Interview met Stamatia Karampini over haar debuutroman Ariadne & Dionysus

 

V: De hoofdpersoon van het boek is een vrouwelijke dirigent van in de dertig uit Griekenland. Is dit boek autobiografisch?

 

A: Ariadne & Dionysus is een roman en dus fictie. In mijn officiële disclaimer verduidelijk ik dat alle hoofdpersonen van het boek volledig verzonnen zijn. Ik verzon hun achtergronden en lot. Ik heb ze gedoopt. Ik heb hun binnen- en buitenvormen gebeiteld. Elke gelijkenis met echte personen (levend of dood) berust op toeval. En de meningen van deze personages mogen niet verward worden met die van mij.

 

V: Dus er is geen enkele overeenkomst tussen jou en de hoofdpersoon, Ariadne Pappathanos?

 

A: De meeste mensen kennen mij als orkest- en operadirigent. Alleen al uit het lezen van de biografische noot onder mijn naam – die vaak een klein aandeel in concertprogramma’s inneemt – zou men gemakkelijk, zij het ten onrechte, de conclusie kunnen trekken dat deze roman een autobiografie is. Dat is het niet. Dit is een fictief werk, ook al zijn er in het algemeen enkele vage overeenkomsten met mijn leven en het leven in het algemeen. Immers, in elk stuk literatuur, hoe fantastisch of dystopisch [verwijzend naar een uiterst negatieve samenleving – red.] de wereldopbouw ook is, worden verhalen gebruikt om een ​​menselijke waarheid uit te drukken.

 

V: Ariadne Pappathanos is een interessant personage. Vertel me hoe je op haar kwam…

 

A: Zelfs toen ik begon met het schrijven van de roman, wist ik dat ik wilde dat mijn hoofdpersoon een vrouw was die ouder was dan ik. Ik was toen 32, dus ik schreef haar dat ze eind dertig was en geen schoonheid, hoewel je haar ook niet lelijk zou noemen. Dit is een groot deel van het plot. De meeste van de rest van de cast zijn mensen van begin 40 tot midden 60. Als verhalenverteller vind ik het veel interessanter om een ​​personage met levenservaring in lastige, niet zwart-witsituaties te plaatsen. Als Ariadne iets ongewoons doet, kan er een reden zijn voor haar gedrag: ze heeft levenservaring en weet daarom mogelijk meer dan ze laat blijken. Oudere personages zijn ook complexer, omdat ze onvermijdelijk gebukt gaan onder spijt, twijfel en kennis. Nu ik dichter bij haar leeftijd ben, zie ik dat ik gelijk had. Oorspronkelijk zou ze een donkerblonde Duitse dirigente worden. Toen ik de analogie met de Griekse mythos ontwikkelde, was het logischer dat ze Grieks zou zijn en uit Kreta kwam, zoals de oorspronkelijke mythologische Ariadne. Van het een kwam het ander, en voordat ik het wist, kon ik mijn eigen achtergrond niet losmaken van de hare. Toen ik dit verhaal schreef, buitte ik uiteindelijk enkele van mijn persoonlijke demonen uit. Het verhaal moest onder andere 20-30 revisies ondergaan om ervoor te zorgen dat ik geen van mijn eigen problemen in het verhaal liet lekken. Het is gedeeltelijk waarom het me vijf jaar kostte om het af te maken.

 

V: Als je ‘het verhaal’ zegt, neem ik aan dat je dit en de volgende roman bedoelt. Ariadne & Dionysus kunnen op zichzelf staan, maar is er een vervolg?

