Martina Batic inspireert zuiverheid

 

In een recente bespreking signaleerde ik al dat het Nederlands Kamerkoor onder de vaste dirigent Peter Dijkstra tot een steeds homogener ensemble is gekneed. Daarbij heeft hij niet zozeer verwante stemmen gekozen maar een kleurrijk gebalanceerd boeket geselecteerd.

In de formatie waarin het koor zich afgelopen vrijdag presenteerde in de aan Amare gelieerde Nieuw Kerk aan het Haagse Spui bevonden zich maar een paar stemmen die incidenteel misschien een tikje te ver naar buiten traden – zij het door eigenheid of door scholing. Dat dit nergens echt stoorde, was in grote mate de verdienste van dirigente Martina Batic die zich die avond in veel opzichten de ideale, want complementaire tegenhanger van Peter Dijkstra toonde.

Daarbij was opvallend hoezeer haar benadering van de koorklank verschilt van die door Peter Dijkstra. Hij zet zijn doeken in gulle, somptueuze klanken op, zij tovert meerdimensionale ervaringen vanuit iriserende nevelen. Is zijn grip slagtechnisch het grootst als hij de muziek als het ware tussen zijn armen torst, bij haar lijkt dit juist het geval als ze deze met de vingertoppen beroert.

Het duurde afgelopen vrijdag wel voordat de concentratie van alle betrokkenen – publiek incluis – volledig was gevestigd. Met een incidenteel wat al te ‘Nederlands’ geaccentueerde dictie, elders enkele minder aantrekkelijke è en é klanken bij de baritons en over het geheel een iets te weinig verankerde puls in tragere tempi, kwamen Frank Martins beroemde Songs of Ariel pas werkelijk van de grond toen mezzosopraan Elsbeth Gerritsen alle oren deed spitsen met een bezielde solopartij.

Met de allereerste maten van Hans Werner Henze’s Orpheus behind the Wire – op papier de meest ontoegankelijke partituur – waren we er ineens. Dicht opeengepakte, dissonante akkoorden onthulden een harmonisch fata morgana. In muzikale termen en ook daarbuiten, is zuiverheid een rekbaar begrip – zelfs binnen de definitie van een specifieke stemming. Geen gerenommeerde pianostemmer zal een en dezelfde vleugel ooit exact hetzelfde stemmen als een even hoog gewaardeerde collega. Bij strijkkwartetten is de focus soms nog gerichter, maar echt kritisch wordt het pas als van de menselijke stem in samenklank het uiterste wordt gevraagd. Als het erop aankomt vergt zuiverheid van vocale samenklank afstemming in meer fysieke en mentale bereiken dan het blote toonhoogteverschil zou doen vermoeden.

Gezegend is de dirigent die zulke wederkerigheid weet te inspireren dat afzonderlijke stemmen zich niet langer tegen elkaar afzetten, maar zich voor elkaar openstellen, zodat zuiverheid en transparantie zelfs in de meest netelige passages vanzelf spreekt. Martina Batic beschikt over die gave. Het zeer uiteenlopende coloriet van de zangstemmen die ze selecteerde voor de aansluitende vertolking van Monteverdi’s Lagrime d’Amante al Sepulcro dell’Amata liet nog eens zien dat ze dit bereikt door de individuele karakteristiek van iedere stem juist vrij spel te geven in het volste vertrouwen dat iedere zanger een luisterend oor voor de ander heeft. Hiermee en met de tekstgedreven fraseringen en tempokeuzes bracht ze de luisteraars opnieuw op het puntje van hun stoel. De begeleiding door David van Ooijen op de theorbe, streelde de vocale samenklanken met nu en dan subtiele aandacht voor de afstemming van een specifieke toon.

Ongebruikelijke ‘vanzelfsprekendheid’ in alles behalve voor de hand liggende noten, teksten en gedachten vloeide ook uit de rest van de werken. Steeds frappeerde de versmelting die Batic bereikte door tempokeuzes. Soms zeer ritmisch, ja zelfs swingend in de derde van Ørjan Matre’s vijf Orphic Songs. Priemend in Pavle Merku’s weinig bekende Madrigali della buena morte. En veelal bijna betoverend. Waarbij de kalme, uitnodigende golfbeweging in de laatste woorden van Walt Whitman uit William Schumans Carols of Death je zo naar het Nirwana zou hebben kunnen wiegen:

Come lovely and soothing death,
Undulate round the world, serenely arriving,
In the day, in the night, to all, to each,
Sooner or later delicate death.

Toch durf ik u niet te verzekeren dat er aan gene zijde zulke prachtige koorzang te horen valt als afgelopen vrijdag in de Nieuwe Kerk in Den Haag.

Elger Niels

You May Also Like

Orchestre Philharmonique Royal de Liège en pianist Nelson Goerner ideaal in Frans repertoire

Armeense Romantiek in Luther Museum Amsterdam

Topviolist Marc Bouchkov laat Mendelssohn tot de verbeelding spreken

Geweldig slotconcert De Klassieke Duif