Diepe vervoering tijdens Sibelius Festival

De eerste editie van het Sibelius Festival besloot afgelopen zondagmiddag met een concert waarop de Derde en Vierde symfonie van de Finse grootmeester geprogrammeerd stond. Terugblikkend kan met recht gezegd worden dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest en dirigent Jukka-Pekka Saraste met veel overtuiging een lans hebben gebroken voor een van de grootste componisten van de 20e eeuw, die tegenwoordig geheel ten onrechte in de schaduw van Gustav Mahler staat.

Van polemiek hierover kan worden afgezien, zo werd dit weekeinde wel duidelijk. De waarheid is namelijk evident. Leg Sibelius’ zeven genummerde symfonieën naast elkaar en ontdek zeven werelden. We hoorden er dit weekeinde ‘slechts’ drie en de gemene deler bleek dat de componist zich telkens voor een volstrekt nieuwe opgaaf schijnt te hebben willen stellen. Sinds Beethoven is geen symfonicus ooit zo ver gegaan als Sibelus in het zichzelf steeds weer opnieuw uitvinden.

Na de Tweede symfonie, waarin de componist met succes de laatste invloed van Tsjaikovski van zich afschudde (die in de Eerste symfonie nog duidelijk present was) gaat Sibelius in zijn Derde nog een stap verder door een stap terug te zetten: De orkestratie is een wonder van spaarzame effectiviteit. Balansproblemen, zoals ik deze afgelopen vrijdag in de Eerste symfonie nog signaleerde, zijn in dit werk niet aan de orde. Iedere stem krijgt door verstaanbaarheid betekenis. Het Rotterdamse strijkerscorps klonk op zondag dan ook even sonoor en transparant als het koper. Daarbinnen zorgden harp, slagwerk en houtblazers voor schakering en detaillering. Bewust of onbewust benadrukt Sibelius het elementaire karakter van de muziek door de energiek herhaalde motieven – die de grote thema’s stutten en het betoog opstuwen naar nieuwe tooncentra – aan het begin van dit werk te introduceren in de contrabassen.

Deze Derde symfonie is Sibelius’ ware ‘Apotheose van de Dans’, zoals Richard Wagner de Zevende symfonie van Beethoven betitelde. Met die Zevende van Beethoven deelt de Derde symfonie de rituele drive van de hoekdelen, waartussen Sibelius geen twee, maar slechts een middendeel plaatst – in langzaam walsritme. Door een perfecte temporelatie met het voorafgaande deel wist Jukka-Pekka Saraste afgelopen zondag juist dat middendeel zo veel lading mee te geven dat men niet langer van een welkom, rustgevend intermezzo kon spreken, maar van een denkbeeldige brug die, hoog getorst, een traag stromende, brede rivier tussen twee dicht beboste oevers overboogt. De schijn van een iets teruggehouden tempo, waarin Saraste een paar keer met imposant effect het twee-tegen-drie van de contrabassen dramatisch uitspeelde, droeg aan die sublieme ervaring bij. Waar het om Sibelius gaat is deze dirigent inderdaad een meesterverteller.

Dit predikaat geldt evenzo voor de Finse sopraan Helena Juntunen, die voor en na de pauze twee van Sibelius’ orkestliederen ‘voordroeg’ en voorafgaand aan het concert, naadloos begeleid door pianiste Evelina Kytömäki, een kort maar uiterst intens solorecital in de Jurriaanse zaal gaf. Sibelius’ liederen, die overweldigende gemoedsbewegingen losmaken uit ogenschijnlijk eenvoudige dichterlijke plots en metaforen deden de zaal dan ook huiveren. Natuurbeschrijvingen (zoals ‘Illalle’ en ‘Norden’) werden tastbaar doordat de zangeres iedere medeklinker benutte om haar klank te bezielen. Ondanks een rijp vibrato, overheersen heldere tonen in Juntunens stem. En omdat de sopraan deze liederen overbrengt met het inzicht van jaren en de frisheid van de eerste ervaring werd dit een gedenkwaardig recital.

