Leonskaja in Brahms: zo hoort het!

 

Gehoord: Tivoli Vredenburg, Utrecht, 7 maart 2023

Door Willem Boone

De Russische pianiste Elisabeth Leonskaja wordt dit jaar 78 en dat is een toch enigszins gevorderde leeftijd voor een artiest. Toch is zij op het moment actiever dan ooit met veel optredens en cd-opnames. Zij doet in haar programma’s ook geen enkele concessie aan haar leeftijd. Zo speelde zij tijdens haar recital in Tivoli Vredenburg een veeleisend programma met twee lange sonates van Mozart en Brahms en daartussen een al even veeleisend werk als de Suite opus 25 van Schoenberg. Het aardige hiervan was dat zij dus een geheel ‘Weens’ programma speelde met muziek uit de eerste en de tweede Weense school.

Een recital beginnen met Mozart is een riskante onderneming. Doordat zijn muziek zo transparant is, valt iedere oneffenheid direct op, eerder dan bij (laat)romantische muziek. Leonskaja begon haar recital met de langste sonate van Mozart, die in D KV 284. Storend was dat in de toelichting tot drie keer toe het verkeerde KV-nummer vermeld stond, nl. KV 248, naast andere slordigheden als de opmerking dat Mozart op zijn 36e overleed. En het was jammer dat bij geen van de te spelen werken de afzonderlijke delen vermeld stonden. Zeker bij een onbekend werk als de Suite van Schoenberg zou het fijn geweest zijn om daarvan de delen te weten!), die maar liefst een half uur duurt, een voor Mozart ongebruikelijk lang stuk. Opmerkelijk was dat zij dezelfde sonate – die zelden in de concertzaal klinkt – ook bij haar vorige optreden in de Hertz-zaal speelde.

 

 

 

De pianiste zette het eerste deel stevig in en speelde Mozart met een kenmerkend ‘jeu perlé’.  Zij herhaalde ook de expositie van het eerste deel. Af en toe waren er kleine oneffenheden, die zij overigens vakkundig oploste. Deze sonate is niet alleen ongebruikelijk door haar afmetingen, maar ook door de inhoud van de delen. Het eerste deel is een Allegro, het tweede deel heeft als aanduiding Rondeau en polonaise gekregen, maar het is de vraag of deze van Mozart zelf afkomstig zijn. Het vreemde is dat het qua tempi doet denken aan een ‘normaal’ langzaam deel en dat het noch het karakter van een Rondeau noch dat van een Polonaise heeft. Het derde deel is een uitgebreid Thema met variaties, wat Mozart later nog een keer in zijn Sonate in A KV 331 zou herhalen. Bij Mozarts klaviermuziek is hij misschien in zijn variaties op zijn inventiefst: daar krijgen we een glimp van wat hij als pianist en vooral improvisator vermocht. Daarnaast wordt in deze stukken duidelijk wat voor een virtuoos hij geweest moet zijn. Wat in gunstige zin in de vertolking van de Russische pianiste opviel, was haar linkerhand. Zij heeft een linkerhand die je duidelijk hoort, wat lang niet bij al haar collega’s het geval is. In de voorlaatste variatie nam zij de tijd. Haar spel doet soms wat ‘ouderwets’ aan, als je het vergelijkt met de fantasierijke vertolkingen van sommige fortepianisten die de laatste tijd Mozart opgenomen hebben. Toch had het spel van Leonskaja door de genoemde rust en haar fraaie linkerhand ook zijn bekoring.

De Sechs kleine Klavierstücke opus 19 van Schoenberg speelde zij van blad. Deze zijn, zoals de titel al aangeeft, bescheiden van omvang. Sommige van deze stukken zijn maar een bladzijde lang. Harmonisch zijn ze nog niet al te complex, zodat ik verwacht had dat de pianiste deze ook haar hoofd zou spelen. Zij speelde deze korte cyclus met een gedifferentieerd toucher, waarbij vooral haar pianissimo’s fraai waren. De Suite für Klavier opus 25 is ambitieuzer van opzet en bij deze suite kon ik mij juist goed voorstellen dat ze deze van blad speelde. De muziek is harmonisch uitermate complex, het is twaalftoonsmuziek waarbij je je als luisteraar nergens aan vast kan klampen.

Ook voor een uitvoerende moet het een moeilijke taak zijn om deze muziek te doorgronden en al helemaal om deze uit het hoofd te spelen. Het is geen gemakkelijke kost en precies een eeuw nadat deze muziek geschreven is, komt ze nog steeds als modern over. Ook in dit opus speelde Leonskaja met een rijkgeschakeerd toucher, variërend van etherische pianissimo’s tot hamerende fortes in de bassen. Het was wat je noemt een stoere onderneming van de pianiste om zo’n stuk te programmeren.

 

 

 

Na de pauze bevond zij zich op voor haar uiterst bekend terrein met de Derde sonate in F opus 5 van Brahms, een componist van wie zij veel stukken op haar repertoire heeft. Het stuk is symfonisch van proporties en het is zo majestueus van karakter dat je het ook bijna alleen maar zo kunt spelen. De inzet was inderdaad maestoso en uitermate krachtig, maar waar nodig liet zij de noten ook zingen. Op zulke momenten kan zij zich ontpoppen als een echte Russische klavierleeuwin die over grote reserves beschikt. De slotakkoorden waren indrukwekkend. Ik had bij het tweede deel, een van de mooiste langzame delen die Brahms schreef, even het gevoel dat haar tempo een fractie te snel was, maar dit viel later minder op. Zij speelde deze muziek met tederheid, maar de coda was wederom zeer krachtig. Daarna klonk het derde deel als een woeste dans en bij het vierde deel, de Rückblick, deden de bassen aan pauken denken, het slot met ‘roffels’ in de lage registers was zeer fraai. Ook in het laatste deel wist zij goed verschillende timbres op de piano te suggereren en dat is eigenlijk niet verwonderlijk bij een stuk dat zo symfonisch van karakter is. Het slot was van dien aard dat je alleen maar kon denken: zó speel je dit en niet anders!

Na het slotapplaus speelde Leonskaja een toegift: het langzame deel uit de Sonate facile van Mozart en dat was een beetje jammer. Niet omdat ze het niet mooi speelde, want het was juist ideaal van eenvoud, maar omdat het wat mij betreft enigszins afbreuk deed aan de magistrale Brahms die ze daarvoor gespeeld had.  Eigenlijk ‘hoeft’ er niet altijd een toegift te volgen, soms is wat je gehoord hebt zo indrukwekkend dat het volstaat. Een van de Intermezzo’s uit opus 117 zou meer op zijn plaats geweest zijn, ook om nog even in de geest van Brahms te blijven. Maar als gezegd, ze speelde dit stuk van Mozart met ideale eenvoud, zodat je ook daarbij dacht: ja, zo moet het!

Willem Boone

 

 

Info:

http://www.leonskaja.com

 

You May Also Like

Hannes Minnaar en Jan-Peter de Graaff schitteren in Luthéalconcert

Vilde Frang indrukwekkend in Eerste Vioolconcert van Sjostakovitsj

Ella van Poucke en Stephen Waarts lanceren nieuwe kamermuziekserie in De Duif

Hélène Grimaud: vaardig maar niet altijd verfijnd spel