Marc Bouchkov: ‘Klassieke muziek is niet voor luie mensen’

 

Vanavond -11/10/2021, Concertgebouw Amsterdam- speelt violist de Belgische Marc Bouchkov (29) voor de tweede keer Prokofiev met het Nederlands Philharmonisch Orkest. Zijn fantastische vioolspel wekt onmiddellijk associaties met het vioolspel van de legendarische violisten uit de Golden Age van het vioolspel, begin 20ste eeuw. Dat is geen toeval, want op zijn Instagram en YouTube post de uit een Russische muziekfamilie stammende Bouchkov regelmatig filmpjes – How and why to listen to old recordings?-  waarin hij zijn volgers uitnodigt te luisteren naar o.a. Heifetz, Varga, Hassid, Kreisler en Menuhin, maar ook naar pianisten als Thibaud, Corto, Long e.a.   Bouchkov, die in 2012 finalist van het Elisabethwedstrijd werd en in 2013 de Eerste Prijs van de Montral International Musical Competition won, vertelde aan de vooravond van de Elisabethwedstrijd viool in 2019 aan De Nieuwe Muze wat concoursen voor hem hebben betekend. Als all round violist is de eigenzinnige en originele Bouchkov, die inspirerende ideeën heeft over vioolspelen, klassieke muziek en concoursen, was toen al in opkomst. Dat is terecht gebleken! Bouchkov behoort tot de meest interessante jonge violisten van nu.  Hieronder een herplaatsing van het De Nieuwe Muze-interview uit 2019, april- mei nummer…

Klassiek of Grunge 

‘In mijn Russische familie speelt bijna iedereen viool. Mijn vader, Evgeny Bouchkov, won in 1989 de Derde Prijs van het Elisabeth Concours, mijn grootmoeder Zoria Shikmurzaeva won in 1963 de Vierde Prijs in Brussel. Zelf ben ik in Frankrijk geboren, waar ik vanaf mijn vierde vioolles kreeg van mijn opa Matis Vaitsner. Hij was een leerling van Peter Bondarenko, de assistent van violist David Oistrach. Ik heb weinig concerten van mijn grootvader gehoord, maar als hij me thuis dingen voorspeelde klonk dat net zo mooi als het vioolspel van de oude meesters. Hij heeft me acht jaar lang lesgegeven.

Bij ons thuis klonk uit iedere kamer vioolmuziek. Voor een kind is dat alsof je iedereen ‘viool’ hoort praten en dan wil je graag dezelfde taal spreken. Daarom wilde ik viool spelen, en geen trompet, ha ha…  Dan begint het natuurlijk met imitatie. Je pakt als kleuter dat stuk hout en doet alsof je een groot solist bent. En dan vragen je ouders: ‘Vind je dit echt leuk? Wil je het graag leren?’ En dan zeg je als kind: ‘Ja natuurlijk, ik wil net zo zijn als jullie!

Maar ja, als je dan tien jaar lang vanaf je vierde elke dag van je leven twee of drie uur viool hebt moeten studeren, en soms nog wel meer, dan vraag je je als wel eens af of je het echt wel zo leuk vindt. Wij klassieke violisten moeten zo hard studeren… op intonatie, klank, houding, streektechniek, rechterhandpositie, linkerhandpositie, frasering, vibrato en ga zo maar door. We moeten aan zoveel dingen denken. En dan ook nog concerten spelen en aan concoursen meedoen om als violist naam te maken en iets te bereiken… Dat is best heftig!

