Lyriek en kracht in Beethoven, guitigheid en charme in Poulenc

 

Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Elim Chan, m.m.v. Alexei Volodin, piano

Gehoord: 8/5 Concertgebouw Amsterdam

Door Willem Boone

Je zult als solist maar een verhinderde Martha Argerich moeten vervangen, dat is en blijft een ondankbare taak. Net als de concertzaal die op zoek moet gaan naar een andere solist. Dit probleem deed zich gisteren voor toen de Argentijnse pianiste niet kon komen en met haar zei ook pianiste Polina Leschenko af. Gezamenlijk zouden zij het Dubbelconcert van Poulenc spelen, een stuk dat niet zo heel vaak op het programma van orkesten staat. Daarvoor in de plaats kwam het overbekende Derde pianoconcert van Beethoven met de Russische pianist Alexei Volodin als solist. Hij is geen onbekende naam meer in Amsterdam, want hij trad al diverse malen met succes in de voormalige serie Meesterpianisten op. Vorig seizoen had hij zullen aantreden in het Derde pianoconcert van Rachmaninoff, maar dat was ten tijde van een van de lockdowns, waardoor het optreden geannuleerd en helaas niet opnieuw geprogrammeerd werd. Hopelijk houden we dat nog tegoed, want zijn spel smaakte gisteren naar meer.

Volodin maakte bij zijn eerdere hierboven genoemde recitals duidelijk dat hij in alle opzichten het predicaat ‘meesterpianist’ verdient. Dat geldt uiteraard voor zijn techniek, maar ook voor zijn beheersing van tempi en dynamiek. Wat daarbij aangenaam verrast, is zijn vermogen om de luisteraar direct aan te spreken met zijn integere aanpak: hij schuwt grote contrasten niet, maar gaat nergens over de schreef (zoals zijn collega Lars Vogt die twee dagen eerder in Utrecht tijdens een recital o.a. Beethovens Hammerklaviersonate speelde met de originele metronoomvoorschriften van de componist, die destijds door zijn leerling Czerny zijn opgetekend. Daarvan is bekend dat ze zo snel zijn dat vrijwel geen enkele pianist ze kan spelen en als het al lukt, is het in koortsachtige tempi die je alleen maar als ‘ridicuul’ kunt kwalificeren!).

Je doet een musicus als Volodin te kort door hem alleen als ‘Russische klavierleeuw’ te omschrijven. Dat is hij met zijn kernachtige aanslag en grote dynamische bereik zeker, maar er is bovenal sprake van een grote, algemene beheersing, waar naast deze kenmerken ook ruimte is voor lyriek en grote verfijning. Hij lijkt in dat opzicht op beroemde voorgangers als Gilels, Richter, (Lazar) Berman, Ashkenazy en Sokolov, instrumentalisten die allen iets eigens hebben en geen enkele van hen lijkt op een ander, maar wat ze delen is een beheersing waarbij alle aspecten als toucher, techniek en opvattingen over dynamiek en tempi met elkaar in evenwicht zijn. Kortom, het concert startte onder het best denkbare gesternte.

Dirigente Elim Chan zette direct bij de orkestinzet de toon met krachtig spel dat goed bij het dramatische karakter van het eerste deel paste. Zij had ervoor gekozen om althans in dit concert met een relatief klein orkest te spelen. Het slanke orkestgeluid deed aangenaam aan en bewees dat er echt niet altijd een zwaar bezet symfonieorkest nodig is om een pianoconcert te begeleiden. Het deed denken aan de opnames die de Franse pianist Jean Efflam Bavouzet onlangs voor Chandos van de Pianoconcerten van Beethoven maakte. Dat was eveneens met een uitgedund, Zweeds kamerorkest, wat de uitvoeringen een aangenaam, wendbaar karakter gaf. De eerste inzet van Volodin was precies zoals de componist voor het eerste deel voorgeschreven heeft: allegro con brio. Zijn spel was kernachtig en lyrisch met aandacht voor de linkerhand. In de cadens was zijn frasering spannend en liet hij horen hoe je ineens qua intensiteit kunt terugnemen met fraai pianissimospel.  De inzet van het Largo was sonoor en de solist toonde daarbij een andere sterkte: zijn vermogen om steeds een kernachtige toon te produceren, in alle dynamische schakeringen.

 

Het is overigens interessant om vooral bij dit tweede deel opnames van diverse pianisten met elkaar te vergelijken: het ogenschijnlijk simpele beginthema (of liever gezegd het motief waarmee dit deel opent) is aanleiding voor grote verschillen in voordracht, waarbij nogal wat pianisten vertragen. Volodin deed dat niet en speelde ‘gewoon’ wat er stond. Dat deed hij ook op de momenten waar de piano de mooie blazerssoli omspeelt. Die soli van klarinet, fagot en fluit waren overigens bijzonder fraai. De inzet van het derde deel was energiek en de aanpak van solist en orkest liet niets aan sprankeling te wensen over. De altijd weer verrassende coda (waar Beethoven ineens naar een majeurtoonaard moduleert, waardoor een concert in mineur alsnog een euforisch besluit krijgt) vormde een verbindend slot aan een prachtige uitvoering van dit pianoconcert, dat je zelden zo kernachtig hoort uitvoeren. Volodin, Chan en het Antwerp Symphony Orchestra moesten maar eens vaker Beethoven programmeren en liever nog opnemen. De Pianoconcerten van Beethoven mogen dan tot het allerbekendste repertoire in de klassieke muziek behoren, als ze zo gespeeld worden, is er zeker ruimte voor nog weer een andere lezing.

Het tweede werk op het programma, de Sinfonietta van Poulenc, bleef gehandhaafd. Het gaat hier om een werk waarbij de hand van de componist soms, maar zeker niet overal herkenbaar is. Poulenc behoort nu juist tot die toondichters van wie je vrijwel direct de stijl herkent, maar in dit werk is hij er goed in geslaagd om af en toe ‘anders’ te klinken. Van deze Sinfonietta zei hij overigens zelf: ‘Niet analyseren, gewoon van genieten.’ De uitvoering van het inmiddels in grotere bezetting spelende orkest kwam tegemoet aan de combinatie van verfijning en schalksheid die zo typerend voor deze muziek is. Het tweede deel klonk fris, maar er was ook oog voor de gevoelige gedeeltes. Het derde deel, het Andante Cantabile, was werkelijk ‘cantabile’ van opvatting en door de lange lijnen had de muziek in dit deel ook van een andere componist kunnen zijn. Het laatste deel, très vite et très gai, had dan weer de onmiskenbare Franse charme en het geestige slot zorgde dat je de zaal met een grote grijns op je gezicht verliet. Het is duidelijk dat chef-dirigente Elim Chan en het Antwerp Symfony Orchestra elkaar inspireren, dus hopelijk komen zij snel terug om in Amsterdam te spelen!

Willem Boone

You May Also Like

Topviolist Maxim Vengerov strooit met sterrenstof in De Doelen

Enthousiast orkestspel met geblesseerde Pires als sprankelende pianosoliste

Amsterdamse festivalgangers laten zich niet wegjagen door de regen

Kamermuziekfestival Muze van Zuid origineel en verrassend