Lorenzo Viotti soeverein in Lohengrin van Wagner

Wagners Lohengrin, Nationale Opera. Gehoord: 15 november 2023, Nationale Opera en Ballet

Door Peter Schlamilch

 

 

Zelden was een operavoorstelling in Amsterdam zo volledig geslaagd als Wagners Lohengrin, die door Lorenzo Viotti magistraal, warmbloedig en soeverein werd geleid. Althans, voor degenen die hun ogen sloten tijdens het ‘Vorspiel’, dat door de volledig overbodige videobeelden van Ruth Stofer op verschrikkelijke wijze werd ontsierd, én voor degenen die het werkelijk spuuglelijke decor van Philipp Fürhofer door de oogharen wisten te onderdrukken: zelden werd een orkest in Amsterdam zo fijnzinnig en tegelijk doorleefd geleid als in deze voorstelling van de Bayreuthsche meester.

 

Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelde onder Viotti’s leiding fenomenaal, en als nooit tevoren: naast talloze kleuren hoorde het publiek waanzinnige dynamische verschillen en messcherpe articulaties maar ook die typisch wollige mengklanken waar Wagnerfans zo van houden, alsmede subliem orkestspel met prachtige soli. De strijkers zongen voluit waar het moest, of speelden zo ingehouden fluisterstil dat de luisteraar zich bijna alleen door visuele controle kon vergewissen dat de musici nog daadwerkelijk in de bak aanwezig waren. De grote koorscènes werden groots en ademend begeleid, voluit, zonder ooit opdringerig te worden, en bij vlagen heerste een kamermuzikale intimiteit, die nooit afbreuk deed aan de grandeur en soms bijna protserigheid die Wagner ook zo nodig heeft. Het orkest vormde een hechte eenheid, en was tegelijkertijd flexibel, lenig en alert. Wagners orkestklank past het orkest perfect, net als de klankrijkdom die het produceert. Een grootse prestatie in deze Wagneropera uit diens middenperiode, waarin de onverklaarbare, 10e-eeuwse held Lohengrin bijna als een Vliegende Hollander naar verlossing door een vrouw zoekt: Elsa mag niet vragen naar zijn naam of herkomst, als teken van haar onvoorwaardelijke vertrouwen in hem. Vergiftigd door de laster van haar omgeving stelt ze uiteindelijk toch de fatale vraag, waarop de held verslagen zegt: ‘nu is al ons geluk voorbij’.

 

 

 

 

Viotti dirigeerde soeverein, vrijwel nooit overdrijvend, maar het orkest met een zekerheid leidend alsof Wagner zijn dagelijkse kost is. In werkelijkheid is het zijn eerste Wagneropera, en als dit zijn visitekaartje daarvan is, wachten ons nog vele spectaculaire interpretaties van zijn hand, hoewel de Zwitsers-Franse dirigent, die nog maar sinds 2021 chef bij DNO is, zijn vertrek alweer heeft aangekondigd, naar eigen zeggen om prioriteit te geven aan zijn ‘persoonlijke leven en ontwikkeling waarin ik de meester ben over mijn eigen tijd.’ Hopelijk blijft hij voor Wagner als gast uitgenodigd worden in Amsterdam, want de manier waarop hij de Duitse componist weet te lezen smaakt naar meer: Lohengrin zou een prima voorbereiding voor de Ring kunnen zijn, of zelfs voor Wagners meesterwerk: Parsifal. Viotti dirigeert met een gemak die souplesse aan inzicht en overzicht paart: zijn begrip van Wagners noten lijkt intuïtief, natuurlijk en toch diep doorvoeld en bestudeerd, een prachtige en wonderlijke combinatie.