Op mijn vijftiende had ik het dan ook even helemaal gehad met die viool. Ik wilde liever rockgitarist worden. Ik hield ervan om Grunge te spelen, zoals Nirvana. En blues en de solo’s van Van Halen. Heerlijk, gewoon plezier maken, een stuk of acht simpele akkoorden en eenvoudige melodieën en het klinkt fantastisch en iedereen is blij. Maar na verloop van tijd begon ik me te realiseren dat ik iets mistte. Iets fundamenteels dat ik alleen kon vinden in vioolspelen en klassieke muziek. Die eindeloze zoektocht naar schoonheid en expressie, de oceaan van kennis, die rijke geschiedenis van de klassieke muziek in al zijn verschillende hoedanigheden. Ik realiseerde me dat klassieke muziek veel meer van een musicus vergt, maar juist dat begon ik te missen.  Concentratie, kracht, vaardigheden…. Klassieke muziek is zeker niet iets voor luie mensen.  Alleen al het repertoire is zo uitgebreid, dat je meer dan honderd levens nodig zou hebben om alle klassieke muziek te bestuderen. Van Bach, die in 1750 stierf, naar Brahms die overleed in 1897, speelde zich een enorme evolutie af. En dat met maar twaalf noten! Van The Beatles vanaf 1960 naar Metallica vanaf 1981 ging het veel sneller, om maar helemaal niet te praten over de muziek die nu geschreven wordt. Toch zijn er nog steeds heel veel mensen Bach en Brahms aan het bestuderen en uitvoeren. Dat zegt wel iets over het belang ervan.’

Vasks en God

‘Ik hou in feite van allerlei soorten muziek en componeer ook van alles: rock, pop, elektro en rap. Gewoon als hobby. Ik vind het boeiend om uit te zien hoe die stijlen werken en mensen zich ontwikkelen aan de hand van de muziek waar ze naar luisteren. De ontwikkelingen gaan steeds sneller en sneller, niet in de laatste plaats door alles wat je de computer voor je kan laten doen, dat is echt crazy. De rap van twintig jaar geleden klinkt nu al als de prehistorie. Best spannend om dat allemaal te volgen, maar ik kom toch steeds weer tot de conclusie dat de klassieke muziek van componisten als Bach, Mozart, Haydn en Beethoven emotioneel veel dieper graaft, fascinerender in elkaar zit, minder oppervlakkig is en meer magische kracht bezit. Ik vraag me vaak af wat Mozart – die zó snel componeerde, dat een kopiist meer dan een leven tijd nodig zou hebben om al zijn werken te kopiëren! –  zou doen als er in zijn tijd al synthesizers en computers hadden bestaan. Hij schreef alles gewoon met een pot inkt en een ganzenveer! Mozart was nieuwsgierig en stond overal voor open, dus misschien had hij die electronica wel omarmd. Maar het kan ook best zijn dat er onder al die mensen die nu met moderne technologieën werken, ook weer genieën zijn die wij (nog) niet herkennen!

Wat betreft de hedendaagse klassieke muziek, ben ik een groot bewonderaar van de muziek van Peteris Vasks. Ik hou enorm van zijn muzikale idioom en ik denk dat hij een van de weinig componisten in de 21e eeuw is, die in staat is zulke emotionele en diepmenselijke muziek te schrijven. Muziek die ons eraan herinnert dat we als mensen in staat zijn om hele mooie, diepe en sterke gevoelens te ervaren. Vasks schrijft muziek met een boodschap. Hij is een true believer en hij wil ons doordringen van zijn geloof in God, maar dat dan wel op zijn eigen unieke manier.  Een beetje vergelijkbaar met de emotionele kracht van de muziek van Bruckner, die ook zo gelovig en toegewijd was. Als je dat dan weer vergelijkt met populaire muziek, dan is die toch meestal gebaseerd op hele basale emoties, zoals de gesimplificeerde liefde in popliedjes of de rauwe haat en woede in rap en rock, dat is allemaal heel eenduidig en een- of tweedimensionaal. Je hoeft er veel minder je best voor te doen om de boodschap te begrijpen, het is veel oppervlakkiger.

Niet dat ik net als Vasks en Bruckner zo’n religieus persoon ben. Ik behoor tot geen enkele religie, maar toch ben ik wel een ‘gelovig’ persoon. Volgens mij is het geen toeval dat we hier op aarde zijn. Er gebeuren zoveel dingen die met elkaar te maken hebben zonder dat we ze kunnen verklaren. En dat is dan ook precies de reden dat mensen religie nodig hebben om een verklaring te kunnen vinden voor het bestaan. Ik geloof dat elke religie iets moois in zich heeft en ik ben blij dat ik besta. Maar ik vind het wel een beetje treurig dat nog maar zo weinig mensen zich bezig willen houden met schoonheid en verwondering, met al die vragen die we onszelf kunnen stellen over de zin van het bestaan. Als je je daarmee bezighoudt, voel je je vanzelf ook aangetrokken tot de klassieke muziek. Maar tegenwoordig besteden de meeste mensen meer aandacht aan wat pal voor hun ogen ‘concreet’ en ‘duidelijk’ is, dan dat ze zich afvragen waar al dat materiële nu eigenlijk voor staat en waarom wij er zijn.’

