Ingeperkte optreden Jerusalem Quartet verlopen zonder ernstige incidenten

Gehoord: 18/5, Kleine Zaal, Concertgebouw Amsterdam

Door Wenneke Savenije

 

Politie en dranghekken

Bij de ingang van het Concertgebouw staat een klein groepje demonstranten met de Palestijnse vlag te zwaaien. Keurig opgesteld achter de door politieagenten geflankeerde dranghekken roepen ze leuzen als ‘Free free Palestine’, ‘Stop the genocide’, ‘Israël is no state’, Every day children die’, ‘Boycot Israël’. Op een over de hekken gedrapeerde spandoek staat te lezen: ‘Dit culturele evenement wordt gesponsord door het Israëlische apartheidsregime.’ Het Concertgebouw is omringd door politiebusjes en politieagenten, waarvan enkele relaxt aan een waterijsje staan te likken. Terwijl fotografen inzoomen op de protestdemonstratie, druppelen de bezoekers van het last minute toch weer ingelaste concert door het Jerusalem Quartet via een sluis van hekken naar binnen, sommigen met onverstoorbare gezichten, anderen met een meewarige blik die lijkt te willen zeggen: ‘Ik ben ook tegen de genocide in Gaza, maar muziek staat boven alle partijen en mag niet uit politieke motieven de mond worden gesnoerd.’ De gemiddelde leeftijd is net als bij ‘normale’ concerten boven de zestig. Overal in het gebouw staan potige bewakers opgesteld, maar er gebeurt helemaal niets. De zaal is goed gevuld, maar niet uitverkocht. Wanneer het Jerusalem Quartet opkomt klinkt een warm applaus. Alle leden hebben een geel lintje opgespeld, waarvan de betekenis luidt: ‘Breng de gijzelaars naar huis.’ Zonder dralen stort het kwartet zich op het Con moto sereno, het openingsdeel van het Eerste strijkkwartet uit 1937 van Paul Ben-Haim, dat zijn charme ontleent aan de vermenging van Duitse roots, joodse melancholie en Arabische invloeden.

 

 

Veiligheid garanderen

Nadat Concertgebouwdirecteur Simon Reinink op 15 mei jl. besloten had de geplande concerten op 16 en 18 mei door het Jerusalem Quartet, dat regelmatig belaagd wordt door mensenrechtactivisten, te cancelen omdat ‘de veiligheid van bezoekers, medewerkers en musici in het gebouw niet kon worden gegarandeerd’, brak op social media en in de pers een storm van verontwaardiging, ongeloof, woede en protest los. Reinink, die vreesde dat zijn gebouw wellicht eenzelfde lot beschoren was als de door pro-Palestina demonstranten belaagde Universiteit van Amsterdam besloot niet af te wachten wat burgemeester Halsema aan beveiliging kon bieden, waarop hem prompt werd verweten dat hij zijn rug niet recht hield om de muziek buiten de politiek te houden. Een woordvoerder van Halsema: ‘Er was contact gelegd, ook met politie, maar toen hebben zij de beslissing al zelf genomen en ons en politie daarover geïnformeerd. Uiteraard vinden we dat concerten doorgang moeten kunnen vinden en daar hadden we bij willen helpen, maar de beslissing was al gevallen.’

 

 

