Francis en Dominic zijn klaar met dat ‘stijve gezeik’ in de klassieke muziekwereld

Gehoord: 1 juli, TivoliVredenburg, Utrecht

Door Suus Blanke

 

Een paar jaar voor de laatste eeuw wisseling, reisde ik voor langere tijd door de Verenigde Staten. Het was een fantastische ervaring. Toch was ik blij te kunnen terug keren naar Europa, omdat ik niet tegen de commerciële instelling en (culturele) leegte van Amerika kon. Zo ging ik in San Francisco naar een klassiek concert. Het Amerikaans publiek zong staande (bij aanvang en aan het einde van het concert), onder begeleiding van het orkest Climb Every Mountain uit de The Sound of Music. Alsof het hun volkslied was. Verder werden de solisten als de popsterren van de show door de dirigent voorgesteld. Terwijl het niveau van solisten en orkest helemaal niet slecht was, verlangde ik toch naar de rustige en respectvolle sfeer in het Concertgebouw in Amsterdam.

Helaas heb ik de laatste 25 jaar met lede ogen moeten aanzien, dat deze Amerikaanse, op geld beruste tendens, ook in Europa met open armen is ontvangen. Door alle bezuinigingen en ideeën over de gesubsidieerde linkse hobby, hebben een aantal (goede) musici in Nederland, nu ook dit (Amerikaanse) commerciële pad betreden. Zo hebben Francis van Broekhuizen (sopraan) en Dominic Seldis (contrabas) hun populariteit onder breder publiek te danken aan optredens op radio en televisie. Seldis (1971), contrabassist van het Concertgebouworkest, is bekend als grappig, Engelssprekend, jurylid in het televisieprogramma Maestro. Van Broekhuizen (1975) heeft in dit programma gezongen, maar laat ook haar ideeën met een enorm Rotterdams accent horen op radio 4. Eigenlijk duikt ze overal op, waar het maar mogelijk is……… We weten (bijna) alles over hun privélevens via Social Media, maar ze staan met hun besognes ook in de bekende tijdschriften. Francis schreef zelfs een autobiografische verhalenbundel: ‘Bij twijfel hard zingen.’

 

 

 

 

En dat kan met je mooie stem gebeuren, wanneer je het pad van de showbizz opgaat. Dan ga je vooral hard zingen. Soms zelfs met een Rotterdams accent en een heel groot overdreven vibrato. Meer dan een show blijft er dan niet over……

En dat is toch bijzonder jammer, wanneer je Cum Laude bent afgestudeerd aan het Conservatorium van Amsterdam, kansen hebt gekregen bij de Dutch National Opera Academy en (halve) finalist was bij diverse-zang concoursen. Op oudere opnames is te horen dat Francis wel degelijk verfijnd, met een mooie klank, kan zingen. Er volgden voor haar dan ook rollen bij Opera Zuid, de Nederlandse Reisopera en De Nederlandse Opera. Van Broekhuizen maakt ook haar eigen muziektheaterprogramma’s, waarbij ze vaak wordt begeleid door pianist Gregor Bak. Ze wisselt dan haar komische conferences af met het zingen van liederen.

 

 

 

 

Dominic Seldis heeft ook een degelijke opleiding op de contrabas genoten aan de Chetham’s School of Music in Manchester en de Royal Academy of Music in Londen.

In 1992 stak hij over naar het vaste land van Europa om te gaan studeren aan het Mozarteum in Salzburg. Na een aantal functies op het continent Groot Britannië, werd hij in 2008 eerste solist bij de contrabassen van het Concertgebouworkest.

In datzelfde jaar werd hij door de BBC uitgenodigd als jurylid van de originele versie van Maestro. Toen het televisieprogramma in 2012 naar Nederland overwaaide, lag het voor de hand, dat hij ook daar jurylid werd. Zijn komisch talent viel op en hij werd op meerdere platforms uitgenodigd. Alles in de Engelse taal. Nederlanders accepteren dit kennelijk……….. Ook ontwikkelde Seldis voor theater- en concertzalen zijn eigen show Maestro!

Dat smaakte kennelijk naar meer. Zo lag het voor de hand dat Francis van Broekhuizen en Dominic Seldis de samenwerking aangingen in de Francis en Dominic Show. Om samen klasssieke muziek naar de mensen te brengen.

