Gloedvolle Spaanse zomeravond in het concertgebouw

Gehoord: Het Concertgebouw, 18 augustus 2023

Door Suus Blanke

 

Wie de facebooksite bezoekt van de Spaanse gitarist Rafael Aguirre, ziet een filmpje waaronder hij met trots geschreven heeft, dat het voor hem de eerste keer was dat hij de hoge trap in het Concertgebouw mocht afdalen. Een onvergetelijk moment in zijn carrière. Vervolgens bedankt hij het Concertgebouw, dirigent Thierry Fischer en Orquestra Sinfónica de Castilla y Léon.

Het orkest uit Valladolid (Noordwest Spanje) zat al eerder op het podium en hun nieuwe dirigent Thierry Fischer was deze trap al vaker afgedaald. Hij is in Nederland een goede bekende uit vervlogen tijden van het Nederlands Ballet Orkest, dat hij dirigeerde van 1997 tot 2001. Fischer gebruikte deze avond grote gebaren en wist het orkest ritmisch strak en met temperament te laten klinken. Dat kwam goed uit bij het gekozen programma. Muziek die zich afspeelde op het Iberisch schiereiland, geschreven door zowel Spaanse als Franse componisten. Vreemd genoeg zijn de werken van de Franse Ravel en Bizet vele malen beroemder dan van hun Spaanse collega’s.

 

 

 

 

Het concert begon met Alborado del gracioso (1918) van de Franse Maurice Ravel (1875-1937). Dit werk is eigenlijk een gedeelte uit zijn pianowerk Miroirs. Maar impresario van Ballet Russes in Parijs, Serge Diaghilev (1872-1929), vroeg Ravel dit deel te orkestreren. Zodoende gebruikte Diaghilev dit voor zijn balletvoorstelling Les jardins d’Aranjuez. Het is niet geheel duidelijk wat er met de titel bedoeld wordt, maar kan uitgelegd worden als aubade van de nar. Daarmee werd het publiek meteen in spaanse sferen gebracht. Er klonk een prachtige fagotsolo, maar vooral de castagnetten deden hun werk. Door de sterke dynamische verschillen, werd de fantastische akoestiek (voor wie die nog niet kende) meteen hoorbaar. Voor bezoekers met minder kennis van de klassieke muziek, vond ik deze ‘nar’ wel een pittige binnenkomer.

Maar het tweede werk uit La verbena de Paloma (1894) van de Spaanse componist Tomás Bretón (1850-1923) lag veel makkelijker in het gehoor. Het dans-achtige ritme kende een dankbare fluitsolo en eindigde met enorm tromgeroffel.

Terwijl de gitarist Rafael Aquirre (1985) waarschijnlijk gespannen bovenaan de trap stond te wachten, vond er eerst een enorm changement op het podium plaats. Dat kon niet anders, want een gitaar is een zacht klinkend instrument en zou het nooit tegen het zes koppige slagwerk hebben kunnen opnemen. Alleen 13 (overigens uitstekende) blazers en een aantal strijkers bleven op het podium. Desondanks werd de gitaar (niet hoorbaar) versterkt.

Aguirre speelde het eerste concert dat is geschreven voor gitaar en symfonieorkest; het Concierto de Aranjuez(1939) van zijn landgenoot Joaquín Rodrigo (1901-1999). Rodrigo, die op driejarige leeftijd blind werd door difterie, heeft zijn oren misschien extra goed kunnen gebruiken door zijn handicap. Want hij heeft naar een goede balans gezocht voor gitaar en orkest. Het concert kent daardoor vele solo’s voor de gitaar, of werd alleen begeleid door een solist in het orkest, of zacht spelende strijkers. Er is in deze ook een belangrijke rol voor de dirigent weggelegd, die Fischer goed vervulde.

 

 

 

 

Tijdens het Adagio klonk de melodie die op de gitaar werd gespeeld als een liefdeslied. Het riep de sfeer op van warme Spaanse nachten, waarbij je de wind door je haren voelt gaan. De solo’s die Aquirre speelde werden beantwoord door het orkest met behulp van akkoorden. Naar het einde toe werd het concert wat meer flamenco-achtig. Hoewel Rodrigo de gehele vorige eeuw heeft geleefd, en vele grote collega’s in Parijs heeft gekend, klinkt zijn muziek traditioneel. Omdat Rodrigo een groot deel van zijn leven in Madrid woonde en werkte, hebben de heersende regimes (o.a. Franco) hem er waarschijnlijk van weerhouden het modernere pad op te gaan.

