Goerne en Trifonov eensgezind in zwaar programma

 

Matthias Goerne (bariton) en Daniil Trifonov (piano). Liederen van Schumann, Brahms, Sjotakovitsj e.a. Gehoord: 9 juni, Het Concertgebouw, Amsterdam

Door Willem Boone

Matthias Goerne is een begenadigd liedzanger, maar dat is uiteraard gevoeglijk bekend. Daarnaast heeft hij de gave om steeds interessante pianisten aan zich te binden. Daar waar veel collega’s er juist voor kiezen om zoveel mogelijk met dezelfde partner de diepte in te gaan, beleeft deze Duitse zanger er kennelijk genoegen aan om iedere keer met andere musici op te treden. Zo maakte hij in het verleden al opnames met grootheden als Brendel en Ashkenazy, terwijl hij er bij zijn Schubert cd’s op het label Harmonia Mundi voor koos om met verschillende pianisten liederen op te nemen. Daar komen we eveneens grote namen als Leonskaja en Eschenbach tegen. Op zijn meest recente cd’s van DGG waren dat respectievelijk Jan Liesicki en Seong-Jin Cho en tijdens dit concert en op een net bij DGG verschenen cd was de jonge, zeer talentvolle Russische pianist Daniil Trifonov zijn partner. De vraag is of zo’n drukbezet solist veel tijd heeft gehad om zich in een heel ander deel van de muziek, het liedrepertoire, te verdiepen en of hij samen met de zanger verder komt dan een correcte weergave van het notenbeeld. Die vrees bleek gelukkig al snel ongegrond: ook tijdens dit recital verrichte Trifonov wonderen in zijn partijen. Net als bij zijn solorecitals weet hij je regelmatig naar de keel te grijpen met verstilde momenten of juist ongebreidelde passie. Beide musici hadden besloten om hun programma zonder pauze in een grotendeels verduisterde zaal uit te voeren. Het blijft een raadsel waarom men liedteksten ter beschikking van het publiek gesteld had, want die waren nu grotendeels zo niet geheel nutteloos geworden. Dat was spijtig, want hoewel het lastig is om tegelijk de teksten te lezen en naar de zanger te kijken had je nu als toehoorder geen idee welk lied er uitgevoerd werd.

 

In het cd-boekje van de DGG-opname die het complete programma van deze avond bevat, staat te lezen dat de liederen meer vanuit een metafysisch dan een historisch perspectief benaderd worden. Als eerste stonden er Vier Lieder opus 2 van Alban Berg op het programma, waarmee direct de toon voor een nogal ‘serieus’ programma werd gezet. Goerne gaf de liederen op dramatische wijze gestalte en Trifonov imponeerde met zijn pianissimo’s. Geniaal was de overgang naar Schumanns Dichterliebe: het laatste lied van Berg, Warm die Luefte, eindigde pianissimo en ging nu naadloos over in Im wunderschönen Monat Mai, dat van een grote tederheid was. Goerne was zeer idiomatisch in deze liederen: Die Rose, die Lilie, die Taube, die Sonne leek op een lentebriesje, Ich will meine Seele tauchen klonk warm, de zanger schakelde moeiteloos tussen heroïek (Ich grolle nicht) en gevoeligheid (Und wüssten’s die Blumen). Ook in de liederen van Schumann is de tegenstelling tussen beide alter ego’s, Florestan en Eusebius, sterk aanwezig. In het lied Hör’ich das Liedchen klingen bleek duidelijk hoe goed beide musici aan elkaar gewaagd waren en hoe zij, ondanks waarschijnlijk weinig repetitietijd, tot een eensgezinde opvatting gekomen waren. Ondanks dat dit concert in de Grote Zaal plaatsvond, wisten zanger en pianist een intieme sfeer te creëren. Ich hab’im Traum geweinet begon als een huiveringwekkende bekentenis en een bijzonder moment in deze cyclus is altijd het naspel van de piano bij het laatste lied, Die alten bösen Lieder. Daar gaf Trifonov de weinige noten die Schumann geschreven heeft een onnavolgbaar gevoel van introvertie mee: het lijkt erop alsof de componist zich hier eenzaam waande en een van zijn meest intieme momenten aan het papier toevertrouwde.

 

Het was wederom een hele overgang naar het universum van Hugo Wolf, wiens liederen vaak een wrange sfeer uitademen. Dat was zeker het geval bij het eerste van de Drei Michelangelo-Lieder, nach Gedichte von Michelangelo Buonarotti, Wohl denk’ich oft; het eind van het volgende lied, Alles endet, was entstehet, was daarentegen expressief.

Drie liederen op Gedichten van Michelangelo Buonarrotti, opus 145 van Sjostakovitsj vormden het enige Russische intermezzo in dit verder geheel Duitse programma, Goerne zette er zelfs speciaal zijn bril voor op. Het tweede lied, Death, was mede door de hamerende piano-akkoorden beklemmend van sfeer, zoals veel van Sjostakovitsj’muziek. Het volgende lied, Night, eindigde heel terloops, waardoor er wederom, zoals bij Berg en Schumann, een mooie overgang ontstond naar het eerste van de Vier ernste Gesaenge van Brahms. Ook in dit geval was er sprake van eenzelfde donkere sfeer, hoe verschillend het idioom van beide componisten ook is. Een ander raakvlak is dat de Michelangelo-lieder ontstonden in de laatste maanden van Shostakovitsj’ leven en Brahms’ Vier Ernste Gesaenge zijn de laatste werken die tijdens zijn leven gepubliceerd werden. Bijzonder indringend was vooral het derde lied, O Tod, wie bitter bist du.

 

 

Een liedrecital zonder pauze is niet gebruikelijk, maar het kwam de spanningsboog van een zwaar programma als dit zeker ten goede. Gelukkig kreeg het enthousiaste publiek een toegift. Die was van een geheel kaliber: Bachs Bist du bei mir gaf een gevoel van verlossing. Goerne kon daar eens te meer bewijzen hoe hij met zijn stem het publiek kan ‘inpakken’: zijn warm menselijke geluid deed denken aan dat van zijn collega Thomas Quasthoff. Hij kon je als luisteraar het idee geven dat hij je wiegde.

 

 

Willem Boone

Info:

www.concertgebouw.nl

Steun De Nieuwe Muze! Lees ons, volg ons, like ons en neem een abonnement op het onafhankelijke muziek magazine De Nieuwe Muze op www.denieuwemuze.nl , waar u onder het kopje acties een zomeractie kunt vinden die geldt tot 1 september 2022

You May Also Like

Vurige Nederlandse première voor Alexander Kastalsky’s Requiem

Oprechte emotie en vuurwerk bij Nederlands Philharmonisch Orkest

Hedendaags en vernieuwend heeft vele gezichten op het Holland Festival

De onnavolgbare toewijding van Grigory Sokolov