Feestelijk concert met Yuja Wang in NTR Zaterdagmatinee

 

Door: Willem Boone

Nu het erop lijkt dat het coronavirus weer enigszins onder controle is, krijg je bijna het idee dat veel zaken een première zijn: een volle grote zaal in het Concertgebouw, orkestleden die dicht naast elkaar zitten en gelukkig geen mondkapjes meer dragen. Dat was allemaal het geval bij de NTR Zaterdagmatinee van afgelopen zaterdag. Bij mezelf merkte ik meer ontroering dan normaal: voor het eerst sinds een jaar weer collectief de emoties ondergaan die een groot symfonieorkest bij je oproept. Ontroering merkte ik ook toen ik op het balkon vlakbij mijn eigen plaats impresario Marco Riaskoff in het publiek ontwaarde: het riep natuurlijk herinneringen op aan de afgelopen 30 jaar, waarin ik een abonnement op de serie Meesterpianisten had die door de pandemie tot een onfortuinlijk einde kwam en die ik nog steeds node mis.

Dit concert door het Rotterdams Philharmonisch Orkest zorgde er met een nagenoeg volle zaal voor dat de befaamde akoestiek van de Grote Zaal als vanouds tot zijn recht kwam, meer natuurlijk dan bij de concerten met een bezetting van maximaal 300 man. Toen kreeg het ‘ronde’ geluid bijna iets kils en galmends. Daar was deze middag gelukkig geen sprake van. Het orkest opende met ‘Meander’ van de Nederlandse componiste Mathilde Wantenaar. Een stuk dat met het wiegende begin deed denken aan impressionistische composities als La Mer van Debussy. Opvallend was de fraaie orkestratie die ook de blazers en de harp de ruimte gaf. Wantenaar zei over haar compositie: ‘Ik voelde me geïnspireerd door de beweging van de stroming en de langzaam maar zeker toenemende kracht van de stroming, die uiteindelijk barst in de meanderdoorbraak.’ Dat heeft zij overtuigend vormgegeven, want het stuk werkte langzaam maar zeker naar een climax toe, waarna het alsnog rustig eindigde. De componiste had aanvankelijk een muzikale reactie op de coronacrisis willen schrijven, maar dat idee liet zij later los. Maar haar woorden in de toelichting zullen elke muziekliefhebber – niet alleen degenen die bij dit concert aanwezig waren! – uit het hart gegrepen zijn: ’Het voelde het afgelopen jaar vaak alsof ik verdwaald was in een uitzichtloze barre woesternij en ik was de muziek soms echt kwijt. Ik hoop dan ook vurig dat de zalen nooit meer zo lang dicht zullen gaan. Zonder muziek droogt alles op.’

Daarna was de beurt aan sterpianiste Yuja Wang in het Tweede pianoconcert van Sjostakovitsj. Als wel vaker liet de componist in dit concert zijn gezicht niet echt zien: het eerste deel begon aregloos en nietsvermoedend, bijna ‘koddig’, gevolgd door een typisch fanfare-achtig motief waartoe Sjostakovitsj vaak zijn toevlucht neemt. Yuja Wang speelde haar partij onberispelijk: gekleed in een van haar bekende outfits (kort rokje en stilettohakken) zat zij rustig aan de vleugel en maakte zij niet meer van haar aandeel dan het is: een wat vreemd concert waarin de componist een lange neus lijkt te maken naar onder meer traditionele virtuoze soloconcerten, althans in de hoekdelen. Daarin ontbreken eigenlijk meeslepende melodieën, die hij interessant genoeg in het tweede deel wel voorschrijft. Dat deel zou het in een muzikale quiz goed doen: lang niet iedereen zou bij deze dromerige en gevoelige muziek aan Sjostakovitsj denken! Wang speelde het delicaat, in nauwe samenwerking met orkest en dirigent Lahav Shani. Als gezegd, deed haar rustige, geconcentreerde houding aan de piano zonder de overbodige en storende gebaren van haar collega en landgenoot Lang Lang weldadig aan. Het derde deel leek in grote trekken op het eerste deel. Daar waar de componist in zijn Eerste pianoconcert op muzikale manier verwees naar Beethovens Appassionata, deed hij dat hier naar de eerste etude uit de bij veel pianostudenten beruchte bundel van Hanon, ongetwijfeld om zijn zoon Maxim, voor wie hij dit concert schreef, te plagen. Ook hier leverde Wang, wie technisch geen zee te hoog gaat, een briljante prestatie, maar als compositie liet dit pianoconcert een wat onbevredigende indruk achter. Het is kort (iets langer dan het eveneens korte Eerste pianoconcert van Prokofiev) en muzikaal wat ‘flauw’. Niettemin was het interessant om het weer eens te horen spelen, want de meeste pianisten kiezen voor het Eerste pianoconcert. Hopelijk kan het Rotterdams Philharmonisch Orkest ooit eens het onbekende, maar zeer interessante Pianoconcert van Moszkofski programmeren… Wang oogstte ovationeel applaus bij het publiek, dat zij allereerst beantwoordde met een virtuoze toegift (van Kapustin?). Daarna speelde zij samen met Shani, een muzikale alleskunner, een fantastische dirigent en een uitstekend pianist, een tweede toegift in de vorm van een Hongaarse dans van Brahms.

Na de pauze kreeg het Rotterdams Philharmonsch Orkest alle ruimte om te schitteren in de Symfonische Dansen van Rachmaninoff.  Het orkest, dat wat mij betreft nooit ondergedaan heeft voor het Koninklijk Concertgebouw Orkest, bewees zijn wendbaarheid in Russische muziek, amper twee weken nadat ik het onder Gergiev in Tschaikofsky’s Pathétique gehoord had en nu onder leiding van een niet-Russische dirigent. Rachmaninoff maakte van zijn laatste werk, de Symfonische Dansen, twee even aantrekkelijke versies: een voor twee piano’s en een voor orkest. Uiteraard komen de kleuren meer tot uitdrukking in laatstgenoemde versie, bijvoorbeeld in de saxofoonsolo in het eerste deel. Daarnaast had de fluit ook fraaie solo’s. De donkere kleuren kwamen vooral in het derde deel mooi tot hun recht en het Dies Irea-motief dat Rachmaninoff citeert klonk duidelijker dan in de versie voor twee piano’s. Het slot was verblindend en leverde een terechte ovatie voor dirigent en orkest op. Dit concert smaakte bepaald naar meer, hopelijk zullen er daar nog vele van volgen!

Info:

 

You May Also Like

Vrolijke semiscenische operaparade met het Orkest van de 18e Eeuw en Mozart

Sexy Mozart-duo’s door Thomas Beijer en Nicolas van Poucke

Troubadours

Grosvenor en Soltani veel sterkere spelers dan Park en Ridout