 

A: Ja, ‘het verhaal’ impliceert beide delen. Ik ben momenteel bezig met het herzien van de tweede. Het boek dat je leest is letterlijk het halve verhaal. In eerste instantie dacht ik dat het een onmogelijke taak was: hoe verkoop ik een half verhaal, laat staan ​​de EERSTE helft, met alle spannende dingen die in de tweede gebeuren? Ik wist dat ik geen roman van 800 pagina’s wilde produceren (na de bewerking). Maar het aantal pagina’s was niet het enige probleem: de schrijfstijl en het tempo verschillen tussen de twee boeken. Omdat de personages door het verhaal heen enorm groeien. En dat was de sleutel! Het verhaal in Ariadne & Dionysus is karakter gestuurd; de spanning is psychologisch. Ik plaats gebrekkige maar interessante mensen in uitdagende situaties die hen dwingen uit hun comfortzone te komen en te evolueren. In het vervolg, nu we volledig bekend zijn met de personages, hun gedachten, doelen en angsten – om nog maar te zwijgen van hun groei – wordt het verhaal meer plot gedreven en blijft het tempo versnellen tot het einde.

 

V: De structuur van de roman is interessant. Er zijn 14 hoofdstukken met een titel, maar ze zijn op zichzelf verdeeld in genummerde mini-hoofdstukken. Waarom schrijf je niet gewoon 50 mini-hoofdstukken van begin tot eind? Is hoofdstuk één, PRELUDES, ook een proloog?

 

A: Ik gebruik enkele experimentele technieken in deze roman. PRELUDES zijn negen vignetten met kleine fragmenten van Ariadne’s achtergrond. Omdat ze in de roman lange tijd in mysteries is gehuld, geef ik negen puzzelstukjes van wie ze is en waarom ze zich gedraagt zoals ze doet. Beginnend vanaf haar kindertijd, met elk vignet, spring ik elke keer ongeveer vijf jaar vooruit, tot 2013, waar het hoofdverhaal begint. Deze techniek wordt Flash-fictie-in-roman genoemd, wanneer hoofdstukken uit rond de 300 tot 1000 woorden bestaan. De rest van de roman wilde ik opsplitsen in kleine secties (ik noem ze graag ‘afleveringen’)

 

V: Maar het verhaal is niet episodisch: het is samenhangend.

 

A: Ja, er is een algemene boog van het begin tot het einde van de roman. En er is een grotere boog van 1e boek naar 2e. Ik noem de titelhoofdstukken alleen ‘Afleveringen’ omdat ze elk een eigen boog hebben. De mini-hoofdstukken geven dan bijna de 3-5 acts van elke ‘aflevering’ aan. Ik denk dat de lezer daar niets van hoeft te weten om van het verhaal te genieten.

 

V: Waarom heb je je eerste roman in een vreemde taal geschreven?

 

A: Het was niet uit minachting voor mijn moedertaal Grieks, een taal van diepgaand historisch belang en van overweldigende schoonheid. Maar nogmaals, na de middelbare school woonde ik in veel verschillende landen. Ik beschouw mezelf al heel lang als een ‘burger van de wereld’. Hoe gek het ook mag klinken, ik ben een paar jaar geleden verliefd geworden op Engels toen ik, betoverd, twee ‘witte konijnen’ volgde: Oscar Wilde en James Joyce. Ik was plotseling Alice in een wonderland van literaire rijkdom.

 

V: Hoeveel talen spreek je?

 

A: Ik weet het niet zeker. Ik beschouw mezelf niet als taalkundige. In feite heb ik mezelf nooit als bijzonder getalenteerd beschouwd. Maar niemand kan mij beschuldigen van gebrek aan arbeidsethos; dat is mijn geheime wapen. En ik vind het moeilijk om deze vraag te beantwoorden, omdat ik sommige talen armer spreek dan andere. Ik denk niet dat je het kunnen zeggen van 20 zinnen in een bepaalde taal kunt kwalificeren als die taal spreken… Ik ken 20 zinnen in het Japans en ik kan een deel van de tekst lezen, maar als je het mij vraagt: ‘Stamatia, spreek je Japans?’, dan zou mijn antwoord zou volmondig ‘nee’ zijn. Het hangt ook af van hoeveel ik een taal oefen. Het is net als het onderhouden van een tuin, nietwaar? Een beetje verwaarlozing ende kostbare planten, waarvoor u zorgde en dus tijd besteedde aan het verzorgen, worden ten dode opgeschreven. Je moet constant blijven bemesten, graven, aan die tuin werken …

 

V: Hoe moeilijk was het om meerdere Points of Views (standpunten) in de roman te gebruiken?