 

 

 

 

Wie de werkelijk vreselijke videoprojectie in de ouverture had weten te blokken vroeg zich af wie die in hemelsnaam had bedacht en waar die goed voor was: waar het voorspel zacht en etherisch is, waren de beelden hard, lelijk en amateuristisch aan elkaar geflanst. Ze bleven zonder duiding in het luchtledige hangen, op een minuutje aan het eind van de eerste akte na, waarin de beelden even zinledig, storend en afleidend waren als aan het begin. We hopen sterk dat de directie van DNO deze vreselijke vergissing uit de rest van de voorstellingen weglaat, temeer omdat de video, goddank, in de andere twee akten in het geheel niet terugkeert, wat het volkomen willekeurige effect nog eens versterkt. Toen uw recensent enkele dagen geleden in Wuppertal Wagners Tristan und Isolde bewonderde waren er ook videobeelden (van Martin Andersson), maar dan van een ontroerende schoonheid die ook nog wat toevoegde aan het geheel: Wagner zou blij zijn geweest met deze nóg megalomanere uitbreiding van zijn ‘Gesamtkunstwerk’.

 

 

 

 

Een smet op de voorstelling is ook het, zoals gezegd, spuuglelijke decor dat 5 uur lang het interieur van een oude fabriekshal verbeeldt, zonder veel variatie of afwisseling (ja, de achterkant kan als een goedkoop rolluik geopend worden), en waarvan het ‘dak’ ongelukkig genoeg de koorklank op het toneel vasthoudt in plaats van de zaal in projecteert, waardoor de werkelijk voorbeeldige koorprestaties eigenlijk een beetje verwateren: door de wanden van het decor gaat de koorklank soms ‘knallen’, wat absoluut onrecht doet aan de geweldige prestaties van dit koor, dat waarschijnlijk een van de beste operakoren ter wereld is. Het zong op de toppen van zijn kunnen, en dat kan ook niet anders in deze opera: van de gigantische massascènes tot het intiem, in de zaal gezongen Bruiloftskoor: alles werd even intens als warm gezongen, alles was spatzuiver en vrijwel alles was zeer gelijk (hoewel ik het koor zou gunnen iets minder te moeten tellen en iets meer te kunnen ‘ademen’), en de acteerprestaties waren ronduit groots: elk koorlid (en elke figurant) leefde mee met de handeling, en de emoties op aller gezichten droegen wezenlijk bij aan de grote gevoelens die Wagners verhaal overbracht: een groot compliment aan het koor, maar zeker ook de personenregie, die elke beweging van elk individueel koorlid 5 uur lang expressief wist te maken. Daarin herkennen we de hand van regisseur Christof Loy, waarvan deze recensent al bij zijn vorige productie, Königskinder, schreef dat zijn regie ‘verfijnd maar toch zeer menselijk’ was, een regie die ‘niet alleen de grote lijn schitterend vasthoudt, maar ook de details tot in de finesses uitwerkt’.

 

 

 

 

 

‘Loys personenregie is van adembenemend niveau’, schreven we destijds, en ook nu is dat het geval. Dat hij voor het afstandelijke maar vooral oersaaie industriële decor koos is ons dan ook een raadsel, temeer omdat de kleding zelfs door de Wibra in de jaren ‘50 al zou zijn verworpen en de belichting de standaard Tl-verlichting is waarvan men in Amsterdam zo vreselijk houdt, maar waar het publiek al zeker tien jaar schoon genoeg van heeft. Goddank was er geen enkele allusie naar het woke-spook van de opera, dat ook maar niet wil ophouden grote meesterwerken te verpesten.

 

 

 

 

Wie door al deze uiterlijkheden wist heen te kijken hoorde een zeer uitgebalanceerd zangers ensemble dat uitstekend tegen dit, bij vlagen best taaie Gesamtkunstwerk (een term die Wagner zelf overigens nooit gebruikte) opgewassen was. In de Duitse tenor Daniel Behle had DNO een bijkans ideale Lohengrin gevonden, die niet alleen de ‘Ausdauer’ en de potentie had om boven een sterk spelend orkest uit te komen, maar ook nog de mimiek, tragiek maar vooral de perfecte klankschoonheid bezat om deze toch wat vreemde held te vertolken. Met volledig gemak kwijtte hij zich van zijn zware rol, net als de Zweedse sopraan Malin Byström, die, ondanks de verschrikkelijke, kille decors en dito belichting, een liefdesgloed door de zaal wist te verspreiden waarbij ze niet alleen haar heerlijke, bijna wat donkere sopraan, inzette, maar haar hele wezen in de strijd gooide. Zichtbaar vreselijk vond ze het dat ze in een goedkope regenjas en zonnebril haar opkomst (en later afgang) moest maken, maar ze hield zich vast aan de prachtige, gloedvolle noten die Wagner haar had gegeven. Schijnbaar moeiteloos zong ze aan het eind van de avond nog even mooi en warm als aan het begin, en wist de toehoorder op elk moment te fascineren en te ontroeren. Misschien niet de standaard Elsa, maar wel een fenomenale, die ook nog de paar erg onlogische coupures tot een goed einde bracht, zij het met licht vragende blik naar de dirigent.