 

 

Aan de inleidende tekst van TivoliVredenburg in Utrecht, dacht ik te lezen dat het vooral voor jong, nieuw publiek was bedoeld. In de praktijk bleek het tegendeel waar. Voor een behoorlijk hoge entree-prijs, zat er vooral oud publiek een avondje te genieten. We kregen geen programmaboekje, zodat we niet wisten welke muziek er zou klinken, wie er zou spelen en wie het concept had bedacht en geregisseerd.

Op het podium was een kleedkamer in het theater gecreëerd. Daarboven hing een filmscherm waarop bij aanvang een grappige tekenfilm geprojecteerd werd. Daar was te zien hoe Dominic een Engelse dubbeldekker nodig had om alle bagage van Francis te vervoeren, voor aanvang van de voorstelling. De zangeres kwam daarna het podium op in een joggingpak, met de mededeling, dat het er heel erg lelijk was. Zij ging het gezelliger maken, met een deken met een portret van Maria Callas erop. Deze operazangeres heeft haar geïnspireerd en ze is daarom een enorme fan van haar. Tevens was het (heimelijk) de aankondiging van Francis nieuwe programma Maria Callas 100 jaar- een leven in Aria’s. Samen met het Phion reist van Broekhuizen aan het einde van 2023 door het land, om het leven van de beroemde operadiva te verklanken.

 

 

 

 

Het eerste deel van deze avond speelde dus af in deze kleedkamer, voor aanvang van een voorstelling. Er onstonden allerlei conversaties tussen beide musici, wat steeds leidde tot een stukje muziek of een aria. Achter een doorzichtig scherm kon je heel vaag een orkest waarnemen, die de twee solisten begeleidde. Vaak trad Seldis op als dirigent, staande in de kleedkamer, maar zichtbaar voor het ensemble. Het zag er komisch uit. Want het leek erop dat hij niet verder kwam als het slaan van de maat, maar hij wist de boel goed bij elkaar te houden.

Als eerste ging de conversatie over Mario Lanza. Een veelbelovende operazanger, die filmster werd. Heel toepasselijk in de context van dit programma. Het enorme vibrato van de Francis, die Granada zong, was nog niet zo heel storend. Dat werd het wel toen de zangeres begon over de uitspraak van minister Hugo de Jonge in de Corona-periode. Zijn voorstel was dat we beter (in plaats van naar het theater of concertzaal te gaan) thuis een dvd’tje konden bekijken. Als protest heeft Van Broekhuizen op het Binnenhof When I am Laid in earth uit de opera Dido and Aeneas van Henry Purcell gezongen. Dat deed ze ook in deze show, waar werkelijk alle verfijndheid, inleving en leed ontbrak. Dat maakte het voor mijn oren een even pijnlijk moment, als die uitspraak van Hugo de Jonge. Daarentegen verzorgde Seldis een prachtig ingetogen, naar omlaag bewegende, begeleiding op zijn contrabas. En dat is op het grote logge instrument geen makkelijke opgave.

Zo bleef het de gehele voorstelling: Een fijnzinnig spelende bassist en een met overdreven vibrato zingende sopraan. Zeker aan haar enorm gegroeide kracht was te horen, dat ze eigenlijk veel beter kan. Persoonlijk vind ik dit geen manier van zingen, om het publiek bij de opera te krijgen. Maar vanwege haar komisch talent (dat ze zeker heeft), lopen de mensen met haar weg. Zo liet ze vaak horen hoeveel inspanning het zou kosten om iets te zingen. Ze liep te puffen en te hijgen en vroeg om een ‘colaatje’. Op andere momenten zong ze weer moeiteloos in gekke houdingen, wat eruitzag of zo zingen onmogelijk zou zijn.

 

 

 

 

Zelf vond ik het ook storend dat Seldis de gehele voorstelling Engels sprak. Vooral omdat er zoveel ouderen in de zaal zaten, voor wie deze taal niet zo eigen is als bij jongeren. Maar met zijn charme maakt hij handig gebruik van het feit, dat hij het Nederlands (waarschijnlijk) niet heel goed beheerst. Zo leerde hij ons b.v. het verschil van de uitspraak van Persil (schoonmaakmiddel) en Purcell (componist). Wat natuurlijk heel grappig was. Ook maakte Dominic veel gebruik van zijn Engelse roots. Zo vertelde hij dat de compositie van landgenoot Elgar, Land of hope and glory, van vóór de Brexit is. Nu vindt hij Engeland ‘The land of Godverdorie’. Edward Elgar schreef dit werk inderdaad in 1902 voor The Night of the Proms, toen het koloniale Britse Rijk zijn grootste omvang kende. Nu vormt het een vast onderdeel van de Londense Last Night of the Proms, waarbij de tekst luidkeels door het publiek wordt meegezongen.

