Giltburg: orkestrale allure in monumentale pianosonates

Gehoord: 14 mei, Edesche Concertzaal, Ede

Door Willem Boone

Pianist Boris Giltburg is niet bang uitgevallen om bij een recital direct in het diepe te springen. Bij zijn debuut in de voormalige serie Meesterpianisten in het Concertgebouw speelde hij tijdens de eerste helft de complete Etudes d’exécution transcendante van Liszt en na de pauze de Etudes Tableaux opus 39 van Rachmaninoff. Bij zijn recital gisteravond in de Edesche Concertzaal stonden slechts twee composities op het programma, opnieuw van bovengenoemde twee componisten. Giltburg deed ook ditmaal niet aan ‘inspelen’ of ‘er langzaam in komen’, maar koos ervoor om twee sonates van monumentale proporties uit te voeren. Hoewel verschillend van vorm en inhoud deelden de twee stukken dezelfde thematiek: het leidmotief van Goethes Faust. Bij deze pianist valt op dat hij er altijd zo stralend uitziet wanneer hij het podium betreedt: je zou denken dat er voor hem niet zulke zaken als ‘stress’ of ‘podiumangst’ bestaan. Daarover zei hij ooit zelf dat hij voor het moment van een concert zoveel gestudeerd had – al dan niet met moeizaam resultaat – dat het optreden zelf daardoor als een ware bevrijding komt.

Als eerste speelde hij de Eerste pianosonate van Rachmaninoff, een dramatischer en omvangrijkere compositie dan de Tweede pianosonate die je aanzienlijk vaker hoort. Hij was gewapend met een iPad en op zich was dat te begrijpen, want de hoeveelheid noten in dit stuk is duizelingwekkend. Toch viel op dat hij nauwelijks op de iPad keek en kennelijk toch de noten uit zijn hoofd kende. Direct aan het begin deed zijn toucher aan dat van de componist denken. Gelukkig beschikken we over opnames waarop hij zijn eigen werken uitvoert. Hij speelde met een kenmerkende soberheid en een bronzen klank. Verder was het tempo dat de Russische pianist voor het eerste deel nam een echt Allegro moderato. Het mooie is dat hij een verhaal kan vertellen, ook als dat van epische proporties is, zonder in uitersten te vervallen. In het lange begindeel bouwde hij langzaam naar een climax toe, het deed denken aan een rots die langzaam oprijst. De bassen waren machtig en de klank was bij vlagen orkestraal, waarna het uiteindelijk net zo rustig eindigde als het begonnen was. In het tweede deel viel de tedere toonvorming op. Giltburg wist zonder sentimentaliteit de puurheid van deze muziek die je soms naar de keel grijpt te belichten. Hij heeft duidelijk affiniteit met deze muziek en met de rijke polyfonie ervan. Dat laatste kwam ook tot uiting in het derde deel, waar de componist het bekende Dies Irae-thema citeert. Ondanks de grote hoeveelheid noten was de pianist steeds op zoek naar de onderliggende zangstemmen en was hij er nergens op uit om met technische hoogstandjes te epateren. Daarmee plaatst hij zich in een rijtje van bekende landgenoten die op hun beurt hun sporen verdiend hebben met de muziek van Rachmaninoff: Gilels, Richter, Ashkenazy, Berman en Trifonov om er maar een paar te noemen. De slotmaten waren orkestraal en fenomenaal van intensiteit: zelden hoor je iemand zo’n klank produceren, zonder dat hij door de toon heenslaat. Deze uitvoering had door de grote technische en muzikale beheersing zo op cd gekund!

 

 

 

 

Na de pauze volgde de Sonate in b-klein van Liszt. Tegenwoordig spelen jonge conservatoriumstudenten deze sonate al in hun eerste jaar, ondanks de technisch bepaald niet geringe eisen. In muzikaal opzicht is het stuk nog lastiger: het blijft door het ontbreken van afzonderlijke delen lastig om het als een geheel te spelen, waarbij de laatste noot al in de eerste noot besloten ligt. Daarbij moet de uitvoerende vooral de kunst van de overgangen goed beheersen. Is dat niet het geval, dan klinkt deze sonate verbrokkeld en onsamenhangend. Er zijn voorbeelden bekend van legendarische musici die als geen ander greep hadden op deze weerbarstige materie: als eerste komt de naam van Claudio Arrau op, maar ook Sviatoslav Richter, Sir Clifford Curzon, Alicia de Larrocha, Maurizio Pollini en Krystian Zimerman hadden vat op de structuur, terwijl meer vurige spelers als Vladimir Horowitz, Simon Barere en Martha Argerich juist onnavolgbaar in hun expressieve benadering waren.

Giltburg deed gisteren overigens aan Richter denken door ongewoon lang te wachten voordat hij begon te spelen. Dat deed denken aan het verhaal dat Richter ooit aan de Franse filmer Bruno Montsaingeon vertelde: hij telde alvorens met Liszts Sonate in b te beginnen inwendig tot dertig, wat vaak zo lang duurde dat het publiek er enigszins ongemakkelijk door begon te schuiven.  Al snel werd duidelijk dat Giltburg het in deze uitvoering zocht in details zonder daarbij de grote lijn uit het oog te verliezen. Zijn cantabilespel was indrukwekkend, maar waar nodig greep hij ook in de toetsen met machtige bassen. Het was jammer dat hij het pedaal niet wat langer vasthield na het grote tremolo, net voor de laatste bladzijden. Daar produceert de vleugel een klank die net als bij de sonate van Rachmaninov orkestraal van karakter is en waar vaak al heel snel het pedaal ‘weggehaald’ wordt. De laatste bladzijden waren tekenend voor de intensiteit van de gehele uitvoering.

 

 

Als toegift speelde de pianist het Intermezzo opus 118 nr 2 van Brahms, een van diens meest intieme ontboezemingen, en ook daar wist hij direct de Brahms zo eigen, warme klank voor de geest te roepen. Het steeds weer oproepen van een andere klankwereld is een kwaliteit die echt grote pianisten kenmerkt. Met deze toegift wist hij het publiek met een subtiel gebaar weer met beide benen op de grond te zetten.

Willem Boone

Info:

https://www.edescheconcertzaal.nl

https://borisgiltburg.com

Steun De Nieuwe Muze! Lees ons, volg ons, like ons en neem een abonnement op www.denieuwemuze.nl, waarop vele recensies en artikelen.

You May Also Like

De soundtrack van een circusvoorstelling

Debussy van Jean Yves Thibaudet mist warmte

Verfijnd spel door koor en orkest Les Arts Florissants

Zwarte opera Blue hinkt op meerdere gedachten