Petitie

Musici uit de hele wereld starten nog diezelfde dag een petitie om niet te buigen voor geweld, die twee dagen later al door 13.356 mensen was ondertekend. De staf van het Concertgebouw werd ‘morele lafheid’ aangerekend: ‘Door deze concerten af te gelasten, sust het management van het Concertgebouw een vocale minderheid die hun zaak bepleit door middel van intimidatie en geloofwaardige dreigementen met wanordelijkheden en geweld.  We hoeven niet ver terug te kijken in de Europese geschiedenis om te zien wat er gebeurt als mensen zich neerleggen bij het gedrag dat hun eigen ondergang veroorzaakt,’ aldus de petitie: ‘We roepen het management van het Concertgebouw op om karakter te tonen door het concertpodium te verdedigen als een domein voor vrije expressie van de sublieme verlangens van de menselijke geest.’ Jasper Bartlema, concertprogrammeur van de Waalse Kerk op de Amsterdamse wallen, bood het Jerusalem Quartet spontaan zijn kerk aan als alternatieve locatie om alsnog op te kunnen treden. Zijns inziens gaf het Concertgebouw ‘een ongekend verkeerd signaal af in deze tijd van spanningen. Dat je de veiligheid niet wil of kan garanderen, is voor ons een statement dat niet kan.’

 

 

Protest

 Ook het Centraal Joods Overleg liet bij monde van voorzitter Channan Hertzberger weten verbolgen te zijn over de beslissing van het Concertgebouw: ‘Uw handelen heeft een nieuwe betekenis gegeven aan het woord ’cancelcultuur’. U capituleert. U laat het rapaille hier de boel overnemen.’ En CIDI-directeur Naomi Mestrum sprak van een lafhartig besluit. ‘We hebben gedoe gehad met Lenny Kuhr en een Israëlisch filmfestival dat werd afgelast vanwege de zorgen om veiligheid. Politici en gemeenten hebben toen al geroepen: dit mag niet kunnen. Maar nu wordt er wéér gezwicht. De enigen die je hiermee een dienst bewijst, zijn de mensen die dreigen.’ Op Slippedisc wees muziekjournalist Norman Lebrecht erop dat het ook anders kan. Hoewel ook in Londen de pro-Palestina betogingen geregeld fors uit de hand lopen, ging daar het optreden van het Jerusalem Quartet vorige week donderdag in Wigmore Hall gewoon door. Het concert was uitverkocht en verliep is zonder incidenten. Ook in Brussel weigerde de staf van Cercle Royal Gaulois zich te laten intimideren. De Belgische organisatoren lieten weten dat ze nooit de boycot van musici zullen toestaan. Het concert van afgelopen vrijdag ging dus door, al werd er van tevoren wel gekeken of extra beveiliging nodig was. De pro-Palestina activisten op hun beurt postten op social media niet ontevreden: ‘Een kleine overwinning op een lange weg naar bevrijding’ en plaatsten daarbij richting Concertgebouw de opmerkelijke kanttekening: ‘Het zou een vreedzaam protest zijn en jullie weten het.’ De demonstranten voelen zich in hun aanhoudende protesten gesteund door de oproep van de Palestinian Campaign for the Academic and Cultural Boycott of Israel (PACBI) om het Jerusalem Quartet op vreedzame en creatieve wijze te boycotten ‘vanwege haar medeplichtigheid aan het verdoezelen van en daarmee het meewerken aan Israëls extreem-rechtse regime van apartheid, bezetting en kolonisatie over het Palestijnse volk.’

 

 

Culturele ambassadeurs

Het Jerusalem Quartet wordt in pro-Palestina kringen gezien als visitekaartje voor een genocide plegend bewind, dat met ‘Israëlische kunst’ zijn imago probeert op te poetsen. Op de site van de BDS (een Palestijnse beweging die strijdt voor Vrijheid, Gelijkwaardgheid en Rechtvaardigheid voor het Palestijnse volk) staan alle argumenten waarom het Jerusalem Quartet internationaal geboycot zou moeten worden helder en overzichtelijk opgesomd (https://bdsmovement.net/news/boycott-jerusalem-quartet). Aan de oproep het Jerusalem Quartet te boycotten werd eerder dit jaar al gevolg gegeven in o.a. Diligentia in Den Haag en het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ, waar actievoerders een concert verstoorden, waarop ze onder gejoel van het publiek door de bewaking uit de zaal werden verwijderd. Ook in Rotterdam, Edinburgh, Brighton, Londen, Birmingham, Lissabon, Californië, Kentucky, Toronto en Nieuw-Zeeland, protesteerden activisten tegen de in hun ogen schaamteloze medeplichtigheid aan genocide van ‘culturele ambassadeurs’ als het Jeruzalem Quartet.

