Nederlands Kamerkoor – vol van klank en gevoel in Songs of Farewell

‘Songs of Farewell’ heet het programma waarmee het Nederlands Kamerkoor deze weken door het land tourt. Afgelopen zaterdag beluisterde ik de vertolking in de aan Amare gelieerde Nieuwe Kerk in Den Haag.

Daar viel op wat een sterke affiniteit chefdirigent Peter Dijkstra met het Engelse repertoire heeft. Ook de eigen klank die hij in het ensemble heeft gekneed was evident en overtuigde feilloos in het titelwerk Songs of Farewell van Hubert Parry. Die klank vindt welbehagen in volheid van stemgebruik en strekt zich vanuit dat centrum naar de uitersten in het dynamisch spectrum. Dat wil zeggen dat ook de zachtste passages nooit met ‘halve stem’ gezongen worden en bijgevolg altijd iets sterker, concreter en ‘fysieker’ klinken, dan dit het geval zou zijn als je uit zou gaan van het kleinste, bijna etherische pianississimo. Het dynamisch reliëf is er niet minder om, maar beweegt zich dus in een ander bereik.

Het ‘werk’ van de zangers zit hem zodoende niet enkel in het beheersen van de vocale kracht – om schreeuwerige fortissimi te vermijden – maar vooral ook in het dusdanig onderling balanceren dat geen van de stemmen ongewenst overheerst. Dit vereist niet alleen techniek en concentratie, maar ook tijd voor ensemblevorming. Dat bereik je niet met een ‘kaartenbak-koor’ van freelancers, die bij gebrek aan structurele middelen ‘in- en uitvliegen’. (En natuurlijk mag u dat dezer dagen best lezen als een ongevraagd stemadvies tegen politici en partijen die cultuur als ‘linkse hobby’ bestempelen of denken dat je aan een ‘schijfje’ genoeg hebt.) Hoe dan ook, het Nederlands Kamerkoor heeft zich in de afgelopen jaren weldegelijk structureel kunnen ontwikkelen, bereikt een steeds hogere standaard en oogst grote waardering: ook afgelopen zaterdag zat de Nieuwe Kerk weer vol enthousiast publiek.

Het programma voor de pauze opende met de drie Tenebrae responsories van de hedendaagse, Schotse componist James Macmillan. Een krachtige, intrigerende compositie, die, groots en orkestraal opgezet, met een wilde verscheidenheid aan stemkoppelingen en -technieken drie stadia uit het lijden van Christus dramatisch verbeeldt. Peter Dijkstra’s greep op de vorm van deze compositie was zelfs steviger dan in Parry. Zulks ongetwijfeld ook om de wijds uitwaaierende emoties naar hun culminatie te kanaliseren. Met breed en gespierd armgebaar dwong hij markante ritmen af. Het Nederlands Kamerkoor volgde hem op de voet. Wel zou men uit enige overcompensatie aan het einde van enkele frasen het gevoel kunnen hebben gekregen dat er onder de zangers bezorgdheid over mogelijke detonatie heerste. Dit kan incidenteel zijn geweest. Minder incidenteel, want ook hoorbaar in het volgende Requiem van Herbert Howells was de neiging bij de tenoren om buiten de koorklank te treden op è-klinkers. In Parry was hun bijdrage, zoals gezegd, niettemin perfect gebalanceerd en veelal een ware lust voor het oor. Het is dus een aspect dat aandacht vraagt, maar aan die attentie ook voldoende heeft om te worden opgelost.

Een bezoek aan de nog komende concerten is voor muziekliefhebbers zeker de moeite waard. Vanavond vindt er nog een uitvoering plaats in Musis Arnhem, op donderdag en vrijdag worden Zwolle en Enschede aangedaan. Zie: www.nederlandskamerkoor.nl

Elger Niels

You May Also Like

Een korte impressie van de Dag van de Franse barok

Hamelin: onopvallende pianoreus

Surinaamse opera uit 1906 herklinkt in uitverkocht Concertgebouw

Een piano, contrabas, blokfluiten en een wedstrijd: Alba Rosa Viva!