Energiek eerbetoon aan Saint-Saëns door SoundWave Collective o.l.v. Libia Hernandez

 

Gehoord: 7/11, Dominicus Kerk, Amsterdam

 

Veel grote concertzalen hebben een orgel, maar daar wordt zelden op gespeeld. Een van de werken waarmee het stof wel eens uit de pijpen wordt geblazen, is de Derde symfonie van Saint-Saëns (1835-1921), bijgenaamd de ‘orgelsymfonie’. Dat is in zoverre verwarrend dat er in het in twee hoofddelen opgesplitste vierdelige werk uit 1886 eigenlijk maar weinig orgel voorkomt. Er is eerder sprake van een ‘symfonie met orgel’ en ook met piano twee- en vierhandig, want de honderd jaar geleden overleden componist hield niet van harp, zodat hij besloot passages in het tweede gedeelte van zijn symfonie te kleuren met betoverende ‘pianoklokjes’- achtige geluiden. Saint-Saëns schreef zijn derde symfonie in opdracht van de Royal Philharmonic Society in Londen en droeg het stuk op aan Liszt. ‘De kunstenaar die zich niet volledig bevredigd voelt door elegante lijnen, door harmonieuze kleuren en door mooie opeenvolgingen van akkoorden, begrijpt de kunst van de muziek niet,’ meende Saint-Saëns, die in zijn tijd al doorging voor een onmiskenbaar vakman op het gebied van de orkestratie.

 

 

Zelf was de componist zó tevreden over zijn Derde symfonie, dat hij verklaarde: ‘Ik heb alles gegeven wat ik te geven had. Wat ik gedaan heb zal ik nooit meer doen.’ In Londen werd het stuk bij de première goed ontvangen, maar een strenge criticus reageerde: ‘Er is veel te bewonderen in deze gloedvolle orkestrale rapsodie, maar we weigeren duidelijk om het een symfonie te noemen.’ En dat is goed omschreven, want het kleurrijke werk met zijn grootse bezetting en nerveuze gedrevenheid in de snellere delen, zijn fantastische klankkleuren, gecompliceerde ritmes en bizarre accenten, ondersteunende en op één moment majestueus bulderende orgelklanken, en zijn opdoemende en weer wegebbende Dies Irae thematiek, is weliswaar geïnspireerd op Beethovens Vijfde symfonie (ook bij Saint-Saëns verplaatst de muziek zich van c klein naar een stralend C groot), maar mist toch de geniale architectuur en samenhang om als één geheel over te komen. Volgens de componist gaat het stuk over ‘wederopstanding’, maar dat dan meer van het symfonische genre dat in Frankrijk door de opera was verdreven en door Saint-Saëns en zijn Société Nationale de Musique nieuw leven werd ingeblazen, dan van de mens die het noodlot trotseert. Of de ‘orgelsymfonie’ een veelkoppige draak of een fascinerend werk vol boeiende ontwikkelingen en fantasierijke klankkleuren is, hangt voor een groot deel van de uitvoering af. Maar het stralende thema van de finale werd wereldberoemd, doordat het gebruikt werd in de film Babe (1995).

 

 

Dirigent Libia Hernandez, die haar loopbaan begon als contrabassist in o.a. het Rotterdams Philharmonisch, nam een dapper besluit toen ze met het onlangs door haarzelf opgerichte SoundWave Collective – samengesteld uit conservatoriumstudenten uit Den Haag, Rotterdam en Amsterdam – besloot de sterfdag van Saint-Saëns te gaan herdenken met dit uitzonderlijk veeleisende werk. Er waren maar twee dagen om te repeteren, maar het hoge niveau van de jonge orkestleden en de grenzeloze muzikale passie van Hernandez, die er met gedreven vakmanschap van nature naar streeft om het allerbeste uit de muziek en het orkest te halen, deden wonderen. Het stuk vloog als een goed geoliede hogesnelheidstrein door de kerk, imponeerde, fascineerde en kwam in de langzame delen tijdelijk tot het soort bezinning, die de componist zelf omschreef als ‘uiterst rustig en contemplatief.’ Zelfs in de Dominicus Kerk, waar onder de hoge gewelven een flinke galm onvermijdelijk was, wisten Hernandez en het uitstekend musicerende SoundWave Collective de veelzijdige, arrogante, eigenzinnige en emotioneel ongrijpbare Saint-Saëns een menselijke stem te geven. Wat nog niet helemaal perfect verliep werd gecompenseerd door inzet, flexibiliteit en enthousiasme.

 

 

Organist Geerten van de Wetering luidde de orgelsymfonie waardig in met de Fantaisie Es-dur pour orgue, die de componist zelf ook vaak gespeeld zal hebben, want behalve een begenadigd pianist was Saint-Saëns een uitstekende organist. In de orgelsymfonie voegde Van de Wetering zich met zijn vorstelijke instrument geraffineerd in het orkestrale geheel, maar waar het aan het begin van het Maestoso even mocht, ging hij los met ‘de stem Gods.’  Het is te hopen dat Hernandez en haar jonge orkest nog veel spannende werken zullen gaan uitvoeren, want de muzikale chemie tussen dirigent en spelers is hoorbaar aanwezig en de onstuimige inzet waarmee gemusiceerd wordt maakt het onmogelijke mogelijk.

 

Wenneke Savenije

Filmopname uit 1914: Saint- Saëns in levende lijve:

https://youtu.be/5Z9kAJUTWUA

Info:

http://libiahernandez.com/index.php

https://nl.soundwavecollective.com

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

You May Also Like

Ligeti’s Le Grand Macabre & Gavrylyuk met Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Elim Chan

Pianist Daniel Ciobanu is een geboren storyteller

Pianokwartet Corneille floreert in Kortenhoef

Elisabeth Leonskaja: groots in Schubert