Lucas & Arthur Jussen slechtten de anderhalve meter in Het Concertgebouw

Gehoord: 1 juli, 19.00 uur en 21.00 uur, Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam

Direct nadat Rutte op 24 juni j.l. bekend had gemaakt dat de Coronamaatregelen op 1 juli versoepeld zouden worden, jubelde Simon Reinink, de directeur van Het Concertgebouw: ‘De rode loper gaat uit!’ Eerder was al besloten om in het kader van de BankGiroLoterij ZomerSessies -normaal elke dag concerten in juli en augustus – toch negen concerten door te laten gaan in een ‘1888-opstelling’ voor 100 bezoekers, met kleine bistrotafeltjes met een plantje erop in de zaal. Nu konden dat er ineens 350 worden en dat dan x 2, want Reinink had -om een pauze met onbeheersbare wandelroutes van het publiek te kunnen voorkomen – gekozen voor twee keer hetzelfde concert op één avond van elk ongeveer een uur lang.

Door in de zaal om en om een rij stoelen weg te halen en tussen elke bezoeker drie stoelen vrij te houden creëerden Reinink en zijn staf een aangename ambiance voor het publiek, dat direct bij de ingang aan de tand wordt gevoeld of er sprake is van lichte klachten. Vervolgens worden de goedgekeurde bezoekers door ijverige suppoosten via een éénrichtingssysteem naar hun verantwoorde plek geloodst over een wirwar van zwart-gele markeringen om de anderhalve meter afstand niet te overschrijden. En daar zit je dan, te wachten tot de hele klus is geklaard, genietend van een drankje dat je onderweg op hebt kunnen pikken bij de met plexiglas afgeschermde bars, verplicht luisterend naar het harpspel van Lavinia Meyer, wiens publieksvriendelijke stukjes van Satie, Tiersen e.a. door de luisprekers schallen. Tja, men moet toch wat om de stemming erin te houden, al was stil ook wel fijn geweest…

Maar zodra Lucas & Arthur Jussen als eerste musici na exact 111 dagen leegstand weer in levenden lijve de rode loper af huppelden, ontstond toch nog even die verwachtingsvolle stilte die de beste introductie vormt tot luisteren naar een concert. Met hun 27 en 23 jaar inmiddels meer jonge mannen dan schattige jongens, hebben de hoogblonde pianobroers nog steeds hun ontwapenende en charmante uitstraling weten te behouden. Ook al hullen ze zich bij voorkeur in de speelse modepakken van ontwerper D’Angelino Tap, ze blijven bij dat alles toch heel gewoon. Ze zijn zichtbaar en hoorbaar dol op elkaar, vormen nog steeds het ideale pianoduo en hun passie voor de muziek komt ontegenzeggelijk recht uit het hart.  Van al hun nationale en internationale successen, inclusief twee gouden en twee platina platen, zijn ze allesbehalve arrogant geworden. Ze spelen omdat ze er plezier in hebben.

Bijna onbesuisd door hun enthousiasme om weer live te kunnen spelen storten ze zich vol goed gedoseerde branie op Mozarts sprankelende Sonate in D, KV 381, die ze als helder siervuurwerk de zaal in knalden. Lef en nuance typeerden hun lezing van het openingsdeel, met een glashelder en parelend fraserende Lucas aan de discant, terwijl Arthur met smaak, vaart en inlevingsvermogen de baslijnen aanleverde. In het lyrisch gespeelde Andante ontroerde de buitengewone vertrouwdheid waarmee de broers samen musiceren: alsof ze samen één organisme met vier armen vormen, gelijk ademend en bewegend, moeiteloos in elkaar overvloeiend en reikhalzend ‘luisterend’ naar klankschoonheid, die in hun beleving ergens van boven komt. Mozart werd afgesloten met een dynamisch Allegro molto, waarin de broers lieten horen dat ze allesbehalve gedrilde pianohondjes zijn. Ze spelen subtiel, met passie en karakter, allebei anders maar toch zo dat ze elkaar feilloos aanvoelen en aanvullen.

