Hedendaags en vernieuwend heeft vele gezichten op het Holland Festival

 

Gehoord: Circulus (Tweede pianoconcert van Robin de Raaff door Ralph van Raat, piano) & Coro van Luciano Berio, Groot Omroepkoor, Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Matthias Pintscher, 10/7, Gashouder Westergasterrein, Amsterdam

L’Olivier, Abd Al Malik & Wallen, Muziekgebouw aan ’t IJ, 11/6, Amsterdam

Circulus & Coro

Prinses Beatrix was naar de Gashouder gekomen om de première te beleven van Robin de Raaffs tweede pianoconcert Circulus, dat hij gecomponeerd heeft voor Ralph van Raat. Wat ze na afloop tegen de componist heeft gezegd is niet bekend, maar ze schijnt lang met hem gepraat te hebben. Uit beleefdheid vermoedelijk vooral over zijn muzikale ‘uurwerk’, want wat moet je als voormalige koningin nu zeggen over het tweede stuk op het programma, Berio’s Coro (1974-1976), gecomponeerd als een felle socialistische aanklacht tegen extreem rechtse invloeden tijdens de ‘loden jaren’ in Italië, toen het bloed door de straten vloeide… Berio zelf kwam het ijzersterke proteststuk, voor veertig duo’s, steeds bestaande uit een zanger en een instrumentalist, in 1977 in het Holland Festival dirigeren. Maar toen was er nog geen Gashouder, met zijn immense cirkelvormige architectuur de ideale ruimte voor bijzondere opstellingen en intense klankbelevingen. Toch moet zijn Coro, dat ook een eerbetoon is aan de Chileense dichter Pablo Neruda (die volgens Berio niet fysiek maar spiritueel vermoord is: ‘Ze braken zijn hart’), ook toen al als een ijzingwekkende morele aanklacht tegen geweld, machtspolitiek en onrechtvaardigheid hebben geklonken.

 

 

Berio bouwde zijn Coro op in 31 naamloze delen met specifieke tempoaanduidingen en baseerde de teksten op folkloristische poëzie in vijf talen (Frans, Engels, Spaans, Italiaans en Duits) en de gedichten van Neruda, waarbij hij een veelvoud aan uiteenlopende muzikale technieken gebruikte, van de Afrikaanse volksmuziek tot aan ingewikkelde avant-garde processen. Berio in 1980: ‘Het is een van de grote voorrechten van muziek dat er een zekere complexiteit van perceptie is: de Grosse Fuge is complex.’ Coro is dat zeker ook, maar het ingenieuze en schrijnende werk maakt nog altijd spontaan indruk door de verzengende urgentie van de sociaal bewogen inhoud, de spannende ritmes en unieke samenklanken, de enerverende spanningsopbouw en de ingenieuze manier waarop het stuk gestructureerd is.

Het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Matthias Pintscher gaven er een prachtige en geconcentreerde uitvoering van, waarbij de orkestleden een voor een scherpe dialogen aangingen met de zangers. De tot de verbeelding sprekende akoestiek en de steeds wisselende belichting van koepel en wanden van de Gashouder deden de rest.

Veel minder boeiend klonk daaraan voorafgaand de première van Robin de Raaffs Circulus. Dat lag zeker niet aan de bewonderenswaardige, toegewijde en altijd gaaf en consciëntieus musicerende Ralph van Raat, die aandachtig en met een spierwit gezicht van concentratie te midden van het doortikkende metafysische uurwerk van De Raaff fascinerende klanken uit de vleugel tevoorschijn toverde. Het uurwerk van Circulus is bedoeld als een metafoor voor de tijd, waarin de Raaff met directe en indirecte verwijzingen naar klokken refereert aan de vergankelijkheid van het menselijke leven en aan onze mysterieuze positie in het universum. Dat klinkt allemaal spannend maar zo klonk de daadwerkelijke compositie niet, want de tijd leek stil te staan en het ontbrak De Raaffs compositie aan een overtuigende verhaallijn en spanningsopbouw, zodat de eindeloze opeenvolging van ‘klankeffecten’ overkwam als een vormeloze en betekenisloze geluidswolk die tergend langzaam overdreef zonder veel indruk achter te laten, al werd er ook in dit stuk door zowel de solist als het Radio Filharmonisch o.l.v. Pintscher uitstekend gemusiceerd. ‘Vind je dit nu echt mooie muziek’?, hoorde ik in de pauze een oudere mijnheer tegen zijn modieus uitgedoste vrouw zeggen. Ze wilde duidelijk maken dat zij zulke moderne klanken wel begreep, maar haar ‘Ja zeker wel’ klonk aarzelend.

