De Tiende | Mahlers laatste symfonie

Tekst: Erik Fokke

Intro

In de laatste periode van zijn leven worstelde Gustav Mahler (1860-1911) met talloze problemen. Kort na de dood van zijn dochtertje Putzi kwam aan het licht dat Mahler hartproblemen had. Ook zijn huwelijk met Alma Mahler dreigde op de klippen te raken, zodat een wanhopige Mahler in de zomer van 1910 te rade ging bij Sigmund Freud, die op dat moment vakantie vierde in Noordwijk. Beide heren ontmoetten elkaar in Leiden, waarbij Freud de grootste angsten van Mahler wist te verjagen. Datzelfde jaar schreef Mahler zijn Tiende symfonie, zijn laatste, die hij niet zou voltooien. De door Deryck Cooke voltooide versie zou op 17 mei worden uitgevoerd door het Boedapest Festival Orkest o.l.v. Ivan Fischer tijdens het afgelaste Mahler Festival in Het Concertgebouw. Tijdens het Mahler Festival online is de Tiende vervangen door Das lied von der Erde (17 mei a.s.)

Privékarakter

Gustav Mahler bezat een ontembare werklust en was bezeten van muziek. Hij liet een indrukwekkend oeuvre na, waaronder negen symfonieën. Tien jaar na zijn dood in 1911 werd bekend dat Mahler in een reeks schetsboeken nog een symfonie had nagelaten, waarvan twee delen zelfs volledig waren uitgewerkt, het Adagio (I) en het Purgatorio (III). Daarnaast bleken drie andere delen voor een groot deel op vier notenbalken harmonisch en contrapuntisch te zijn uitgewerkt. Samen bleek het materiaal een samenhangend geheel te vormen. In 1924 beleefden de twee voltooide delen hun wereldpremière en was inmiddels een (gecensureerde) facsimile uitgave van deze delen verschenen. 

In de jaren erna werden er door verschillende componisten pogingen ondernomen om de symfonie op basis van Mahlers schetsen te voltooien. De versie van Deryck Cooke wordt tegenwoordig vrij algemeen gezien als de poging die het dichtst bij Mahler in de buurt komt. Een uitvoering van deze versie werd op 19 december 1960 door de BBC uitgezonden. Dirigent Bruno Walter, in Mahlers periode bij de New York Philharmonic zijn assistent, drong er bij Alma Mahler op aan om verdere uitvoering van het werk van haar overleden man te verbieden, mede omdat Mahler had aangegeven dat deze symfonie na zijn dood vernietigd diende te worden. Alma bevestigde dat de symfonie een sterk privékarakter had en alleen voor haar oren was bestemd. Zij liet weten dat ‘voltooiingen’ van Mahlers Tiende niet meer openbaar mochten worden uitgevoerd. 

Maar toen Alma de BBC-tape later zelf hoorde, was zij zo ontroerd dat zij Cooke schriftelijk toestemming gaf om ‘waar ook ter wereld’ door te gaan met de uitvoering van de Tiende symfonie. Toch bleven er lange tijd twijfels. Veel dirigenten gingen de discussie liever uit de weg, waaronder George Solti, Leonard Bernstein, Bernard Haitink, Rafael Kubelik, Lorin Maazel en Claudio Abbado. Zij kozen het zekere voor het onzekere en namen de Tiende niet op in hun cycli van Mahlers ‘complete’ symfonieën op cd. Andere dirigenten, zoals Eugene Ormandy, Jean Martinon, Kurt Sanderling en de jonge Simon Rattle deden dat wel.  Wat is er zo privé aan Mahlers Tiende symfonie? Wat is er meer privé dan in de voorgaande negen, die toch zo’n beetje Mahlers volledige zieleleven verklanken? Wat is het verhaal achter de Tiende symfonie?