 

 

Diepbedroefd 

Het Jerusalem Quartet zelf, waarvan twee leden ooit meespeelden in het West-Eastern Divan Orchestra van Daniel Barenboim, stelt zich al jaren op het standpunt alleen maar bezig te zijn met muziek. Meerdere malen heeft het kwartet kenbaar gemaakt niet representatief te willen zijn voor de handelswijze van de staat Israël: ‘Wij zijn musici. We willen dat ons publiek van onze muziek kan genieten, wie ze ook zijn, ongeacht hun religie, nationaliteit of etniciteit, zonder ondoordachte onderbrekingen.’ Bij monde van het in Berlijn gevestigde concertmanagement Simmenauer verklaarde het Jerusalem Quartet, dat overal ter wereld concerten geeft en op artistieke gronden wereldfaam geniet, op donderdag 16 mei: ‘We zijn geschokt en diepbedroefd dat onze optredens in het Concertgebouw dit weekeind niet kunnen plaatsvinden. Door geweld op straat en bedreigingen aan het Concertgebouw waren onze concerten de enige die werden afgelast. Dat roept herinneringen op aan donkere tijden voor Joodse artiesten in Europa’. Nieuwe data waren op dat moment nog niet gevonden. Maar het impresariaat liet wel weten in nauw contact te staan met het Concertgebouw om veiligheidsmaatregelen voor de toekomst te garanderen, ‘zodat deze situatie nooit meer een artiest zal overkomen’. De cellist van het kwartet, Kyril Zlotnikov, noemde de beslissing van het Concertgebouw op X een ‘capitulatie voor intimidatie en terrorisme.’ CU-kamerlid Don Ceder vond het besluit van Reinink ‘bijzonder triest’ en stelde er vragen over aan de Kamer. Veel mensen uitten hun woede en verontwaardiging op X, waarbij vaak het bekende gedicht van verzetsheld Van Randwijk werd aangehaald: ‘Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.’

 

 

Moraalridder

Op zoveel commotie had de directeur van Het Concertgebouw vermoedelijk niet gerekend, waarna hij alsnog besloot zijn rug te rechten. Hij nam het besluit om het beoogde tweede concert van zaterdag 18 mei onder beperkende voorwaarden – waaronder dranghekken rondom het Concertgebouw, beveiligers bij de ingang, in de gangen en in de Kleine Zaal, aangepaste bezoekersstromen, een eerdere aanvangstijd en buiten een enigszins overdreven aandoende politiemacht – alsnog doorgang te laten vinden op een vroeger tijdstip, ingekort en met een aangepast programma. Het Jerusalem Quartet liet noodgedwongen een stuk van Mendelssohn vallen en koos voor muziek van Ben-Haim en Debussy. In het persbericht stelde directeur Reinink zich ditmaal op als moraalridder: ‘Ieder concert moet kunnen doorgaan. Het Concertgebouw staat vol achter zijn missie om iedereen te verbinden en te verrijken met sublieme muziek, ongeacht achtergrond, religie, cultuur of welk onderscheid dan ook. We moeten blijven opkomen voor de vrije samenleving die we willen zijn. Iedere dag weer.’