Halverwege Mozart begonnen de voordelen van een anderhalf meter concert op te vallen: lekker veel frisse lucht en beenruimte, geen gekuch in de zaal (maar helaas wel geritsel van snoeppapiertjes en open en dicht klikkende damestassen), fijne sfeer door de verlichting. ‘Ook al zitten er nu maar 350 mensen in de zaal, voor ons voelt het als 2200!’ zou een enthousiaste Lucas Jussen na afloop van het concert verklaren. Hij en zijn broer vonden het “Heerlijk!’ om eindelijk weer live in Het Concertgebouw te kunnen spelen. En het publiek – tijdens het eerste concert voornamelijk 60plussers, maar tijdens het tweede concert zowaar ook jongeren- toonde dankbaarheid door hard te klappen en als vanouds ‘Bravo!’ te brullen.

Na Mozart doken de broers in de wonderschone materie van Schuberts Fantasie in f, D940, een stuk dat ze als jongetjes al speelden met hun lerares Maria João Pirez en dat ze daarna ook vaak samen hebben uitgevoerd. Nog steeds zat Lucas aan de discant, waar hij uitblonk in het uitspinnen van tedere melodielijnen in subtiele klankschakeringen, die door Arthur vanuit de diepte met een soortgelijke fijngevoeligheid werden gedragen en beantwoord. Als één stuk van Schubert over lichte en donkere schaduwen gaat, dan wel deze weemoedige Fantasie in f, die zo ingenieus en aangrijpend gecomponeerd is dat er altijd weer nieuwe invalshoeken mogelijk zijn. De broers Jussen kozen voor een overwegend zachtmoedige en lyrische benadering en deden dat heel overtuigend, al hadden de overgangen van lichte naar duistere passages en vice versa misschien nog wel wat dramatischer gekund, met bijtende bassen, schrijnende harmonieën en desolate melodieën. Maar dat is een kwestie van smaak. Schitterend was het moment waarop beide broers met hun hoofd in het toetsenbord doken om de fugatische passages in te zetten van waaruit de Fantasie nog een laatste keer opleeft, voordat hij als een stervende ster uitdooft in het kosmische niets van de eeuwigheid.

Tijdens Ravels Ma mère l’oye, een sprookjesachtig stuk over Moeder de Gans waarmee de broers vergroeid zijn, ruilden Lucas en Arthur van plaats, zodat het nu vooral Arthur was die filigreinachtige en ‘krinkelende en winkelende’ toverklanken in de hoogte produceerde, terwijl Lucas vanuit de laagte extra glans en diepte aan het ‘verhaal’ toevoegde. Etherische momenten werden afgewisseld met passages vol ruige ritmiek of humoristische articulaties. Tot besluit van hun enthousiasmerende optreden leefden de broers zich helemaal uit in VAN… van Hanna Kulenty (61), een Poolse componiste uit Warschau, die enerverende en tot de verbeelding sprekende muziek schrijft waaraan de broers Jussen verknocht zijn. Ze speelden haar energiek voortstormende, door syncopische ritmische accenten en andere minimalistische elementen gekleurde duo stuk met zoveel pianistische inzet en muzikale geestdrift, dat ze volledig recht deden aan de uitspraken van Kulenty over haar muziek:

‘Emotional gestures designed to move and touch listeners have been known since music came into being and this is what fascinates me. I’m interested in making these gestures less real, in cancelling their reality in my own way. It is of secondary importance to me that these elements also belong to a convention, such as a ‘human’ melody. I do not play with conventional elements of the Baroque style. I play with the emotional states and energies that may accompany the Baroque style. I am not afraid of emotion. There are people ashamed of emotions, I really do not understand why… Music is also – or above all – emotion! Is it not true? And this exactly is the kind of music that I want to write. Ladies and Gentlemen, I prefer to move my listeners, touch and inspire their emotions, instead of boring them. Now, I will undertake yet another attempt of moving and emotionally stimulating my audience with my musical surrealism submerged in the polyphony of spacetime.’

 

De broers Jussen vlogen eensgezind door Kulenty’s geesteskind als een raket door de ruimtetijd barrières en namen het publiek mee op een spannend muziekavontuur, dat eindigde in een gevoelig uitgediept Abendlied van Schumann bij wijze van toegift.

Foto’s: Marco Borggreve

Info:
www.concertgebouw.nl
www.arthurandlucasjussen.com

 

You May Also Like

DE SMEKELINGEN of hoe een oud verhaal nog volkomen actueel kan zijn

De Muze van Zuid eert onze Vaderlandse Componisten

Mariana Izman verklankt de essentie van Debussy’s Preludes I & II

Louise Farrenc weerklinkt in Brugge, Gent en Antwerpen