 

 

 

L’Olivier

Wat mij betreft veel indrukwekkender klonken de Franse rapper Abd Al Malik en zangeres Wallen een dag later in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Dat had allereerst iets te maken met hun oprechte verlangen om met muziek en poëzie een pacifistisch statement te maken. Met de ‘noch uit het oosten, noch uit het westen’ stammende olijfboom als symbool van vrede en een lang leven, zoekt het muzikale stel, dat al 25 jaar getrouwd is en vier kinderen op de wereld zette, naar verbinding, gerechtigheid en broederschap. Wallen had in 2004 een hit met haar lyrische lied De Olijboom, waarin ze over de Joodse gemeenschap en de Arabisch-islamitische gemeenschap zingt met de olijfboom als verbindende factor. Voor hun muzikale manifest voor vrede kozen Abd Al Malik en Wallen opnieuw voor de olijfboom als symbool.

Abd Al Malik: ‘Op plaatsen van conflict kan een kunstenaar erin slagen om mensen te verenigen die normaal niet met elkaar overweg kunnen. Maar opeens gebeurt er iets en weet een kunstenaar te verbinden. Plotseling worden kunstenaars die zich in een conflict bevinden een ontmoetingsplaats, een plaats van vrede, een plaats van delen, een plaats van dialoog. Wallen en ik realiseerden ons dat wij, in ons leven als kunstenaar, dit oproepen bij mensen die van ons werk houden of ernaar luisteren. Ineens voelden wij ons een voorwerp van pacificatie, van dialoog zonder geweld, van intelligentie en begrip. Toen zeiden wij tegen elkaar dat het interessant zou zijn als wij onze catalogi aan elkaar zouden koppelen.’

Abd Al Malik is geboren in Parijs en opgegroeid in Straatsburg, maar zijn gescheiden ouders komen uit Brazzaville in Congo. De ouders van Wallen, die opgroeide in Saint-Denis, komen uit Berkane in Marokko. Beiden brachten hun jeugd door in arme buitenwijken, waar Abd Al Malik zich al jong als straatcrimineeltje manifesteerde. Totdat een lerares op school zijn intelligentie onderkende en hem op een goede school wist te krijgen. Op zijn 16e bekeerde hij zich tot de islam en met zijn oudere broer Bilal richtte hij de rapformatie NAP op: New African Poets. Aanvankelijk werd hij onder invloed van zijn omgeving een moslimextremist, maar al gauw zag hij in dat dit niets met de ware, vreedzame islam te maken had. Hij werd soefi, studeerde filosofie en letteren en ontpopte zich met zijn poëtische nummers – een mengeling van rapp, jazz en slang – over tolerantie, diplomatie, verbinding en zelfbewustzijn tot de ‘knuffelrapper’ van de Franse elite, die hem in 2008 zelf ridderde tot de Franse Orde van Kunst en Letteren. Maar in zijn teksten bleef hij vlijmscherp. Hij schreef ook boeken, waaronder een boek over Albert Camus. Wallen speelde als kind viool en eert tot op de dag van vandaag haar viool juf, die haar ‘de geheimen en de religieuze kracht van de muziek’ bijbracht. Luisterend naar funk, hiphop en R& B begon ze te zingen en brak door in 2004.

Abd Al Malik: ‘Wij hebben onze meest emblematische teksten uitgekozen, om ze te laten resoneren met dichters als Aragon, René Char, Roemi, Ibn Arabi en de lyrics van Fairouz. Door al die teksten te spiegelen kunnen we een dialoog op gang brengen en wijzen op het belang van vrede en communicatie, het belang van de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen, het belang van kijken met een andere blik. Die van Europeanen en Fransen wier wortels elders liggen, in Afrika, Noord-Afrika, in zwart Afrika. Zij roepen in Europa weer andere stemmen op van schrijvers of dichters uit Afrika, uit het oosten. We mogen natuurlijk niet vergeten dat we uit verschillende plaatsen komen, maar ook al is dat het geval, toch delen we de menselijkheid. Dat is fundamenteel, dat moeten we onthouden, vooral in deze tijd waarin mensen zich opsluiten, zich terugtrekken in een identiteit. Daarom presenteren wij ons project als een manifest voor de universele menselijke gemeenschap in al haar complexiteit en al haar grootsheid. Want we hebben allemaal verhalen, iedereen heeft een eigen verhaal. We zijn allemaal uniek. Maar de grote uitdaging is dat al deze eigenheden vreedzaam, positief en collectief kunnen samenleven.’ … ‘Vrede is belangrijk in onze tijd, net als in de eeuwen ervoor. Het universele is niet alleen het feit is dat je uit verschillende plaatsen komt, maar ook dat je uit een tijdelijkheid komt die alles omarmt, een positieve gemeenschap met vrouwen en mannen die vooruit willen. Het gaat niet over één tijdperk, het gaat over tijdperken heen. Met poëzie kun je alle tijdperken en ruimten overstijgen.’

