DNO schiet met wervelende Mahagonny in de roos

 

Kurt Weil: Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny 6-9-2023 in De Nationale Opera,

Door Thea Derks

 

Dreigend marcheren koor, solisten en figuranten op ons af en spugen ons in het gezicht: ‘Kunnen onszelf en jullie en niemand helpen!’ De goed gevulde Stopera barst los in een ovationeel applaus, met luid gejoel en gejuich. Niet één boeroeper verstoort de algehele euforie over Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van componist Kurt Weill en librettist Bertolt Brecht. Terecht, want met zijn meeslepende regie heeft Ivo van Hove de boodschap van deze opera uit 1930 in het hart weten te treffen: het is ieder voor zich en als iemand trapt, dan ben ik het en wordt iemand getrapt, dan ben jij het.

Die boodschap is actueler dan ooit. Het individualisme is inmiddels zó ver doorgeschoten dat we enkel nog oog hebben voor ons eigen belang en vergeten dat we daarmee andermans belang wellicht schaden. Via social media verspreiden we geïdealiseerde beelden van een hedonistisch leven vol genot en succes, dat geen ruimte laat voor donkere wolken. Tegelijkertijd ontpoppen we ons op diezelfde kanalen als anonieme kuddedieren, die bij de minste of geringste ophef klaar staan om zonder enige onderbouwing de ander genadeloos aan de schandpaal te nagelen.

 

 

 

 

Mahagonny beschrijft een drietal criminelen dat met de politie op de hielen geen andere uitweg ziet dan een nieuwe stad te vestigen in de woestijn. Onder leiding van de onvervaarde Leokadja Begbick (de imposante mezzo Evelyn Herlitzius) kloppen Dreieinigkeitsmoses (de bariton Thomas Johannes Mayer) en Fatty (de pittige tenor Alan Oke) bezoekers van deze ‘valstrikstad’ geld uit de zak, met een onuitputtelijk aanbod van seks, eten, drank en boksen.

Massaal stromen hoertjes en genotszoekers toe, onder wie een viertal houthakkers die een fortuin hebben vergaard in Alaska. Onder hen ontpopt Jim (Nikolai Schukoff) zich als de enige met nog iets van een vrije geest en moreel kompas. Al snel constateert hij dat het leven in Mahagonny ledig is en niemand gelukkig zal maken. Wanneer zijn kompaan Jack (de tenor Iain Milne) afdingt op de prijs voor de prostituee Jenny (Lauren Michelle), biedt hij aan haar te nemen en als Joe in de boksring aantreedt tegen de onoverwinnelijke Dreieinigkeitsmoses is hij de enige die geld zet op zijn vriend.

 

 

 

 

Deze loyaliteit komt Jim duur te staan. Het waren zijn laatste dollars en als Joe in de ring wordt doodgeslagen, kan hij zijn rekeningen niet meer betalen. Niemand schiet hem te hulp, zelfs zijn liefje Jenny niet en hij wordt in een schijnproces ter dood veroordeeld. Van Hove visualiseert de strijd van het individu versus de massa treffend. Vaak staat Jim alleen tegenover een groep mensen, die vervolgens uitwaaiert in nieuwe formaties, om Jack verlekkerd aan te moedigen zich dood te eten en Dreieinigkeitsmoses aan te vuren Joe tot moes te slaan.

Van Hove heeft de verleiding weerstaan de opera al te opzichtig naar onze tijd te verplaatsen. Wel knipogen de live geschoten en op groot doek geprojecteerde close-ups naar de huidige selfiecultuur. De zangers zingen recht in de camera, waarbij de hoertjes ons uitdagen met sensuele mimiek en de mannen lollige grimassen trekken. Helaas lopen beeld en geluid niet synchroon. Zo hoor je de tekst van de bekende Alabama-Song eerder dan je de lippen van Lauren Michelle ziet bewegen. Een doodzonde, want met haar ingeleefde spel en wendbare stem is de Amerikaanse sopraan de gedroomde Jenny: moeiteloos schakelt zij van fluweelzacht gefleem naar fel gekrijs als de situatie daarom vraagt.

 

 

 

 

Door het geheel op een filmset te plaatsen, onderstreept Van Hove het artificiële karakter van Mahagonny; eigenlijk houdt iedereen zichzelf hier voor de gek. De aankondigingen van de scènes worden op een scherm geprojecteerd en sommige handelingen worden via zogenoemde greenscreens gesimuleerd. Zo wordt op het doek een prostituee vanachteren genomen door een schier eindeloze rij mannen, maar zien we op het greenscreen ernaast hoe zij op het ritme van de muziek stootbewegingen maken tegen een houten staketsel. De vrouw in kwestie beweegt haar kont ritmisch mee, terwijl ze dodelijk verveeld de camera in kijkt, tot hilariteit van de zaal.

 

 

 

 

Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny zit boordevol meeslepende songs, die door Weills echtgenote Lotte Lenya onsterfelijk zijn gemaakt. De veel gecoverde Alabama-Song, Havana-Song en Wie man sich bettet lopen als rode draad door het verhaal, waarbij de tekst telkens een iets andere lading krijgt. Zo sticht het criminele drietal de stad omdat er elders ‘te weinig rust en eendracht’ heerst, maar dreigen de bezoekers al snel weg te lopen omdat hier in Mahagonny juist een teveel van is. Maar ook als men daarna alle remmen losgooit, brengt dit geen geluk. Op zijn schavot bezingt Jim opnieuw dat niemand in Mahagonny gelukkig zal worden: ‘De vreugde die ik kocht was geen vreugde, de vrijheid die ik kocht geen vrijheid. Ik at en was niet voldaan, ik dronk en werd dorstig.’

Weill schreef zinderende muziek voor Mahagonny, die de volle tweeënhalf uur blijft boeien en een hoog meezing-gehalte heeft. Jazzy passages met gestopte trompetten en omfloerste saxofoons worden afgewisseld met ingetogen bachiaanse koralen, weemoedige duetten en kwartetten en opruiende straatliederen. Instrumenten als accordeon, banjo, citer en gitaar kleuren het geheel bij wijlen naar populaire muziek. Weill weet met simpele middelen grote spanning te generen, zoals de lage, omineuze strijkersdrone waarmee hij de laatste woorden van Jim onderstreept. De Duitse tenor Nikolai Schukoff is een rasacteur met een dijk van een stem, ondanks een soms wat metalige randje.

 

 

 

 

Ook de overige solisten zijn goed gecast en het Koor van de Nationale Opera schittert in de vele, soms ontroerende koorpassages. Het Nederlands Philharmonisch Orkest kon wat puntiger zijn in de kekke ritmiek en ruige klank die zo eigen is aan de muziek van Weill. Maar de in moderne muziek gespecialiseerde dirigent Markus Stenz zal in de komende voorstellingen de puntjes vast wat dichter op de i weten te plaatsen. Speciale lof ook voor de cameraman, die de hele avond onvermoeibaar met zijn zware apparaat de personages op hun huid zit.

 

 

 

 

Met deze in 2020 wegens corona vervallen productie van Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny schieten regisseur Ivo van Hove en De Nationale Opera vol in de roos.

Credit: © Clärchen & Matthias Baus | De Nationale Opera

 

Info:

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2023-2024/aufstieg-und-fall-der-stadt-mahagonny

 

You May Also Like

Een korte impressie van de Dag van de Franse barok

Hamelin: onopvallende pianoreus

Surinaamse opera uit 1906 herklinkt in uitverkocht Concertgebouw

Een piano, contrabas, blokfluiten en een wedstrijd: Alba Rosa Viva!