In Memoriam Ingrid Haebler

Ingrid Haebler: ten onrechte ‘vergeten’ Mozart-pianiste (1929-2023)

Door Willem Boone

 

Amper een week na Menahem Pressler valt er alweer het overlijden van een beroemde pianist te betreuren: de Oostenrijkse Ingrid Haebler. Hoewel, dit verdient enige relativering: het is maar de vraag of veel muziekliefhebbers zich haar nog zullen herinneren.  Niet iedere artiest doorstaat goed de tand des tijds en bij deze pianiste is het opmerkelijk en ook wat ‘oneerlijk’ dat zij na haar hoogtepunt in de jaren ’60 en ’70 in een soort vergetelheid belandde, waarbij haar spel niet altijd terecht als ‘ouderwets’ afgedaan werd.

Haebler werd in Wenen geboren en kreeg op zesjarige leeftijd de eerste pianolessen van haar moeder, waarna ze op haar elfde in Salzburg debuteerde.  Later studeerde ze bij de bekende pianist Nikita Magaloff en won ze diverse concoursen, waaronder dat van Genève en het door de ARD georganiseerde televisieconcours. In 1969 werd ze benoemd tot hoogleraar aan het Mozarteum in Salzburg. Vanaf de jaren ’60 gold zij als een van de ‘huisartiesten’ van het label Philips, waarvoor zij vele lp’s opnam. De hoezen van dit label met haar foto’s zijn bekend geworden, waarop zij vaak poseerde met opgestoken haar, in Oostenrijkse kleding, al dan niet bij een rozenperkje. Met haar vriendelijk ogende gezicht leek ze zo weggelopen uit Mozarts tijd. (Overigens kan ik me herinneren dat ze, lang voordat er fotoshop bestond, helemaal niet leek op haar foto’s, toen ik haar in 1979 voor het eerst live hoorde, zag ze er heel anders uit!). In een interview vertelde ze dat deze componist gold als haar ‘grote liefde’ en zij heeft dan ook vooral met zijn muziek naam gemaakt.

 

 

In de jaren ’60 ondernam ze grote projecten als de complete Pianoconcerten en Pianosonates van Mozart, die in lijvige boxen gebundeld werden. In die tijd waren er nog lang niet zoveel afzonderlijke uitvoeringen van beide cycli te vinden en zeker de vroege Pianoconcerten golden als een zeldzaamheid. De Pianosonates waren al evenmin bekend, veel minder dan die van Beethoven, en golden eerder als studiemateriaal dan als ‘serieus’ repertoire voor concerten of plaatopnames. Met haar uitvoeringen van deze muziek voorzag Haebler toen zeker in een behoefte. Later nam ze van Mozart ook zijn nog minder bekende complete Variaties en vioolsonates samen met Henryk Szeryng op. Tussen 1960 en 1980 golden haar opnames als de maatstaf en was zij dé Mozart-pianiste.

Voor mijn gevoel is het altijd wat ‘unfair’ geweest dat zij door de opkomst van jongere pianisten als Alfred Brendel, Vladimir Ashkenazy, Maria Joao Pires, Murray Perahia, Christian Zacharias en Mitsuko Uchida, die zich stuk voor stuk uitvoerig met Mozarts muziek bezighielden, op de achtergrond raakte. Langzaam maar zeker ontstond het beeld dat de Oostenrijkse pianiste zijn muziek soms iets te mooi wilde maken en dat bepaalde manierismen haar daarbij niet vreemd waren.  Misschien speelden bovengenoemde pianisten dit repertoire met meer fantasie en daar kwamen later nog een paar fortepianisten als Andreas Staier en Kristian Bezuidenhout bij. Dat betekende echter niet dat de Mozart van Haebler niet zijn kwaliteiten had.

 

Een soort van ‘blind listening test’ bewees dat in 2007. Toen ontstond er rond de het jaar daarvoor overleden Engelse pianiste Joyce Hatto een schandaal. Zij leed aan kanker en tussen chemotherapieën door nam zij in studio’s de ene na de andere cd op, waarbij ze een uiterst breed repertoire speelde. Daarbij wekte het bevreemding dat vrijwel niemand ooit van haar gehoord had, laat staan een liveoptreden van haar bijgewoond had. Verder verbaasde het dat iemand die zo ziek was veeleisende stukken als de Pianosonates van Beethoven, het vrijwel complete pianowerk van Chopin en de Pianoconcerten van Tschaikovski, Brahms en Rachmaninoff opnam. Haar vertolkingen werden vrijwel unaniem juichend door de pers ontvangen, zo ook haar complete Pianosonates van Mozart.

