Festival Nacht van de Viool één groot feest

 

 

Van jazz en klassiek tot Arabische Makam en Indiase Raga

Gehoord: 27/1, zes podia in TivoliVredenburg, Utrecht

Door Wenneke Savenije

 

 

‘Een viool heeft veel weg van een vrouw, kan net zo wispelturig zijn, maar als je de goede snaar weet te raken dan kun je er alles mee doen’

                                                                                                                                                        Theo Olof (1924-2012)

 

 

Festival Nacht van de Viool

Etnisch-culturele diversiteit, inclusiviteit en veelzijdigheid zijn in de mode, dus ligt het voor de hand dat Aart-Jan van de Pol, organisator van het Festival Nacht van de Viool en directeur van Het Nederlands Vioolconcours, er verstandig aan denkt te doen om vast op de troepen vooruit te lopen. Want al is het in 1967 opgerichte Oskar Back Concours, dat als onderdeel van Het Nederlands Vioolconcours eens in de twee jaar wordt gehouden, nog altijd een belangrijk instrument om de kwaliteit van het Nederlandse vioolspel op peil te houden, de jongste generatie musici kijkt graag verder dan Bach, Beethoven en Brahms en een beetje een violist kan méér dan Bachs Sonatas & Partitas of Paganini’s 24 Caprices perfect spelen. ‘Om relevant te kunnen blijven moet het vioolconcours breder,’ verklaarde Van de Pol onlangs in NRC Handelsblad. Dus bedacht hij een multicultureel vioolevenement om de bakens al een beetje te verzetten, zodat de vioolvloot kan uitwaaieren over de wereldzeeën.

 

 

Jonge musici opereren graag grens vervagend of grensoverschrijdend, het is maar hoe je het bekijkt. Ze laten zich niet voor één gat vangen, onderzoeken de muziek uit andere culturen, improviseren en experimenteren met genres en stijlen die ze tijdens hun klassieke opleiding aan het conservatorium niet per definitie krijgen aangereikt en mixen Bach met elektronica, of Pärt met drumms en Pergolesi. Verbinding, vermenging en vrijheid zijn sleutelbegrippen, alles is mogelijk en niets is verplicht. Nu waren er onder de grote violisten uit het verleden ook al vrije geesten die op onderzoek uitgingen in andere culturen, waaronder Sir Yehudi Menuhin (1916- 1999), die niet alleen aan yoga deed, maar ook zijn licht opstak bij de Franse jazzviolist Stéphane Grappelli en de Indiase sitarspeler Ravi Shankar. En daarmee was Menuhin zijn tijd een halve eeuw vooruit, want wat hij deed is voor de jongste generatie violisten al bijna de normaalste zaak van de wereld. Menuhin ging op muzikale expeditie toen hij als klassieke violist al het hoogst denkbare had bereikt. Hij deed onderzoek vanaf de top van de Olympus, terwijl de generatie van nu van onderaf aan begint. In hoeverre de kunst van het vioolspel daaronder zal gaan leiden is de vraag, omdat versnippering van de focus natuurlijk altijd ten koste van iets gaat, maar in tijden waarin muziek vooral politiek correct entertainment voor iedereen moet zijn is dat misschien helemaal geen probleem.

 

Photo of Lord Yehudi MENUHIN; Yehudi Menuhin and Ravi Shankar performing on stage, rehearsal (Photo by David Farrell/Redferns)

 

Statement van de Nacht van de Viool was dat de viool niet langer kan worden gezien als het exclusieve eigendom van klassieke violisten uit het Westen, die hun kunst trouwens voor een belangrijk deel hebben afgekeken van de zigeunerviolisten uit Midden- en Oost-Europa. Op een viool, die niet voor niets voor ‘de koningin onder de instrumenten’ doorgaat, is bijna alles mogelijk in alle denkbare muziekstijlen: zingen, swingen, huilen, dansen en tokkelen. Zo kwam Van der Pol tot het eigentijdse concept van een multicultureel vioolfestival dat het instrument en haar bespelers op allerlei manieren belicht. Laagdrempelig van opzet en bedoeld voor een divers publiek, dat overigens wel de moeite moest nemen om via steile trappen tot in de nok van TivoliVredenburg te klauteren, waar zich allemaal kleine zaaltjes bevinden. De ooit klassiek opgeleide jazzviolist Tim Kliphuis werd aangetrokken als adviseur, spreekstalmeester en violistisch bindmiddel, een rol die hij met humor en allure speelde.

 

 

En zo stonden de bezoekers aanhet begin van de avond voor de keuze of ze naar Hertz (Ierse fiddler met Catherine McHugh op piano), Cloud Nine (violiste Lenneke van Straalen & tabla speler Heiko Dijker spelen raga’s), Club Nine (violiste Moniek de Leeuw met tapdans en gitarist Frank de Kleer), The Pit (Paganini battle met o.a. Iris van Nuland en Joshua Tavenier), Park 6 (Silent Disco op vioolmuziek) of Punt Foyer (opname podcasts door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds) zouden gaan. Ook een probleem van deze tijd: er is zoveel om uit te kiezen, dat de stress regelmatig toeslaat. Zelf koos ik voor de Indiase raga’s en daar kreeg ik geen spijt van, want Lenneke van Straalen is – in lotushouding, de krul van haar viool naar beneden gericht- een absolute virtuoos in het spelen van de raga’s waardoor ze al jaren geleden gegrepen werd. Ook als duo bleken Van Straalen en tabla speler Dijker uitstekend aan elkaar gewaagd: ze inspireren elkaar, voelen elkaar feilloos aan en geven elkaar alle ruimte om deels improviserend de Indiase muziek alle recht te doen.

