Jonathan Fournel: warm en oprecht pianospel in veelzijdig repertoire

 

Gehoord: Edesche Concertzaal, 15 oktober 2022

Dor Willem Boone

Een recital met Mozart beginnen is een verre van eenvoudige opgave: zijn muziek is zo puur dat ze weinig overdrijving verdraagt. Aan de andere kant moeten de vele loopjes ook niet als een inspeeloefening overkomen, met andere woorden: je moet het juiste evenwicht vinden. Als dat er niet is, dan komt dat bij Mozart genadelozer aan het licht dan bij veel andere componisten. De Franse pianist Jonathan Fournel voelde Mozarts muziek direct vanaf het begin goed aan. Dat bewees hij overigens al tijdens het Koningin Elisabethconcours van 2021, waar hij behalve met het Tweede pianoconcert van Brahms minstens even veel indruk maakte met Mozarts Pianoconcert in BES KV 456.Zo viel gisteravond bij de Pianosonate in C KV 457 naast het typisch Franse ‘jeu perlé’ zijn eerlijke en warme manier van spelen op. Die kenmerkt alles wat hij aanraakt: de oprechtheid komt van binnenuit en iedere vorm van overdrijving is gelukkig afwezig. Genoemde Sonate van Mozart is interessant, omdat hij daarin al vooruitloopt op de romantiek van Beethoven, evenals in de Fantasie in C KV 475, die vaak voorafgaand gespeeld wordt. Fournel hield dit aspect voor ogen, zonder de Mozartiaanse verfijning uit het oog te verliezen. In het Adagio raakte hij de essentie van deze muziek met gesublimeerde eenvoud en een toon die altijd zijn kern behield. Zo eloquent hoor je Mozart niet vaak spelen. Ook in het derde deel wist hij goed het evenwicht tussen classicisme en pre-romantiek à la Beethoven te realiseren.

 

 

Hij vervolgde zijn optreden met Prélude, Fugue et Variation van Franck, een compositie die oorspronkelijk voor orgel geschreven werd, maar waarvan ook een versie voor orgel en harmonium bestaat. Fournel speelde uiteraard een versie voor piano solo. Deze compositie sloot in zoverre goed bij Mozart aan dat het ook in dit geval om een pure melodie gaat, zeker die van de Prélude. Die wordt nogal eens sentimenteel gespeeld, zeker in versies met harmonium, maar daarvan was gelukkig dit maal geen sprake. Integendeel: genoemde puurheid kwam heel goed over. In de Fuga was de stemvoering helder en werd in de schrijfwijze van de bassen duidelijk dat Franck vooral een componist voor orgel was. Desondanks bleef dit stuk in de versie voor piano overeind. Het was niet afgesproken, het stond evenmin in het programma vermeld, maar door het serene eind van de Variation bleef het publiek na afloop stil. Er volgde geen applaus en dat zorgde ‘ongewild’ voor een passende overgang naar de Variaties opus 3 van Szymanovsky. Deze begonnen ernstig, maar ze waren ook virtuoos van karakter. De Preludes opus 1 van de Poolse componist tonen de invloed van Chopin en je zou iets soortgelijks in dit vroege opusnummer verwachten. In dit geval is meer de schaduw van Scriabin merkbaar, soms klonken er verwijzingen naar enkele van de Etudes opus 8. Het is jammer dat deze Variaties zelden op recitalprogramma’s staan, want door hun beurtelings romantische en virtuoze uitstraling zijn ze net zo verblindend als de evenmin weinig gespeelde Variaties over een Pools volkslied opus 10 van dezelfde componist. Fournel werkte naar een orkestrale climax toe met majestueuze slotakkoorden.

 

Na de pauze speelde hij een sonate die al bijna net zo weinig in concertzalen te horen is, de Eerste pianosonate in C opus 1 van Brahms. Toen de jonge componist dit eerste werk en zijn tweede en Derde pianosonate aan Schumann voorspeelde, was laatstgenoemde daar zeer van onder de indruk. Hij noemde ze zelfs ‘verkapte symfonieën’, waarmee hij het hemelbestormende karakter ervan goed karakteriseerde. Door de orkestrale uitstraling en de vele akkoorden kunnen vooral de Eerste en Tweede sonate wat ‘zwoegerig’ overkomen en bij de luisteraar een zekere ‘vermoeidheid’ oproepen. Dat wist Fournel knap te voorkomen door een bepaalde lichtheid aan te brengen, maar zonder aan het rapsodische karakter van deze muziek voorbij te gaan. Kort na het begin van het eerste deel – dat overigens als een verre verwijzing naar het begin van de Hammerklaviersonate van Beethoven gezien kan worden – schrijft Brahms een melodie voor die heel mysterieus klinkt. De pianist wist dit prachtig gestalte te geven, waarmee hij na zijn sublieme vertolkingen van het Tweede Pianoconcert, de Derde sonate en de Händelvariaties eens te meer zijn grote affiniteit met deze componist bewees. Indrukwekkend was ook de manier waarop hij het eerste deel besloot met akkoorden in de bassen die diep resoneerden zonder lelijk of hard te worden. Het Andante van deze sonate is fraai, want de componist citeert hier de beginnoten van een Duits minneliedje ‘Verstohlen geht der Mond auf’. Het ademt de verstilde sfeer van bepaalde liederen uit Schuberts Winterreise. Fournel vertelde met weinig noten een verhaal, ik weet niet of hij ooit zangers begeleid heeft, maar met deze kwaliteit zou hij een uitstekende liedbegeleider zijn! Dit introverte, langzame deel gaat zonder onderbreking in het Scherzo allegro moto e con fuoco en vurig was het zeker. Ook hier wist de pianist daar waar nodig lichtheid in de soms zware notentekst van Brahms aan te brengen en hij speelde de Finale allegro con fuoco met een bijna katachtige souplesse. Dat was gezien het woeste karakter ervan geen geringe prestatie. Hij beloonde de bijval van het publiek met de beroemde bewerking van Myra Hess van Bachs Jesu, joy of mans desiring en daarmee zette hij iedereen weer op serene manier op de aarde.

Willem Boone

Info:

https://www.edescheconcertzaal.nl

https://jonathanfournel.com/index.php/fr/contacts/

You May Also Like

Klaus Mäkelä – een grote maestro met meer in petto

De soundtrack van een circusvoorstelling

Debussy van Jean Yves Thibaudet mist warmte

Verfijnd spel door koor en orkest Les Arts Florissants