Rampspoed in 1907

Mahlers programmavoorstellen voor de Weense opera voor het seizoen 1907-1908, waar hij sinds tien jaar dirigent was, gaven beslist niet de indruk dat hij in de zomer van 1907 zijn biezen zou moeten pakken. Als Mahler vanwege politieke intriges en openlijk antisemitisme een voorgevoel krijgt van wat hem te wachten staat, laat hij zijn vrouw weten dat zij voorlopig maar beter de broekriem kunnen gaan aanhalen. Tenslotte houdt Mahler de eer aan zichzelf als hij een hint krijgt dat hij als dirigent in New York aan de slag kan, wat hem niet alleen een beter salaris oplevert, maar ook meer tijd om te kunnen componeren. 

Kort daarop overvalt Mahler opnieuw slecht nieuws als zijn vijfjarige dochter Putzi (Maria Anna) plotseling ernstig ziek wordt en blijkt dat zij niet alleen roodvonk heeft, maar ook besmet is met de difteriebacterie. Zonder vaccinatieprogramma’s had difterie in die tijd vaak een fatale afloop door verstikking als ook de luchtwegen waren aangetast. Evenals van Debussy dochter Chouchou overleed Putzi aan deze afschuwelijke complicatie. Een in de haast uitgevoerde opening van de luchtpijp (‘tracheotomie’) kon haar leven niet redden. 

Regelmatig wordt gedacht dat Mahler zijn Kindertotenlieder schreef als reactie op de dood van zijn oudste dochter. In werkelijkheid schreef Mahler deze liedcyclus al voordat Putzi geboren was. Vanaf zijn vroegste composities had Mahler een obsessie met de dood. Een verklaring hiervoor kan zijn dat van zijn veertien broers en zussen er acht als kind overleden.  

Maar de gifbeker was in die rampzalige zomermaanden van 1907 nog niet leeg. Bij een lichamelijk onderzoek kwam aan het licht dat Mahler leed aan vernauwde en lekkende hartkleppen in de linker harthelft. Hoewel Mahler er tot dan toe geen klachten van had ondervonden, kreeg hij van zijn Weense cardioloog Friedrich Kovacs het uitdrukkelijke advies om met onmiddellijke ingang zijn lichamelijke inspanningen fors te beperken. Het was voor Mahler een grote klap dat hij met zijn lange wandelingen in de bergen moest stoppen. Ze waren een levensvoorwaarde voor hem; hij deed er inspiratie op en kon zich alleen tijdens deze stevige wandelingen echt ontspannen. 

Het lied van de Aarde

Om een nieuw begin te maken, besloot Mahler vanaf dat moment niet meer terug te keren naar zijn vaste ‘komponeerhuisje’ in Maiernigg aan de Wörtersee, waar hij zijn Vierde Symfonie voltooide en waar hij naast vele liederen zijn Vijfde, Zesde, Zevende en Achtste symfonie schreef. Zijn Negende en ook het materiaal voor de onvoltooide Tiende Symfonie schreef Mahler in Toblach, gelegen in Zuid-Tirol. Ook Das Lied von der Erde, een symfonische liederencyclus waarin het leven en de dood worden bezongen aan de hand van een ode aan de natuur, kwam in Toblach tot stand. De teksten van Das Lied von der Erde baseerde Mahler op oude Chinese gedichten, door Hans Bethge bijeengebracht in de bundel Die chinesische Flöte. Mahler kreeg het boek van een meelevende vriend cadeau. 

Het laatste deel van Das Lied von der Erde, ‘Der Abschied’, is zeer aangrijpend. Hoewel Alma Mahler in haar memoires schreef dat haar man de dood van zijn oogappel Putzi nooit heeft kunnen verwerken, geeft de finale van Das Lied von der Erde je het gevoel dat Mahler de overgang van het leven naar de dood, hoe tragisch ook, wel begon te aanvaarden. Dirigent en componist Leonard Bernstein noemde Das Lied von der Erde Mahlers ‘Greatest Symphony‘. Hij zou de symfonische liederencompositie frequent uitvoeren en ook verschillende keren opnemen. 