Maar het publiek in het Concertgebouw reageerde uitzinnig, met een staand applaus, op zijn concert én uitvoering door de gitarist Aguirre. Rafael bedankte met een goed ingestudeerd Nederlands: ‘Dank je wel.’ Daarna volgden 2 Spaanse toegiften. Hier kwamen de kwaliteiten van de Spanjaard pas echt tot uiting. Want het is een fijnzinnige kunst wanneer iemand zo mooi een melodie op dit instrument kan spelen, terwijl hij met zijn andere vingers de begeleiding eronder tokkelt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Aguirre vele prijzen in zijn kast heeft staan en al in 44 landen zijn gitaarspel heeft kunnen laten horen. Er zaten kennelijk veel liefhebbers van dit instrument in de zaal, want ze reageerden met veel applaus op de voor hen herkenbare muziek en raakten bijzonder geïrriteerd terwijl er een telefoon afging en er ook een aantal op de grond vielen. Dat kunnen deze tedere klanken echt niet verdragen……

Na de pauze ging dit concert verder met wederom balletmuziek van Ravel. Dit keer de Bolero (1928). Bijna de eerst geschreven minimal music. Het kent weinig melodie en dus veel ritme. Onvergetelijk voor diegene die de (onlangs gerestaureerde) film Les uns et les autres (1981) hebben gezien. Op deze muziek wordt een solo gedanst door één van de meest beroemde Russische balletdansers van de vorige eeuw; Rudolf Nurejev.

Wat mij betreft een slechte keuze, om na een drankje en geklets, mee te starten. Tenzij de dirigent een aantal minuten op de bok had staan wachten, voordat hij het orkest zou aansporen. Terwijl het orkest nauwelijks hoorbaar begon te spelen, bleef het (pauze) geroezemoes in de zaal doorgaan. Toen het orkest wel hoorbaar werd, begon het gekuch onder het publiek. Helaas hebben vele luisteraars daardoor het begin van het werk gemist. Het kan zo spannend zijn wanneer de Bolero nauwelijks hoorbaar met het eerste ritme begint en het uitbouwt tot één groot crescendo. En dat deed het Orquestra Sinfonica de Castilla y León, onder de strakke leiding van Fischer, geweldig. Het publiek reageerde met een uitzinnig staand applaus.

 

 

 

 

Toen het orkest een deel uit de Carmensuite van George Bizet (1838-1875) inzette, begonnen de mensen zelfs uitbundig mee te klappen. Het was beter geweest het publiek na de pauze met deze muziek terug te brengen naar het warme Sevilla en het verhaal van de zigeunerin Carmen. De herkenbare klanken werden zo warmbloedig en vurig vertolkt, dat je zou vergeten dat de componist geen spanjaard is, maar een fransman.

Het concert werd afgesloten met muziek van de uit Spanje afkomstige Manuel de Falla (1876-1946). Inmiddels paste de dirigent ook zijn houding aan en dwong zo af dat het publiek niet meer ging klappen tussen de delen van El sombrero de tres picos (1919). Ook balletmuziek geschreven in opdracht van Ballet Russes. Na een toegift van het orkest ging iedereen blij naar buiten, met de warme Spaanse klanken nog in de oren. De gloedvolle zomerwarmte tijdens het concert werd de gehele avond versterkt door een prachtig warm rood-oranje licht. Toch verliet een oudere luisteraar mopperend het Concertgebouw, dat deze onzinnige verlichting gelukkig in september weer uit de zaal wordt gehaald……..

Suus Blanke

 

 

El sombrero de tres picos

 

Info:

 

Een klein gedeelte uit het gitaarconcert van Rodrigo gespeeld door Aguirre:

https://www.youtube.com/watch?v=IOCOq1jWf3Y

 

Het gehele concert ( inclusief toegiften) gespeeld door Rafael Aguirre:

https://www.youtube.com/watch?v=WthoMqJLmfY

 

De website van Rafael Aguirre met een link naar zijn facebookpagina:

https://www.rafael-aguirre.com/home-1

 

Een klein gedeelte uit het ballet El sombrero de tres picos gemaakt voor Ballet Russes met (kopieën van) het originele decor en kleding van Pablo Picasso en waarschijnlijk de choreografie van Leonid Massine.

https://www.youtube.com/watch?v=OczPqWFEwaQ&t=139s

 

Komend seizoen vinden er 9 recitals met de gitaar in de hoofdrol plaats in het  Concertgebouw te Amsterdam, waaronder de serie Meesters op de Gitaar:

https://www.concertgebouw.nl/concerten-en-tickets?keyword=meesters%20op%20de%20gitaar

You May Also Like

Sabine Devieilhe en Mathieu Pordoy: een toonbeeld van verfijning en goede smaak

Groot omroepkoor magistraal in Zaterdagmatinee

Satomi Chihara houdt overtuigend pleidooi voor onbekende variaties van Lily Boulanger

Igor Levit onwennig in Bartok