Verwondering

‘Als ik naar klassieke muziek luister, dan probeer ik me altijd persoonlijk tot die muziek te verhouden. Ik relateer de gevoelens die de componisten in hun muziek uitdrukken aan die van mezelf. En ik probeer zoveel mogelijk over de muziek en de componisten die ik uitvoer of waarnaar ik luister te lezen, want dat boeit me. Ik vind het heel ontroerend om me af te vragen hoe een bepaalde muzikale frase in iemands hoofd terecht gekomen is. Waarom schreef hij nu juist deze volgorde van noten en ritmes, en niet een andere? Er zijn zoveel boeken over klassieke muziek geschreven, er zijn zoveel verhalen en zoveel verschillende genres en stijlen. Bach is geniaal, maar dat kun je op een bepaalde manier ook zeggen van Franse componisten als Ravel, Debussy en Messiaen, of van Russische als Tsjaikofski, Rinski-Korsakoff en later Stravinsky, en van alle Duitse componisten … Er is zoveel rijkdom!

Zelf ben ik nu 27 jaar, maar er komen steeds weer jongere generaties musici bij die ook klassieke muziek spelen en daar waarschijnlijk net zoveel plezier aan beleven en emoties in kwijt kunnen als ikzelf. Vooral de laatste jaren zijn er enorm veel goede jonge musici in opkomst, waaronder mijn vriend Kian Soltani, met wie ik aan de Duitse Kronberg /Academie in Taunus studeerde. Hij speelt cello als een engel. Het internationale muziekonderwijs staat op een heel hoog niveau en de toelatingseisen worden steeds hoger. Als je muziek wil gaan studeren kun je wel een jaar op internet spenderen om te kijken waar je het beste heen kan gaan en waar je wellicht wordt aangenomen. En hoe de studenten van een muziekinstituut spelen, of hoe de docenten masterclasses geven, want er staat ontzettend veel op YouTube.

En hetzelfde geldt voor professionele uitvoeringen van bepaalde werken door de beste musici ter wereld, van vroeger en nu. Dat heeft ook iets angstaanjagends, omdat er zoveel versies van haast elke compositie op internet te vinden zijn. Dat maakt het lastig om zo’n werk toch nog fris en puur te kunnen benaderen. Om dat voor elkaar te krijgen moet je je eigen relatie tot een werk uitdiepen, zodat je de muziek eerlijk, spontaan en persoonlijk kan vertolken. In de Golden Age van het vioolspel was er een veel groter verschil tussen de grote violisten uit verschillende landen en culturen dan tegenwoordig. Je had de Russische school, de Franse, de Duitse enz. Maar tegenwoordig is alles gemixed en ge-remixed, alleen al omdat het veel makkelijker is geworden om te reizen. Om maar te zwijgen over YouTube.

Ik ben min of meer opgeleid in de Russische traditie, maar ik voel me als violist toch vooral het resultaat van die wonderbaarlijke ‘mètissage’ van alle oude en nieuwere scholen. Dat is niet per definitie slecht, want uiteindelijk draait het er bij de concerten die je speelt om dat het publiek de zaal verlaat in een blijmoedige staat van emotionele vervulling. Om dat te bereiken moet je in staat zijn behalve de juiste noten ook je persoonlijkheid in de muziek uit te drukken. Er zijn tegenwoordig veel te veel dogma’s over hoe dingen gespeeld zouden moeten worden, vooral in de authentieke hoek. Er zijn zoveel fashionista’s! Maar zelf geloof ik niet in dogma’s. Volgens mij gaat het in de klassieke muziek, na zorgvuldige analyse, vooral om verwondering, magie, sublimatie, eindeloze verfijning en integriteit.’