 

A: Zoals ik al eerder zei, wilde ik het verhaal niet te veel doordrenken van mijn eigen, persoonlijke kijk op orkesten, dirigeren, de muziekindustrie en de wereld als vrouw. In het hoofd kruipen van verschillende mensen met verschillende wereldbeelden was een uitdaging en een geweldige oefening voor mijn intellect. Maar in de eerste plaats zul je merken dat de belangrijkste Points of Vieuws die van de hoofdrolspeler is. We zien de wereld vooral door haar ogen, en uiteindelijk door de ogen van de mannelijke hoofdpersoon. Een voorbeeld van een scène tussen twee heel verschillende mensen is in ‘aflevering’ BARS. Ari (Ariadne) gaat een emotionele/intellectuele bokswedstrijd aan met een ‘frenemy’ en collega van haar, Evgeny. Blijkbaar drinken ze gewoon een gezellig biertje in een Britse pub en praten ze over waarom orkesten niet altijd de beste dirigenten volgen. Maar in werkelijkheid zijn ze aan het sparren en gaan ze voor de knock-out, ronde na ronde. Het was interessant om in hun gedachten te komen en mezelf te dwingen een situatie vanuit twee totaal verschillende gezichtspunten te bekijken.

 

V: Heb je deze roman geschreven om duidelijk te maken wat er moet veranderen in de wereld van klassieke muziek en dirigeren?

 

A: Ik heb deze roman geschreven om dezelfde reden waarom de meeste auteurs fictie schrijven: om te entertainen en om een ​​kunstwerk te maken. Ik geef misschien nog wel eens een lezing of ik schrijf nog wel eens iets anders over mijn mening over en oplossingen voor de problemen van de klassieke muziekindustrie. Dat is een project voor een andere keer. Ik heb echt mijn best gedaan om ervoor te zorgen dat iemand die niet bekend is met (of geïnteresseerd is in) orkesten, symfonieën en klassieke componisten, het plot absoluut kan volgen en zich hopelijk kan verhouden tot de personages. Op basis van de positieve feedback die ik kreeg van mijn Bèta-lezers (mensen die het boek lazen voordat het werd uitgebracht), die niet allemaal muzikanten waren, ben ik opgelucht om te zien dat ik daarin ben geslaagd.

 

V: De subthema’s van de boeken (moeilijke familierelaties, de Griekse crisis, vervreemding van het eigen land, immigratie, seksisme, #metoo, onwaarschijnlijke vriendschappen en meer) passen goed bij elkaar. Wat wil je dat de lezer het meest van hen meeneemt?

 

A: Het is duidelijk dat elke lezer van hetzelfde boek iets zal ontdekken dat hem of haar persoonlijk aanspreekt en kan helpen zich uit te drukken. En dus begrijpt en bouwt iedereen hetzelfde verhaal op een andere manier in zijn of haar hoofd. Die eeuwenoude verwantschap en samenwerking tussen auteur en lezer is een natuurlijk en wonderbaarlijk proces waarbij ik niet van plan ben tussenbeide te komen door afzonderlijke passages te ontleden, te over-analyseren en klinisch uit te leggen welke delen iets dichter bij de waarheid liggen van mensen en gebeurtenissen dan andere. Ik vrees dat het bespreken van de subthema’s van het verhaal of mogelijke filosofieën waarvan het verhaal al dan niet doordrenkt is, de persoonlijke ervaring van de lezers met het boek zou ‘doden’.

 

V: Bedankt voor het beantwoorden van mijn vragen. Ik vond het geweldig om Ariadne & Dionysus te lezen en ik weet dat het niet alleen muzikanten en vrouwen zal aanspreken, maar ook de lezers in het algemeen.

 

A: Bedankt voor dit gesprek. Ik hoop het ook.