 

 

 

 

Eigenlijk waren alle rollen op zeer hoog niveau bezet: Thomas Johannes Mayers Telramund was dan weer wél de standaard Wagnerschurk, inclusief de gestiek en uithalen die erbij horen, net als de fenomenaal zingende Martina Serafin (Ortrud), die een heel toneel in haar eentje kan vullen met haar presentie en een hele zaal met haar heerlijke stem. De Oostenrijks-Nieuw Zeelandse bas Anthony Robin Schneider gaf zijn Koning Heinrich een groots allure. Zijn prachtige geluid en grootse voorkomen waren een lust voor oor en oog, hoewel ook hij zich moest behelpen met een kostuum van de Zeeman, dat hem niet alleen slecht stond maar hem ook van elke koninklijkheid probeerde te beroven. Gelukkig tevergeefs.

 

 

 

 

Niet onvermeld kan blijven is de schitterende choreografie van Klevis Elmazaj, die, wars van uiterlijkheden, de schitterendste beelden kan scheppen, zoals de zwaan waarmee Lohengrin ten tonele verschijnt: twintig paar intelligent ineengevlochten armen en je hebt de trouwe, vlekkeloze metgezel van onze held al uitgebeeld, suggestiever dan welk decorstuk ooit. De korte balletten in de andere akten leiden nooit af, maar versterken Wagners muziek, en de strijd tussen de seksen aan het eind is niet oubollig-feministisch, maar sterk en overtuigend, net als de ijzersterke toneelbeelden die de regie met het massale koor weet te creëren: nooit vergezocht, altijd zinvol en betekenisrijk, en doen de ‘betonlook’ van decor en belichting even vergeten; een paar decennia geleden vast heel ‘modern’ en ‘vernieuwend’, maar voor nieuwe operapublieken afstotend, vervreemdend en vooral… saai.

Ster van de avond bleef echter, na Wagner zelf, dirigent Lorenzo Viotti, die met zijn perfecte timing, tempi en directie deze Lohengrin tot een onvergetelijke muzikale gebeurtenis maakte. Dat er nog vele mogen volgen.

Peter Schlamilch

 

 

Lohengrin: Romantische opera in drie bedrijven
Gezongen in het Duits
Persfotografie: Marco Borggreve
Muzikale leiding Lorenzo Viotti
Regie Christof Loy
Co-regie Georg Zlabinger
Decor Philipp Fürhofer
Kostuums Barbara Drosihn
Licht Cor van den Brink
Video Ruth Stofer
Choreografie Klevis Elmazaj
Dramaturgie Niels Nuijten
Heinrich der Vogler Anthony Robin Schneider
Lohengrin Daniel Behle
Elsa von Brabant Malin Byström
Friedrich von Telramund Thomas Johannes Mayer
Ortrud Martina Serafin
Der Heerrufer des Königs Björn Bürger
Vier Brabantische Edle
Christiaan Peters, François Soons, Harry Teeuwen, Jeroen de Vaal
Vier Edelknaben
Taylor Burgess, Vida Matičič Malnaršič, Elsa Barthas, Yvonne Kok
Koor van De Nationale Opera
Instudering Edward Ananian-Cooper
Nederlands Philharmonisch Orkest

 

 

 

Info:

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2023-2024/lohengrin

https://orkest.nl

You May Also Like

Hannes Minnaar en Jan-Peter de Graaff schitteren in Luthéalconcert

Vilde Frang indrukwekkend in Eerste Vioolconcert van Sjostakovitsj

Ella van Poucke en Stephen Waarts lanceren nieuwe kamermuziekserie in De Duif

Hélène Grimaud: vaardig maar niet altijd verfijnd spel