Concoursen

 ‘Ik heb het al eerder gezegd: klassieke muziek is niet voor luie mensen. Zelf wist ik niet beter dan dat je om violist te worden aan concoursen mee moest doen. Ik begon er al mee in 2009 en won regelmatig prijzen. Ik hou van uitdagingen en ik denk ook dat je die als musicus nodig hebt. Maar ik heb nooit aan een vioolconcours mee gedaan met  een ‘wedstrijdmentaliteit’. Er waren genoeg volwassen musici om me heen, die me uitlegden dat je op een concours moet spelen alsof je een concert geeft, maar dan met andere programma’s. En ik heb de andere kandidaten altijd kunnen zien als collega’s in plaats van als concurrenten. Je hoort ze studeren en spelen en daar kun je ook weer heel veel van leren. Toen ik meedeed aan de Elisabethwedstrijd Concours werd Andrey Baranov de winnaar. We zijn hele goede vrienden geworden. Op een concours probeert iedereen het beste van zichzelf te geven. En voor mij draaide dat vooral om een natuurlijke muzikale expressie. Het positieve van meedoen aan concoursen is dat je er een boost van krijgt omdat je zo ongelooflijk hard moet werken om aan de eisen te kunnen voldoen. Ook leer je je zenuwen wat beter te beheersen en met die enorme stress op het podium om te gaan. Dat zijn allemaal nuttige ervaringen.

Wedstrijden zijn voor paarden, niet voor violisten. Al ben ik soms wel eens bang dat de deelnemers aan concoursen steeds meer op paarden beginnen te lijken, doordat ze zich zo focussen op winnen, techniek en perfectie. Het winnen van een concours kan werken als een trampoline richting succes, maar winnen is ook een prestigekwestie voor de leraren en lang niet altijd een garantie voor een geslaagde carrière. In het begin krijg je als prijswinnaar wel wat extra concerten, maar als het nieuwtje eraf is nemen die concerten al snel weer af. De grote kunst is om zo boeiend te spelen dat je wordt teruggevraagd!

Als je kijkt naar de kandidaten die dit jaar meedoen aan het Elisabethconcours, dan zie je dat een groot deel ervan uit Aziatische landen komt. Bovendien doen er veel meer meisjes dan jongens mee. Hoe dat kan? Ik denk dat het ermee te maken heeft dat onze Europese cultuur voor studenten uit Azië nog iets fris en nieuws heeft. Er valt nog van alles  aan te ontdekken, terwijl klassieke muziek voor musici uit Europa min of meer gewoon is. De Chinezen hebben hun eigen muziek, en dat geldt ook voor de Japanners en Koreanen. Maar de Europese muziektraditie is zo overweldigend, zo gevarieerd en zo kleurrijk, dat het voor buitenstaanders aanlokkelijk is om er meer van te willen weten. Er zijn zoveel componisten, genres en stijlen. Daar kun je je helemaal in verliezen.

Daarnaast is het een kwestie van status. Wij Europeanen zijn veel te zelfingenomen om bijvoorbeeld de Chinese muziek te willen gaan bestuderen. We zien al die Aziatische landen toch ook nog steeds een beetje als ‘ontwikkelingslanden’. Bovendien is er in onze eigen cultuur al zoveel te ontdekken, te leren en te bestuderen. Wij zijn ook lui en gauw geneigd medelijden met onszelf te hebben. Na twee uur is er echt wel genoeg gestudeerd, worden we moe, gaan we even chatten op onze IPhone of klooien op internet en moet er hoognodig koffie worden gedronken, of tv gekeken op de bank. De meeste Aziaten zijn juist gewend om keihard te werken en nooit medelijden met zichzelf te hebben. Er heerst in die landen een heel ander arbeidsethos, een totaal andere moraal. Aziaten werken over het algemeen veel langer en harder dan wij om hun doelen te bereiken. Ze willen sterk zijn en de beste worden. Bovendien zijn ze werkelijk geïnteresseerd in de Westerse cultuur, die ze niet goed kennen en waar ze ook erg tegenop kijken, juist omdat het niet hun eigen cultuur is.