 

Boek bestellen:

https://www.amazon.nl/ARIADNE-DIONYSUS-modern-tale-English-ebook/dp/B095N978KF/ref=sr_1_1?__mk_nl_NL=%C3%85M%C3%85%C5%BD%C3%95%C3%91&dchild=1&keywords=ariadne+%26+Dionysus&qid=1621861128&sr=8-1

 

English translation:

Q: The book’s protagonist is a Greek female conductor in her 30s from Greece. Is this book a memoir?

A: Ariadne & Dionysus is a novel and, hence, fiction. In my official disclaimer, I clarify that all of the book’s main characters are wholly made-up. I concocted their backgrounds and fates. I baptized them. I chiseled their inner and outer shapes. Any resemblance to real persons (living or dead) is coincidental. And the opinions expressed by these characters should not be confused for my own.

 

Q: So there is no similarities whatsoever between you and the main character, Ariadne Pappathanos?

A: Most people know me as an orchestra and opera conductor. Merely reading the biographical note under my name—often occupy­ing a small part on concert programs—one could easily, albeit wrongly, draw the conclusion that this novel is an auto-biography. It is not. This is a work of fiction, even if, broadly speaking, there are some faint similarities to my life, and life in general. After all, in every piece of literature, no matter how fantastical or dystopian the world-building, stories are used to express a human truth.

 

Q: Ariadne Pappathanos is an interesting character. Tell me how you came up with h

A: Even back when I began writing the novel, I knew I wanted my protagonist to be a woman older than me. I was 32 at the time, so I wrote her to be in her late 30s and not a beauty, though you wouldn’t call her ugly either. This is a big part of the plot. Most of the rest of the cast are people in their early 40s to mid 60s. As a story-teller, I find it way more interesting putting a character with life-experience in tricky, not black-and-white situations. When Ariadne does something unusual, there might be a reason for her behaviour: she has life-experience and therefore, possibly, knows more than she lets on. Older characters are also more complex, because they are inevitably burdened by regret, doubt and knowledge. Now that I am closer to her age, I see I was right. Originally, she was going to be a dark-blonde German female conductor. As I developed the analogy to the Greek mythos, it made more sense that she should be Greek and from Crete, like the original mythological Ariadne. One thing led to the other, and I before I knew it, I couldn’t disentangle my own background to hers. Writing this story, I ended up exercising some of my personal demons. The narrative had to undergo 20-30 revisions, among other reasons, to make sure that I wasn’t letting any of my own issues leak into the story. It’s partially why it took me five years to finish it.

Q: When you say “the story” I presume you mean this and the next novel. Ariadne & Dionysus could be a stand alone, but there is a sequel?

A: Yes, “the story” implies both volumes. I’m currently revising the second. The book you read is literally half the story. At first I thought it was an impossible task: how do I sell half a story, let alone the FIRST half, with all the exciting things that happen in the second? I knew I didn’t want to produce an 800 page novel( after the editing). But the page-count wasn’t the only problem: the writing style and pacing is different between the two books. Because the characters grow a lot throughout the story. And that was the key!The narrative in Ariadne & Dionysus is character-driven; the suspense is psychological. I place flawed but interesting people in challenging situations that force them to come out of their comfort zones and evolve. In the sequel, now that we are fully familiar with the characters, their thoughts, goals and trepidations—not to mention, their growth—the story turns more plot-driven, and the pace keeps accelerating till the end.

Q : The structure of the novel is interesting. There are 14 titled chapters, but they are on their own divided by mini numbered chapters.  Why not just write 50 or so mini chapters from start to end? Also is chapter one: PRELUDES a prologue?

A: I use some experimental  techniques in this novel. PRELUDES are nine vignettes depicting tiny fragments of Ariadne’s background. Because she is shrouded in mystery for a long time in the novel, I am providing nine puzzle pieces of who she is and why she turns out the way she does. Starting from her infancy, with each vignette, I jump about five years ahead each time, until 2013where the main story begins. This technique is called Flash-fiction-in-novel, when chapters entail from 300 to 1000 words or so. The rest of the novel I wanted to separate in small sections ( I like to call them “episodes”)

Q: But the story is not episodic: it’s cohesive.

