Verfijnd spel door koor en orkest Les Arts Florissants

Door Willem Boone

Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 19 november 2022

Het Franse ensemble Les Arts Florissants werd in 1979 opgericht door de Amerikaanse klavecinist William Christie en het maakte vooral naam met Frans barokrepertoire van Charpentier, Rameau, Couperin, Desmarest en Mondonville. Dit maal bracht het Duits repertoire van Telemann en Haendel. Een aardige bijkomstigheid is dat beide componisten penvrienden voor het leven waren en elkaar over van alles en nog wat schreven, niet alleen over muziek, maar ook over de natuur, waardoor zij beiden geobsedeerd waren.  Hoewel Telemann een veelschrijver is (het schijnt dat hij net zoveel gecomponeerd heeft als Bach en Haendel samen!), is er relatief weinig uit zijn oeuvre bekend. Om die reden is hij een intrigerende figuur uit de muziekgeschiedenis. Een reden dat hij zoveel geschreven heeft is dat hij de gezegende leeftijd van 86 jaar bereikte. Zo schreef hij Die Auferstehung und Himmelfahrt Jesu op tekst van Karl Wilhelm Ramler in 1760, toen hij bijna 80 was. Het zou een van zijn laatste grote vocale werken worden. Ramler schreef in een brief dat hij beloofd had “voor Pasen iets te voltooien waaraan een oude musicus zich kan doodzingen. De heer Telemann, een grijsaard van 78 jaar, wil zijn zwanenzang zingen en daarvoor zal ik hem de woorden voorzeggen.” Het bewuste oratorium was een meestergreep, hoewel het zelden uitgevoerd wordt. Componist en advocaat Christian Gottfried Krause zei dat ‘Telemann in zijn tachtigste levensjaar heeft getoond dat hij alles kan.’ In zeven chapiters vertelt Ramler het bijbelse verhaal, vanaf de aardbeving van Christus’ opstanding, de verschijning van de engel aan de drie Maria’s bij het graf, de Emmausgangers, de ongelovige Thomas en de Hemelvaart. De uitgebreide recitatieven volgen in het algemeen de Evangeliën, maar ze zijn geschreven in de tegenwoordige tijd. Telemann liet de recitatieven door verschillende stemmen zingen, wat in die tijd ongebruikelijk was. Het leverde hem nogal wat kritiek op: ‘Wie praat er?’, ‘Wie zingt er iets in de recitatieven?’ Na de inleiding was het eerste recitatief al direct dramatisch met teksten als ‘Judaa zittert! Seine Berge beben’. Doordat Ramler specifiek voor Telemann schreef, kon de componist een grotere invloed uitoefenen op de eenheid tussen tekst en muziek. In de recitatieven bood Ramler tal van mogelijkheden voor tekstschildering. Telemann besteedde veel aandacht aan een natuurlijke tekstdeclamatie. Het orkest speelde fijnzinnig en de koorgedeeltes waren indrukwekkend, aangevoerd door een enthousiast dirigerende Christie. Hij is inmiddels niet meer de vaste dirigent van het ensemble, ondanks zijn enigszins gevorderde leeftijd van 78 dirigeerde hij energiek. De solisten kwamen deels uit het koor en zongen hun partijen verdienstelijk. Wat enigszins verbaasde was dat zij allen van blad zongen (iets wat bij het Festival Oude Muziek in Utrecht ook vrijwel bij ieder concert gebeurt), het zorgt natuurlijk voor een stuk zekerheid, tegelijk zorgt het ook voor een soort afstandelijkheid: bij iemand die steeds in de partituur kijkt, blijft de expressie beperkt. Het slot met een fuga was indrukwekkend.

Na de pauze stonden er voor een deel zeer bekende koorwerken van Haendel op het programma: allereerst twee van de vier Coronation Anthems.Vooral het eerst uitgevoerde werk, Zadok the priest, is erg bekend geworden. In Haendels tijd werd al geschreven dat het muziek is ‘die met pracht en praal uitgevoerd moet worden’. Dat gebeurde gistermiddag zeker, met direct aan het begin trompetten en trommel, al was de bezetting veel bescheidener dan bij de uitvoering destijds toen er ruim negentig instrumentalisten speelden, samen met een koor van bijna vijftig zangers. Het koor van Les Arts Florissants was een stuk kleiner, maar hun eerste inzet was stralend en op volle sterkte. Ook in het aan het eind gespeelde The King shall rejoice klonk het koor juichend.

Het leverde een prestatie van hoog niveau, dat niet onderdeed voor het beroemde Monteverdi Choir van Sir John Elliot Gardener. Het maakte ook maar weer eens duidelijk wat voor plezierige en vrolijke muziek Haendel schreef, al was er ook een mooi intiem middengedeelte. Na Zadok the priest volgde er geen applaus en begonnen musici en koor direct aan het Te Deum. Aan het eind richtte Christie zich tot het publiek en vertelde dat hij blij was om weer in Amsterdam te zijn en hoewel het gezelschap diezelfde middag nog een TGV richting Parijs moest halen, was er toch ruimte voor een toegift. Er volgde een reprise van Zadok the priest, majestueus gespeeld en gezongen.

You May Also Like

Klaus Mäkelä – een grote maestro met meer in petto

De soundtrack van een circusvoorstelling

Debussy van Jean Yves Thibaudet mist warmte

Zwarte opera Blue hinkt op meerdere gedachten