Op een vergelijkbare manier kun je het overschot aan meisjes onder  de kandidaten van het Elisabethconcours verklaren. Om te beginnen denk ik dat meisjes minder lui zijn dan mannen, al wil ik niet generaliseren. Ikzelf ben bijvoorbeeld helemaal niet lui, ha ha… Maar je kan wel een parallel trekken tussen Europeanen en Aziaten en jongens en meisjes. Niet dat ikzelf nu zo’n macho ben, maar iedereen zal moeten toegeven dat de wereld van de klassieke muziek tot niet zo heel lang geleden voornamelijk door mannen geregeerd werd. Er heerste een echte machocultuur. Pas de laatste tijd komen er langzaamaan ook meer vrouwelijke dirigenten, om maar een voorbeeld te geven. Dat prikkelt vrouwen om te laten zien dat zij niet onderdoen voor de mannen, temeer daar zij doorgaans bereid zijn beter en harder te werken. Het is, nog steeds, ook een kwestie van emancipatie. En van idealisme en enthousiasme, want muziek is bedoeld om mensen emotionele rijkdom en geluk te geven.

Nu de hele wereld in beweging is en er overal zoveel reizigers, expats en immigranten zijn, kun je je afvragen in hoeverre al die andere culturen vroeg of laat ook onze Europese cultuur meer zullen gaan beïnvloeden. Het is belangrijk dat we alle ‘vreemdelingen’ met een open mind tegemoet treden en openstaan voor andere culturen. Maar het is ook belangrijk dat mensen die door Europese landen worden ontvangen, proberen iets van onze cultuur te begrijpen. Als je ergens welkom bent pas je je eerst aan, om het leven van de mensen die je ontvangen niet te verstoren. Zo pak ik het zelf ook aan als ik naar Frankrijk verhuis of, zoals op dit moment, in Duitsland neerstrijk. Als ik in een ander land ga wonen probeer ik me daar zo goed mogelijk aan aan te passen. Pas nadat je daarmee hebt laten zien dat je hun cultuur en tradities respecteert, kun je dingen laten zien vanuit jouw eigen cultuur. Daar zal dan ook beter op gereageerd worden, dan wanneer je direct jouw cultuur op de ‘ander’ probeert te drukken. Respect genereert openheid en vriendschap. Dan ontstaat er een klimaat waarin culturele uitwisseling door alle betrokkenen als een verrijking kan worden ervaren.’

De kunst van het vliegen

‘Van alle leraren bij wie ik gestudeerd heb, heb ik wel iets speciaals geleerd. Claire Bernard, mijn eerste leraar na mijn opa, leerde me hoe ik goed moest ademen en hoe ik mijn handen kon ontspannen om op een gezonde manier te studeren en te spelen. Boris Garlitsky, mijn volgende vioolleraar, leerde me partituren analytisch te bestuderen door – ook tussen de noten! – op zoek te gaan naar de essentie ervan. Dankzij hem begreep ik dat vioolspelen niet alleen over talent en virtuositeit gaat. Hij wist me ook heel goed uit te leggen hoe je je moet voorbereiden op een repetitie, of het nu om een solostuk, kamermuziek of een orkestpartij gaat. Zelf kon hij op een hele productieve en efficiënte manier ensembles aanvoeren, dat maakte veel indruk op me.

Op de Kronberg Academie kreeg ik vioolles van Michaela Martin, die me met name geholpen heeft om ook psychisch open te gaan als ik speel. ‘Play and enjoy playing’, zei ze voortdurend: ‘Make the sound of the violin sound as much free and beautiful as possible. Get to play for the sake of playing and embrace the soloists world.’ En een tijdje geleden heb ik een nieuwe mentor gevonden, die een directe verbinding vormt naar alle grote violisten uit het verleden die ik zo bewonder: Eduard Wulfson, die zelf nog bij Henryk Szering en Nathan Milstein heeft gestudeerd. Zijn benadering van vioolspelen en viool studeren is de meest eerlijke, oprechte en respectvolle van alle leraren die ik heb meegemaakt. Ik kwam hem op het spoor door viooltalent Daniel Lozakovitj, die me verzekerde dat Wulfson de beste leraar ter wereld is. En inderdaad, hij is fantastisch! Het is zo bijzonder om te ontdekken dat er nog mensen bestaan die zó toegewijd zijn aan de muziek, dat ze weigeren deel uit te maken van welke school, welk systeem, welk instituut of welke artistieke kliek dan ook.