Tijdens de gesprekken van Seldis en Francis kwamen veel bekende Nederlanders langs als André van Duin en Candy Dulfer. Vlak voor aanvang van ‘hun voorstelling’ (na de pauze) speelden en zong het koppel muziek uit hun favoriete musicals. Voornamelijk die van Rodger and Hammerstein, zoals South Pacific, Oklahoma, Carousel en natuurlijk The Sound of Music.

 

 

Na de pauze was het podium omgetoverd in een concertpodium, waar het orkest wel goed zichtbaar was. Francis speelde de opera diva, die een lied uit The West Side Story heel vals zong. Dominic acteerde en was echt de dirigent. Dat gaf hem de gelegenheid naar het einde van de voorstelling de musici aan het publiek voor te stellen, waarbij alleen hun voornamen werden genoemd. Het ensemble bestaande uit een pianiste, strijkers, harp en een ritmesectie, deed mij denken aan een ensemble als Fuse. Hun begeleiding was een goede, strakke basis voor de voorstelling, zonder op de voorgrond te treden. Mensen uit het publiek werden uitgenodigd te spelen en te dirigeren, met onder anderen aanwijzingen via het filmscherm. Alleen pakte alles anders uit dan de kandidaten verwachtten.

Als Engeland versus Nederland klonk I am dreaming of the mountains van Gwynn Williams en Onder de bomen van het plein van Max Tak, volgens Seldis gezongen door ‘William Alberti’. De enige opera-aria die we te horen kregen was het beroemde O mio bambino caro uit de (komische) opera Gianni Schicchi van Giacomo Puccini. De ‘diva’ van Broekhuizen zong met overdreven uithalen, waarop het publiek begon te lachen. Doodzonde, met zo een mooie aria, de klassieke muziek belachelijk te maken in de concertzaal. Zelf stelde de zangeres, dat ze ‘klaar was met het stijve gezeik in de klassieke muziek.’

 

 

 

Vervolgens zong ze La vie en Rose, gezongen door Edith Piaf. Francis mistte de Franse verfijndheid en het leed van deze beroemde zangeres. Seldis speelde een stukje uit de Enigma variaties van wederom de Engelse Edward Elgar. Het werd een ontroerend moment.

Bijna aan het einde van de show kwam dan toch Climb Every Mountain uit de Sound of Music. Van Broekhuizen heeft immers de rol van Moeder-Overste gezongen in een productie in 2021-2022.

 

Voor beide musici en orkest was het makkelijk geld verdienen op een leuke wijze. De Francis en Dominic Show zat goed in elkaar en het publiek was enthousiast. Seldis en zijn ensemble wisten het muzikale niveau nog enigszins op peil te houden. Maar ik vraag mij wel af, of we met een show als deze, meer publiek naar opera- en concertzalen krijgen. Waarschijnlijk deden de artiesten veel ‘voor de bühne’, zoals met veel vibrato, aanstellerig hard zingen. Maar onze (Europese) cultuur zakt op deze manier wel heel erg af naar een bedenkelijk niveau. Het was een leuk en vermakelijk. Niet meer dan dat.

Suus Blanke.

 

Info:

Aankondiging Francis and Dominic Show:

https://www.youtube.com/watch?v=LV-uizRj40A

Trailer Francis and Dominic Show.

https://www.youtube.com/watch?v=gFze2Fy9_qY

Granada in de Show:

https://www.youtube.com/watch?v=Se2t5K00s0A

Programma:  Maria Callas 100 jaar met het Phion en Francis van Broekhoven:

https://www.phion.nl/mariacallas

You May Also Like

Een korte impressie van de Dag van de Franse barok

Hamelin: onopvallende pianoreus

Surinaamse opera uit 1906 herklinkt in uitverkocht Concertgebouw

Een piano, contrabas, blokfluiten en een wedstrijd: Alba Rosa Viva!