Aanvankelijk was het Mahlers opzet dat Das Lied von der Erde zijn Tiende symfonie zou worden, maar uit het wonderlijke bijgeloof dat zijn Negende, net zoals dat bij Beethoven, Schubert, Dvorák en Brückner het geval was, ook zijn laatste zou zijn (‘de vloek van de Negende‘), noemde hij Das Lied von der Erde niet zijn Tiende symfonie. Aan wat Mahler ten slotte wel zijn Tiende Symfonie zou noemen, begon de componist in juni 1910.

De zomer van 1910

Nadat Dr. Kovacs had vastgesteld dat Mahlers hartgeruis werd veroorzaakt door niet goed sluitende hartkleppen, was er een periode dat Mahler buitengewoon zorgelijk was. In haar Herinneringen schrijft Alma: ‘Als we gingen wandelen dan hield hij steeds even stil om zijn pols te meten. Op andere momenten van de dag vroeg hij me goed te luisteren naar de geluiden die zijn hart maakte en of ik wilde vast te stellen of ze normaal klonken, opgewonden of kalm.’ Maar toen het hartinfarct uitbleef, waarvoor hij was gewaarschuwd in het geval hij door zou gaan met zijn extreem inspannende levenswijze, hervond Mahler zich. In New York begon hij een nieuw leven als dirigent. Aan Alma schreef hij daarover: ‘Het publiek is New York is niet blasé, maar gretig voor alles wat nieuw is.’ In een brief aan de bevriende muziekhistoricus Guido Adler schreef Mahler over de hectiek in New York: ‘Ik heb elke dag repetities en concerten en ik moet hier goed op mijn tellen passen om mijn energie niet te veel uit te putten.’ 

In 1909 voltooide Mahler zijn Negende symfonie. Direct al in de openingsmaten zijn een eerste en een tweede harttoon te horen, respectievelijk gespeeld door de celli en de hoorns, waarna de strijkers het hartgeruis imiteren dat ontstaat bij beschadigde hartkleppen. Gedurende het hele eerste deel wordt het geluid van de eerste en tweede harttoon herhaald tot een climax volgt en de muziek zonder onderbreking overgaat in een begrafenismars.

In de zomer van 1910 trok Mahler zich terug in Toblach om aan zijn Tiende symfonie te gaan werken. Alma was wegens depressieve klachten voor enkele weken naar het Wildbad Sanatorium in Tobelbad vertrokken, idyllisch gelegen in Stiermarken. Daar ontmoette de 31-jarige nog rouwende Alma de 27-jarige charismatische Duitse architect Walter Gropius, een van de grondleggers van de fameuze Bauhausbeweging. Er was de eerste avond direct een klik en niet lang daarna werd de liefde door hen geconsumeerd. 

Terwijl Mahler piekerde over Alma’s depressie, merkte hij dat de normale stroom aan dagelijkse berichten stokte en dat Alma voor zijn vijftigste verjaardag zelfs geen ansichtkaart stuurde. Midden juli kwam Alma terug naar Toblach. Met Gropius sprak ze af dat hij zijn brieven aan haar post restante zou verzenden. Eind juli ‘vergistte’ Gropius zich en stuurde een aan Herrn Direktor Mahler geadresseerde, maar aan Alma gerichte liefdesbrief. Mahler las zijn ontboezemingen en zijn voorstel om haar man te verlaten. In een op 21 juni vanuit München aan Alma verstuurde brief vroeg Mahler Alma: ‘Verberg je iets voor mij?’ Mahler begreep in een flits dat zijn voorgevoel in juni juist was geweest. Er volgt een felle discussie. Alma probeerde uit te leggen wat ze bij haar man miste. Mahler voelde zich verraden. Alma probeerde hem gerust te stellen en beloofde niet bij hem weg te gaan. Desondanks raakte Mahler in paniek. Hij stortte in en bleef vol angst met bijna psychotische reacties. 