A: Yes, there is an overall arch from the beginning to the end of the novel. And there is a bigger arch from 1st book to 2nd. I only call the titled chapters “ Episodes”  because they have each an arch of their own. The mini chapters then, almost indicate the 3-5 acts of each “episode”. I don’t think the reader needs to know any of that to enjoy the story.

Q: Why did you write your first novel in a foreign language?

A: It wasn’t out of disregard to my native Greek, a language of profound historical importance, and of overwhelming beauty. Then again, after highschool, I lived in many different countries.  I’ve considered myself a “citizen of the world” for a very long time now.  Silly as it may sound, I actually fell I love with English a few years back when, enchanted, I followed two “ white rabbits”: Oscar Wilde and James Joyce. I was suddenly Alice in a wonderland of literary riches.

Q: How many languages do you speak?

A: I’m not sure. I don’t consider myself linguistically talented. In fact, I never considered myself particularly talented in anything. But nobody can accuse me for lacking work ethic; that’s my secret weapon. And I find it hard answering this question, because I speak some languages poorer than others. I don’t think being able to say 20 phrases in a language qualifies as speaking it… I know 20 phrases in Japanese and I can read some of the writing, but if you ask me : “Stamatia, do you speak Japanese?” my answer would be resounding “no”. Also it depends on how much I practice a language. It’s like maintaining your garden, isn’t it? A bit of neglect and your precious plants, for which you cared and spent time nurturing, turn moribund. One needs to keep fertilizing, digging, working on that garden constantly…

Q: How hard was it to use multiple POVs (points of view) in the novel?

A: As I mentioned earlier, I wanted my own, personal view of orchestras, conducting, the music industry and the world as a woman not to drench the story. Getting inside the head of various people with different world-views was challenging and a great exercise for my intellect. Primarily though, you’ll find, the main POV is that of the protagonist. We mainly see the world through her eyes, and eventually the eyes of the male main character. One example of a scene between two very different people is in “episode” BARS. Ari( Ariadne) engages in an emotional/intellectual boxing match with a “frenemy” and colleague of hers, Evgeny. Seemingly, they’re just having a friendly beer at a British pub, talking about why orchestras don’t always follow the best conductors. But in reality, they are sparring, going for the knock out, round after round. It was interesting entering their minds, and forcing myself to examine a situation from two completely different points of view.

Q:  did you write this novel to make a point as to things that must change in the world of classical music and conducting?

A: I wrote this novel for the same reason most authors write fiction: to entertain and to create a piece of art. I might give a lecture or write something else regarding my opinions and solutions to the classical music industry’s problems. It’s a project for another time. I really went out of my way to make sure that someone who is not familiar with(or interested in) orchestras, symphonies and classical composers could absolutely follow the plot and, hopefully, relate to the characters. Based on the positive feedback I got from my Beta-readers (people who read the book before its release), all of whom were not musicians, I am relieved to see I’ve succeeded in doing that.

Q: The books’ subthemes (difficult family relationships, the Greek crisis, alienation from one’s homeland, immigration, sexism, #meetoo, unlikely friendships and more)  harmonize well together. What would you want the reader to take from them most?

A: Obviously, each reader of the same book will discover something that speaks to them personally and helps them express them­selves. And so everyone un­derstands and builds the same story in their minds differently. That age-old kin­ship and cooperation between author and reader is a nat­ural and won­derful process with which I don’t intend to intervene by dissecting individual passages, overanalyzing and clinically explain­ing which parts are slightly closer to true people and events than others. I fear, to discuss the story’s subthemes or any possible philosophies that might or might not permeate the narra­tive, would “kill” the readers’ personal experience with the book.

Q: Thank you for answering my questions. I loved reading Ariadne & Dionysus and I know it will speak not just to musicians and women, but readers in general.

A: Thank you for having me. I hope so too.

 

 

 

 

You May Also Like

Classical Encounters: een glansrijk festival voor kamermuziek in Den Haag

Thomas Oltheten: ‘In Bachs Johannes-Passion spelen menselijke emoties een centrale rol’

De klassieke-muziekwereld: recht de rug

Eerbetoon aan Louis Andriessen