Langzamerhand heb ik voor mezelf een heel protocol ontwikkeld om te studeren en zo goed mogelijk voorbereid op concerten te verschijnen. Toen ik aan al die concoursen meedeed zat ik ook vast in een orkest, wat een verrijking betekende. Nu heb ik daar teveel soloconcerten en kamermuziekconcerten voor, temeer daar ik ook nog lesgeef. Veel musici denken dat je zoveel mogelijk soloconcerten moet spelen en alle andere opties moet laten varen. Ik geloof daar niet in. Ik geloof in veelzijdigheid en denk altijd aan Ysaÿe, die solist, leraar, primarius van een kwartet, aanvoerder van een orkest en ook nog componist was! Maar ik geloof wel dat je beter niet al teveel soloconcerten kan spelen, ook al kunnen de impresario’s dan minder aan je verdienen. Als alle musici er zo over zouden denken, zouden al die managers ons niet meer kunnen opjagen en misbruiken voor hun eigen gewin. Al dat rondrennen en heen en weer reizen doet de muziek geen goed. Muziek is geen marathon!

Of ik nu kamermuziek, een soloconcert of een orkestpartij moet spelen, ik begin altijd met het bestuderen van de partituur. Als het bijvoorbeeld om een pianotrio gaat, bestudeer ik eerst de pianopartij waarin ook de andere stemmen opgetekend staan. Ik trek me terug op een stille plek, zet een willekeurige opname van het stuk op en ga luisteren terwijl ik meelees met de partituur. Als er geen opname voorhanden is maak ik me op grond van de partituur een innerlijke voorstelling van de muziek en speel af en toe wat op de piano. Het gaat erom dat ik precies weet waar de muziek over gaat. Natuurlijk luister ik bij een opname automatisch ook al naar de interpretatie ervan, maar dat stimuleert me dan juist om te bedenken hoe ik het zelf wel of niet zou willen spelen. In deze eerste ronde maak ik heel veel aantekeningen in de partituur over de dynamiek, de juiste tempokeuze, accelerando of ritardando, rubato enz. Ik teken ook aan welke harmonieën sterker of juist zwakker moeten worden benadrukt en misschien qua tempo of dynamiek iets speciaals vereisen. In deze eerste ronde is de kwaliteit van de uitvoering waarnaar ik luister voor mij onbelangrijk.

Dan ga ik voor de tweede keer luisteren met alleen de vioolpartij voor mijn neus. Ook daarin maak ik heel veel aantekeningen, niet alleen over mijn eigen partij maar ook over de andere partijen. Heeft de piano misschien een belangrijke inzet, speelt de cello een mooie solo zodat de viool wat meer naar de achtergrond moet, zijn er unisono passages in octaven, hoe zit dat polyfonische gedeelte in elkaar en wie heeft waar de hoofdstem enz., al dat soort dingen noteer ik. Zo wordt mijn oefenpartij een beetje een vol gekladderde samenvatting van het hele stuk, waarin ook alle highlights van de andere partijen staan aangetekend. Als het om een moeilijk stuk gaat doe ik hier soms wel twee dagen over.

De derde stap is mijn individuele partij voorbereiden, want de viool is geen makkelijk instrument. Op sommige dingen moet je altijd weer opnieuw hard studeren, al die trillers, streken en dubbelgrepen gaan niet vanzelf. En het is ook een hele kunst om jouw noten echt mooi te laten klinken. Liefst minstens zo krachtig, zangerig en warm als het geluid van de grote violisten uit het verleden, ha ha… Vooral de sound van Heifetz heb ik heel hoog zitten. Uiteindelijk komt alles wat je gestudeerd hebt bij elkaar en dan probeer je op een concert zo goed mogelijk te spelen. Je streeft naar de ideale balans tussen intellectuele analyse, technische vaardigheid en muzikale betekenis, in de hoop dat alles zo spontaan en natuurlijk mogelijk klinkt. Het publiek zal nooit begrijpen dat je zo hard op die muziek hebt gewerkt en dat is ook precies de bedoeling. Als het allemaal lukt, tilt de muziek je op en ga je vliegen.’

Wenneke Savenije

Info Marc Bouchkov: http://www.bouchkov.com

You May Also Like

 PLEIDOOI  VOOR  ADORNO      

Stravinsky’s Russische Balletwerken – Pleidooi voor Stravinsky

200 jaar Pauline Viardot-García 

Interview met Stamatia Karampini over haar debuutroman Ariadne & Dionysus