Mahler consulteert Freud

Na enige dagen bleek er niet alleen sprake te zijn van een ernstige huwelijkscrisis, maar ook van een persoonlijke crisis. Mahler begon zich schuldig te voelen, omdat hij Alma tekort had gedaan en in een gouden kooitje had gezet. Hij ging ‘zijn best doen’, droeg de Achtste symfonie aan Alma op, maar kwam ook met ‘de meest zelfvernederende liefdesbetuigingen’. Het lukte hem niet meer om te componeren en in de schetsen voor de Tiende symfonie schreef een vertwijfelde Mahler: ‘De duivel speelt met mij, de gekte heeft mij in zijn greep, vernietig mij, zodat ik vergeet dat ik leef’. En ook: ‘Ach! Ach! Ach! Vaarwel! Vaarwel! Vaarwel!’. En tenslotte: ‘Voor jou wil ik leven! Voor jou wil ik sterven! Almschi!’.                          

Na enkele weken gloorde bij Mahler het inzicht dat hij het leven had geleid van een neuroticus. Hij besloot Sigmund Freud te consulteren. Die is op dat moment met zijn gezin in Noordwijk aan Zee op vakantie, maar wil tijd vrijmaken voor de gekwelde componist. De heren spraken af elkaar op 26 augustus in Leiden te ontmoeten. Daar vond ’s middags de beroemd geworden vier uur durende ‘wandelanalyse’ plaats. Freud was vanuit Noordwijk met de tram naar Leiden gereisd en nam zijn intrek in Hotel Bellevue. Mahler logeerde in Hotel Lion d’Or. Volgens Freud had daar de begroeting plaatsgevonden, waarna direct de wandeling door Leiden volgde. Daarbij hebben de heren de Breestraat een aantal malen op en neer gelopen en ook de Diefsteeg en rond de Pieterskerk.  Waarschijnlijk is ook dat ze in café-restaurant In den Vergulden Turk een tijdje aan een tafeltje hebben gezeten, maar zeker is dat niet.

Over de inhoud van het consult met Freud is weinig bekend, maar aangenomen mag worden dat Mahler uitvoerig heeft gesproken over zijn relatie met Alma en de crisis waarin zij zich op dat moment bevonden, maar ook over zijn leven, zijn werk als dirigent en componist, zijn sociale achtergrond, zijn lichamelijke conditie, zijn angsten, zijn preoccupaties en zijn stereotype reacties op bepaalde situaties. Freud zal aandachtig geluisterd hebben en af en toe een vraag hebben gesteld. Ook zal hij Mahler af en toe hebben gezegd hoe hij over iets dacht. Via een paar incidentele mededelingen van Mahler, Alma en Freud zelf, is er wel iets bekend geworden.

Op zijn terugreis naar Wenen schreef Mahler in de trein een gedicht voor Alma waarin te lezen is hoe hij zich direct na afloop van het consult voelde. Freuds woorden hadden hem verlost van immense angsten waarin hij al jaren verkeerde. Ook gaf Mahler aan dat hij zich meer op Alma’s behoeften zou gaan richten. 

In het boek Herinneringen van Alma Mahler is een en ander te lezen van hetgeen Freud tijdens de wandeling gezegd zou hebben: ‘(…)  Freud wierp hem felle verwijten voor de voeten nadat hij zijn bekentenis had aangehoord. ‘Hoe kan iemand in jouw positie van een jonge vrouw verwachten dat ze aan hem geketend blijft en zelf niet meer mag componeren?’ vroeg hij. En verder: ‘Ik ken je vrouw. Zij hield van haar vader en zij kan alleen zo’n soort man kiezen en beminnen. Jouw leeftijd, waarover je je zoveel zorgen maakt, is precies dat wat voor haar aantrekkelijk is. Je hoeft niet bang te zijn.’ 

