Bullock (ed.):

Rachmaninoff and his world

University of Chicago Press

ISBN 978-0-2226 82375-1

358 blz., € 30.00

You May Also Like

Mozart was een revolutionair

Mozart was voor alles operacomponist

Muziek uit de doos van Pandorra