Ik herinner me dat een Engelse vriend, even als ik een pianoliefhebber, me er gedeeltes uit liet horen en dat ik toe moest geven: ja, zo speel je Mozart. In 2007 kwam echter aan het licht dat de echtgenoot van Hatto, William Barrington-Coupe, die eerder als opnameleider bij een platenmaatschappij had gewerkt, meer dan honderd opnames van veelal beroemde pianisten had gebruikt. Deze ‘bewerkte’ hij door ze te versnellen of juist langzamer af te spelen en ze uit te geven als opnames van zijn vrouw. Naar verluidt wist zij niets van de acties van haar man af. Menigeen zal bij genoemde Mozart-opnames verbaasd opgekeken hebben dat het om de tweede cyclus van Ingrid Haebler ging, die zij aan het begin van de jaren ’90 voor Denon in Japan opnam. Daar waar sommigen zich wel eens wat neerbuigend over haar uit konden laten en haar Mozart kwalificeerden als ‘popperig’ en ‘conventioneel’, bleek diezelfde pianiste bij deze blind listening test zonder opsmuk en franje, kortom met ideale eenvoud te spelen, met een zangerige toon en een steeds hoorbare liefde voor de muziek. Een bijkomend voordeel was de fraaie opnamekwaliteit van Denon.

 

 

Haebler was een van de eerste pianisten die op historische instrumenten speelde, zo nam zij op hammerflügel de eerste vier Pianoconcerten van Mozart en diverse pianoconcerten en pianosonates van Johan Christian Bach en Haydn op. Verder speelde zij regelmatig kamermuziek met de al genoemde violist Henryk Szeryng (Mozart, Beethoven en Schubert) en nam ze o.a. met violist Arthur Grumiaux het Forellenkwintet van Schubert op. Haar repertoire was conventioneel te noemen en naast Mozart speelde ze veel Schubert, met af en toe wat uitstapjes naar J.S Bach, Chopin, Schumann en Debussy. Rond haar 80e trok ze zich terug uit het muziekleven.

Ik heb haar drie keer live gehoord: de eerste keer was bij een jubileumconcert van Het Gelders Orkest in Arnhem (ter gelegenheid van hun 90-jarig bestaan als ik me niet vergis) in het najaar van 1979, waarbij ze op indrukwekkende wijze Mozarts Pianoconcert in C klein, KV 491 speelde. In 1990 speelde ze wederom in Arnhem een recital met Schumanns Waldszenen, Preludes van Debussy en de Sonate in bes D 960 van Schubert, wederom indrukwekkend, hoewel ik zeker van het laatste stuk uitvoeringen heb gehoord die me nog meer bijgebleven zijn. De laatste keer was rond 1999 toen ze tijdens de Robeco Zomerconcerten in Amsterdam een Mozart-recital speelde. Dat deed ze op de van haar bekende wijze: fraai en verzorgd, hoewel ik al luisterend merkte dat zijn solowerken voor piano niet het meest boeiende repertoire zijn om een heel recital aan te wijden.

Alle opnames van Haebler zijn kort geleden door Decca uitgegeven in een grote cd-box van 58 cd’s. Ze bieden een overzicht van een pianiste die haar hele carrière trouw aan haar artistieke principes bleef, namelijk om muziek zo mooi en onopgesmukt mogelijk weer te geven, waarbij de uitvoerende niets anders dan een medium was.

Willem Boone

 

 

 

Decca CD Box:

https://shop.decca.com/products/ingrid-haebler-the-philips-legacy

You May Also Like

Een korte impressie van de Dag van de Franse barok

Hamelin: onopvallende pianoreus

Surinaamse opera uit 1906 herklinkt in uitverkocht Concertgebouw

Een piano, contrabas, blokfluiten en een wedstrijd: Alba Rosa Viva!