 

 

Vervolgens koos ik voor de Paganini battle, waar de stoutmoedige en veelbelovende Iris van Nuland het spits afbeet met een virtuoos maar lichtvoetig en vol vaart gespeelde Paganini Caprice, gevolgd door een meer dramatische en diepzinnige Paganini door de getalenteerde Joshua Tavenier. Er volgden nog een overtuigende Caprice door Van Nuland en een solostuk van Ysaÿe door Tavenier, maar de strijd tussen beide jonge laureaten van het Nederlands Vioolconcours 2022 eindigde in een verzoenend en virtuoos gespeeld vioolduet. ‘Want we zijn eigenlijk helemaal geen concurrenten, we kennen elkaar al heel lang en we respecteren elkaar’, lichtte Van Nuland lachend toe. De andere strijdende laureaten, heb ik helaas gemist omdat ik Isabelle van Keulen tango wilde horen spelen. Daarvoor moest ik naar Hertz mainstage waar de violiste, die al van jongs af aan idolaat is van de Tango Nuevo van Piazzolla, met haar eigen Isabelle van Keulen Ensemble – bestaande uit bandoneonist Christian Gerber, contrabassist Rüdiger Ludwig en pianiste Ulrike Payer – het publiek met warmte, vuur en passie meevoerde naar zwoele avonden, melancholieke herinneringen, opzwepende liefdesavonturen in Argentinië, waar het goed toeven bleek.

 

 

In dezelfde zaal maakte Roby Lakatos, de grootste onder de zigeunerviolisten, zijn opwachting met de virtuoze Jenö Lisztes op cimbalon. Nu brak letterlijk de vioolhemel open, want de kogelronde, in het rood gestoken Lakatos speelt geen viool, hij IS de viool en alle razend virtuoze capriolen die hij uithaalt op zijn instrument lijken hem geen enkele moeite te kosten. Superieur switcht hij tussen klassiek, jazz, gipsy en improvisatie, waarbij Lisztes zich opstelde als een al even geniale en virtuoze cimbalonspeler. Het meisje Julia uit het oosten des lands werd door Lakatos van stal gehaald om het publiek te laten horen dat hij probeert de fakkel van zijn kunst door te geven aan jongere generaties, zelfs als dat geen gipsy’s zijn. En de kleine Julia weerde zich dapper, liet zich violistisch uitdagen en speelde de Hongaarse melodieën die Lakatos haar aanreikte lang niet slecht. Enigszins gefrustreerd dat het hierna alweer tijd was voor het slotconcert, terwijl er nog zoveel andere violisten op het festival rondliepen die ik óók graag had gehoord, bleef ik zitten waar ik zat in Hertz.

 

 

Tim Kliphuis nam de leiding over de feestelijke afsluiting, die neerkwam op een violistische circusparade waarin tot mijn grote vreugde vrijwel alle violisten langskwamen die ik had gemist. Kliphuis begon met een paar gipsy jazznummers, met contrabassist Nick McGuire en gitarist Mozes Rosenberg, die als rechtgeaard lid van de bekende Sinti-muziekfamilie al net zo superieur en volstrekt natuurlijk musiceerde als Lakatos. Kliphuis zelf kwam verrassend goed mee en ontpopte zich als een Grappelli-achtige tovenaar op zijn viool, waarna hij met humor de rest van de avond aan elkaar praatte, die neerkwam op een vrolijke aaneenschakeling van mini- solo’s door alle genoemden en de Marokkaanse violist Abderrahim Semlali, Ahmed El Maai op Ud, violiste Merel Vercammen (op elektrische viool), violist en componist Yannick Hiwat, de Syrische violist Anan Al-Kadamani, urbanvioliste Shauntell Baumgard, veelzijdig jong viooltalent Valentine Blangé met gitarist Cem Karayalçin en Pablo Rodriquez, die zijn viool vaak als ritmisch instrument gebruikt.

 

 

Het was ontroerend om te horen hoe bloedserieus en droevig de vioolmuziek uit Syrië klonk, en hoe decoratief en verfijnd de Marrokkaanse Semlali zijn viool bespeelde. Met uitzondering van de vrolijke en muzikaal door de wol geverfde Kliphuis, manifesteerden de Hollandse violisten zich een beetje onwennig, maar omdat de besnorde vioolgigant Lakatos ook in dit bonte gezelschap weer de muzikale leiding nam werd het één groot vioolfeest.

Wenneke Savenije

 

 

Info:

https://www.tivolivredenburg.nl/agenda/nacht-van-de-viool-27-01-2023/

https://www.nederlandsvioolconcours.nl

https://www.muziekinstrumentenfonds.nl

 

You May Also Like

Succesvolle afsluiting tournee Nederlands Studentenorkest in Het Concertgebouw

Een korte impressie van de Dag van de Franse barok

Hamelin: onopvallende pianoreus

Surinaamse opera uit 1906 herklinkt in uitverkocht Concertgebouw