 

 

Het concert en de ‘show’ must go on

In de Kleine Zaal verhieven de leden van het Jerusalem Quartet zich muzikaal boven alle aardse ellende, al maakten ze met hun keuze voor het Eerste strijkkwartet van Ben-Haim indirect wel een statement. Aanvankelijk nog Paulus Frankenburger geheten, trok deze componist in 1933 naar Palestina, waar hij zijn naam veranderde om een werkvergunning te kunnen krijgen. Tot dan toe had jij in een Duits-romantisch idioom gecomponeerd, maar in het latere Israël liet hij alle muzikale invloeden die het land rijk was vier jaar lang op zich op zich inwerken, voordat hij begon te componeren in een nieuwe stijl. Zo ontwikkelde hij zich tot de vader van de Israëlische muziek, waarin Westerse elementen vermengd worden met Arabische invloeden. ‘Passion, precision, warmth, a gold blend: these are the trademarks of this excellent Israeli string quartet’, typeerde de Times in de jaren negentig het kwartet naar aanleiding een concert in Londen. En daaraan is weinig veranderd. Het instrumentale niveau van het Jerusalem Quartet is opmerkelijk hoog, zowel van de individuele spelers als van het strijkkwartet in zijn geheel. De reikwijdte van het repertoire is indrukwekkend. Samenspel, intonatie, klank, drive en balans tussen de vier stemmen zijn voortreffelijk en de muzikale expressie is spontaan, warm, doorleefd en emotioneel gekleurd. Dat ikzelf desondanks geen absolute fan van het Jerusalem Quartet ben, komt door de gespierde taal die ze doorgaans spreken. Er wordt diep in de snaren gestreken en de focus ligt op een grote, zangerige en vooral zinderende toon, die op zichzelf prachtig en overtuigend is, alleen ontbreek het soms een beetje aan noblesse, subtiliteit, diepgang en etherische verfijning. En dat deed enigszins afbreuk aan de gestroomlijnde uitvoering van Debussy’s Strijkkwartet uit 1893, waarin oriëntaalse invloeden van o.a. de Javaanse gamelan een grote rol spelen. Net als Ben-Haim opteerde ook Debussy voor een cyclische structuur, waarmee hij de traditionele vorm van het strijkkwartet een nieuw aanzien gaf. Aanvankelijk werden de ‘avant-gardistische’ klanken van Debussy’s Strijkkwartet, die in dit werk al vooruitwees naar de kamermuziek van componisten als Bartok en Janacek, niet gewaardeerd, maar uiteindelijk zou het werk de geschiedenis ingaan als een keerpunt in de geschiedenis van de kamermuziek. Het Jerusalem Quartet speelde het stuk eerder romantisch dan ‘modern’, met een warm coloriet en melodieuze fraseringen, maar drong daarmee wel door tot de harten van het bedaarde publiek in de Kleine Zaal. Het klonk hoe dan ook prachtig en dat leidde terecht tot een warm applaus, waarop Ori Kam, de altviolist van het kwartet, het woord nam om het publiek te bedanken voor hun trouw en loyaliteit: ‘Wij zijn heel verdrietig geweest toen onze concerten werden gecanceld. Wij voelen ons in de eerste plaats wereldburgers want we zijn altijd op reis. Voor ons draait alles om de muziek.’

 

 

Bij wijze van toegift speelde het Jerusalem Quartet een bewerking van het Israëlische volkslied Song of the land, omdat het bloed in deze trieste tijden nu eenmaal kruipt waar het nauwelijks gaan kan. Het publiek werd door de beveiligers en politie naar buiten geleid, terwijl een nieuwe stroom publiek via de bewaakte dranghekken naar binnen werd gedirigeerd voor het concert in de Grote Zaal: Essentials met het Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov. Ook al liep het allemaal met een sisser af, de kranten stonden er vol van, waarbij opviel dat het Jerusalem Quartet vaak een ‘muziekgroep’ in plaats van een strijkkwartet werd genoemd en hun concert een ‘show’.  

Wenneke Savenije

 

 

Info:

concertgebouw.nl

jerusalem-quartet.com

 

 

You May Also Like

Pianist/dirigent Shani in dubbelrol in Prokofiev: muzikaal huzarenstukje van de hoogste orde

Top-amateurorkesten in Concertgebouw

Mäkelä en Lozakovich spelen Dubbelconcert van Brahms als kamermuziek

Philzuid brengt beschaafde Beethoven