 

 

Met L’Olivier hoopt het echtpaar, dat er vurig in gelooft dat muziek, kunst en poëzie de wereld kunnen veranderen, verbinding en dialoog te bewerkstelligen: ‘Ik beschouw mezelf als bij uitstek Frans, bij uitstek Europees. En mijn wortels zijn Afrikaans. Maar vraag niet aan mij dat mijn wortels vruchten moeten dragen. Mijn vruchten – uitgaande van het beeld van de olijfboom – groeien aan mijn takken die bij uitstek Europees en Frans zijn, en mijn wortels zijn bij uitstek Afrikaans. Er is geen tegenstrijdigheid in mijn manier van Europeaan zijn. Hetzelfde geldt voor Wallen. Haar ouders komen uit Marokko, maar zij is geboren in de Parijse regio, in Saint-Denis. Ook zij beschouwt zichzelf al bij uitstek Frans en Europees en haar wortels zijn Marokkaans, Afrikaans en dat omarmt ze. Natuurlijk vinden we dat we voor onze wortels moeten zorgen, maar we moeten ook voor de boom als geheel zorgen. Een boom zonder wortels is gedoemd te sterven. Tegelijkertijd zijn de wortels niet alles, het gaat om de hele boom. Laten we dat vieren. Ons idee is om te zeggen het is belangrijk om onze complexiteit te vieren, het is belangrijk om onze eigenheid te vieren.’ … ‘Wij maken ons sterk voor het feit dat Europa op positieve waarden is gebouwd. Europa wil kunnen stralen en de waarden die wij in Europa uitdragen moeten uiteindelijk concreet en reëel worden. Het mag niet bij woorden blijven. We moeten ze in daden omzetten. En het feit dat we dit kunnen delen is het begin van iets. Voor ons is dit niet gewoon een voorstelling. Voor ons is het als een vervolg op de Grieks-Latijnse beschavin,. Grieken die elkaar op de agora ontmoetten. Het is zowel politiek als poëtisch, dit idee van opbouwen, van samen een beschaving maken. Met L’Olivier willen we een beschaving helpen scheppen, waar ruimte is voor eigenheden, binnen de grenzen van Europa. Het continent heeft een geschiedenis en is doodrongen van beschavingen. Maar wat we moeten behouden is het heilige vuur van de dialoog, het vuur van de liefde, het vuur van de intelligentie. En het maakt niet uit of je groen, geel, rood, zwart, vrouw of man bent, we hebben allemaal de plicht om onze vlam in stand te houden. Om in de Grieks-Latijnse dynamiek te blijven: we zijn allemaal bewakers van de tempel.’

In het verduisterde Muziekgebouw aan ’t IJ opende Abd Al Malik en zijn uitstekende band het programma met zijn bekende Soldat de Plomb, met bloedstollende teksten als ‘Mager in mijn zwarte jas/ Die diende als mijn pantser/ Ik had stront in mijn sokken/ En ik deed in mijn broek/ Tinnen soldaat/ Tinnen soldaat/ Ik was pas twaalf jaar oud/ Zakken vol geld/ Ik had a teveelbloed gezien/ Tinnen soldaat Tinnen soldaat/ Toen zag ik dat het lot een pistool nam/ En ons  één voor één neerhaalt / Gestorven door overdosis/ Door pistool/ Met een mes of door ophanging/ Tinnen soldaat/ Tinnen soldaat/ Natuurlijk zou een glimlach ons gelukkig hebben gemaakt/ Gewoon een beetje aandacht/ En misschien zou het anders zijn geweest/ We zouden normale kinderen zijn geweest/ En geen kindsoldaten …

Er volgden meer hits, waaronder Gibraltar (over jongeren die vanuit Afrika in gammele bootjes de zeestraat oversteken in de – meestal vergeefse – hoop hun dromen te kunnen verwezenlijken in Europa) en Les Autres (over het afgeven op anderen die we maar al te graag de schuld geven van ons eigen droevige lot). Ook de bevriende rapper Matteo Falkone kwam nummers rappen met op de achtergrond poëtische teksten Roemi en andere dichters. Maar pas toen Wallen haar serene opwachting maakte om solo en met haar man en de swingende band te zingen over liefde, vrede, begrip, tolerantie en verbinding werd de show werkelijk ontroerend en aangrijpend. Natuurlijk zong ze ook haar L’Olivier en dat deed ze met zoveel hart en ziel, integriteit, passie en overgave dat je er tranen van in je ogen kreeg. Een ouder echtpaar naast me, dat zo ongeveer alle Holland festival-voorstellingen tot dan toe had bezocht was terecht flabbergasted: ‘Zo’n intense oprechtheid hoor je bijna nooit!’

Wenneke Savenije

 

 

Info:

https://www.hollandfestival.nl

Steun De Nieuwe Muze! Lees ons, volg ons, like ons en neem een abonnement op ons onafhankelijke muziekblad oen kijk onder ‘Acties’ op onze website voor kortingsactie op een jaarabonnement

You May Also Like

Impressies van het Pianoduo Festival Amsterdam

Residentieorkest in topvorm onder Jun Märkl

Operetta Land hilarisch, maar blijft aan de oppervlakte

Klaus Mäkelä – een grote maestro met meer in petto