Het lijkt psychoanalyticus Ton Stufkens onwaarschijnlijk dat Freud Mahler op deze manier verwijten zou hebben gemaakt, maar het is naar zijn idee wel waarschijnlijk dat hij Alma’s ‘vaderbinding’ en Mahlers eigen ‘moederbinding’ aan hem heeft uitgelegd, waarna mede daardoor zijn angst afnam.

In een brief aan zijn leerling/vriend Theodoor Reik schreef Freud in 1935 dat hij veel had bereikt bij Mahler, die een consult met hem noodzakelijk achtte nadat zijn vrouw rebelleerde tegen het feit dat de componist niet meer in staat was de liefde met haar te bedrijven, mede uit angst dat seksuele inspanningen zijn dood zou worden. Freud: ‘Tijdens een zeer interessante zoektocht in zijn levensverhaal kwamen we ook achter Mahlers persoonlijke voorwaarden voor liefde, in het bijzonder achter zijn Heilige Maria complex (moeder fixatie). Ik had ruime gelegenheid de mogelijkheid te bewonderen dit grote genie psychologisch te kunnen doorgronden. Er viel indertijd evenwel geen licht op de symptomatische façade van zijn obsessionele neurose. Het was alsof je maar één enkele doorgang kon graven in een mysterieus gebouw.’

In een brief aan prinses Marie van Griekenland schreef Freud: ‘De therapeutische wandeling heeft duidelijk effect gehad. Mahler kreeg zijn potentie terug en zijn huwelijk met Alma was tot aan zijn dood toe gelukkig te noemen. Helaas overleed hij al een jaar later.’ 

Epiloog

Hoewel er in de schetsen van de Tiende nergens data staan ter verificatie, denken musicologen dat Mahler na de wandeling met Freud nauwelijks meer aan zijn laatste symfonie heeft gewerkt. In februari 1911 sloeg het noodlot voor Mahler opnieuw toe. In New York kreeg hij hoge koorts en werd ernstig ziek. Zijn hart bleek aan de binnenzijde geïnfecteerd te zijn geraakt met een virulente keelbacterie, een beeld dat ‘acute endocarditis’ wordt genoemd en waarvoor mensen met hartklepafwijkingen meer vatbaar zijn. Zonder de ontbrekende mogelijkheid om gericht te behandelen met een antibioticum was een acute endocarditis in 1911 vaak een dodelijke aandoening. Dat was bij Mahler het geval. Na een aantal onwerkzame behandelingen in New York en Frankrijk overleed Mahler op 18 mei 1911 in Wenen, waar hij ook werd begraven. Alma trad in de herfst van 1915 in het huwelijk met Walter Gropius, nadat zij elkaar een aantal jaren niet hadden gezien.

Literatuur

Henry-Louis de La Grange. Gustav Mahler – Vienna: Triumph and Disillusion (1904-1907). Oxford University Press, Oxford 1999.

Henry-Louis de La Grange. Gustav Mahler – A New Life Cut Short (1907-1911). Oxford University Press, Oxford 2008. 

Norman Lebrecht. Why Mahler? How One Man and Ten Symphonies Changed the World. Faber & Faber, Londen 2011.

David Levy. Gustav Mahler and Emanuel Libman: Bacterial Endocarditis in 1911. British Medical Journal. Vol 293, nr 6562 (1986): 1628-1631.

Ton Stufkens. Gustav Mahler en Sigmund Freud in Leiden: over de ‘wandelanalyse‘. In: J.E. Verheugt-Pleiter. Psychoanalyse anno nu. Van Gorkum, Assen 2006: 35-48.

You May Also Like

Toewijding, Onbaatzuchtigheid & Integriteit

Lucas & Arthur Jussen slechtten de anderhalve meter in Het Concertgebouw

Mini Festival Rosanne Philippens breekt een lans voor Beethovens Grosse Fuge

Axel – een opera van Reinbert de Leeuw en Jan van Vlijmen