Onbetwist hoogtepunt daarvan was het welbekende ‘Flickan kom ifrån sin älsklings möte’: ‘spot on’ waar het de karakterisering van de dialoog tussen moeder en dochter betrof en huiveringwekkend meeslepend in de bittere ontknoping. Juntunen had deze met zo’n focus geprojecteerd, dat ze zich na afloop een ogenblik verontschuldigend glimlachend uit het hartverscheurende leed moest losschudden waarin ze en passent de hele zaal gevangen had. Noch ‘live’ noch op een opname hoorde ik overigens ooit zo’n rijkgeschakeerde lezing van de Finse scheppingsfabel ‘Luonnotar’ als Helena Juntunen deze, later die middag, met het Rotterdams Philharmonisch Orkest neerzette. Zelfs tegen het orkest, bleef ze volstrekt verstaanbaar, waarbij haar loepzuivere intonatie een verrukkelijke menging van vocale en instrumentale sonoriteit garandeerde.

Na de pauze richtte Jukka-Pekka Saraste kort het woord tot de zaal. Hij bedankte voor deze eerste editie van dit Sibelius Festival en zei zich al te verheugen op het vervolg in november/december. Belangrijkst waren echter de woorden over Sibelius’ zelden ‘live’ te beluisteren Vierde symfonie. Saraste had deze, zo vertelde hij, bewust vooraf laten gaan door een vertolking van het orkestlied ‘Höstkväll’ – Herfstavond. Inderdaad is de duistere Vierde symfonie het totale tegendeel van de briljante Derde. Het licht dat Sibelius hier onderscheidt is doorgaans weinig meer dan een schijnsel dat zijn bestaansrecht slechts aan het omringende donker ontleent. Maar de overeenkomst tussen de Derde en Vierde symfonie ligt in de nauwkeurig gecalculeerde orkestratie, die hier nog nadrukkelijker uitkomt doordat Sibelius de elementen als het ware ontkleedt. Zeker in het eerste en derde deel is het vaak alsof je door een onvoltooide partituur waart, waar flarden melodieschetsen en begeleidingsfiguren je tegemoet waaien vanuit de duisternis van niet geschreven noten.

Wie dit machtige werk vertolkt moet allereerst de stilte hoorbaar kunnen maken die achter Sibelius’ muziek gaapt. Saraste deed dat door met grote aandacht voor nuances in Sibelius’ orkestratie, de tussen de verschillende instrumenten doorgegeven melodielijnen met elkaar te verbinden en de daarbij behorende begeleidingsfiguren of -akkoorden net zo lang onderling te isoleren tot het moment waarop ze in een gezamenlijk statement samenvloeien, zoals bijvoorbeeld in de grote culminaties van het derde deel.

Misschien past hier dan ook een vertaling van de laatste strofe uit het door Saraste dus doelbewust geprogrammeerde lied ‘Herfstavond’: ‘Eenzaam in die verlatenheid, leunend tegen een natte rots, staat een wandelaar in vervoering te luisteren en te genieten. Herkent zijn ziel de samenklank met het lied dat de sterreloze nacht aanheft? Vervliegt zijn verdriet als een zacht akkoord in die overweldigende herfstelegie?’

Het orkest zat tijdens Saraste’s pleidooi voortdurend op het puntje van de stoel. Hun betrokkenheid bleek al in de pauze, die verschillende musici deels benutten om nog enkele maten uit hun partij door te nemen. De celli grepen tijdens deze vertolking hun kans om de leidende rol die Sibelius hen in de Vierde symfonie toebedeeld heeft, volledig uit te spelen. Ze kregen daartoe alle ruimte van de andere orkestleden, die net als het publiek met gespitste oren luisterden naar de verrassende samenklanken die componist in dit werk bijeengegaard heeft. Van de beduusde reacties die de première van dit werk ooit losmaakte was in De Doelen geen sprake. Wel van hartgrondig, eensgezind applaus en regelmatig bravo-geroep.

Sibelius en Saraste hebben het Rotterdamse publiek in diepe vervoering gebracht. Vol verwachting mag worden uitgezien naar het vervolg komend najaar.

Elger Niels

You May Also Like

Voorronde Nationaal Cello Concours mannelijke aangelegenheid

De Cello Biënnale online is een dappere onderneming om het gemis van de Cello Biënnale live te compenseren

Shani, Soltani en Capucon triomferen in Tripelconcert Beethoven

Krystian Zimerman en het Concertgebouworkest spelen meesterlijke Beethoven