‘Old world charm’ in Edo de Waarts ‘Nieuwe Wereld’

Ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag dirigeerde Edo de Waart eerder dit jaar al het Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor waar hij tussen 1989 en 2004 chefdirigent was. Dit weekeinde viert hij zijn verjaardag met het Rotterdams Philharmonisch Orkest – het orkest waaraan hij van 1967 tot 1979 aan was verbonden in een win-win relatie die de internationale reputatie van zowel orkest als dirigent vestigde.

Tijdens het eerste van twee concerten viel gisteravond op dat met de toenemende doeltreffendheid van Edo de Waarts steeds spaarzamere gebaren de essentie van zijn rolopvatting en muzikale overtuiging almaar duidelijker in beeld komt. Tegelijkertijd zijn De Waarts nuchtere, nauwkeurige interpretaties over de jaren in hoofdzaak weinig veranderd. Nog altijd staan balans en samenhang bij hem voorop.

Zoveel was al meteen duidelijk in Dvoraks minder gehoorde Serenade voor blazers, cello en contrabas opus 44. De instrumentatie – 2 hobo’s. 2 klarinetten, 2 fagotten, cello, contrabas en 3 hoorns – viel al in Dvoraks tijd niet eenvoudig te balanceren. Dat van enig balansprobleem gisteravond niets te merken viel, zegt alles over de kwaliteit van de Rotterdamse blazers en mogelijk nog meer over De Waarts voor alles accommoderende aanpak. Ook dat valt uit zijn gebaren te lezen, want de dwang die daar in zijn jonge, Rotterdamse jaren geregeld vanuit kon gaan, heeft nu plaatsgemaakt voor kalmte en collegialiteit.

Voor de pauze zonder baton dirigerend, liet De Waart de instrumentalisten alle ruimte voor ‘Spielfreude’ terwijl hij de puls vloeiend en constant hield en en passent perfect afgevijlde frasen en periodes met minieme bewegingen onder zijn handpalmen kneedde. In het zelden gehoorde Andante e Rondo ongarese opus 35 voor fagot en orkest van Carl Maria von Weber greep solist (en orkestlid) Pieter Nuytten vervolgens de kans van zijn leven. Hij maakte er een groot feest van en kreeg het Rotterdamse publiek aan zijn voeten.

Of De Waarts baton na de pauze veel toevoegde, is het enige waar ik tijdens een zeer coherente lezing van Dvoraks Negende symfonie opus 95 nu en dan aan twijfelde. Maar veel deed het er in wezen ook niet toe. De kwaliteiten van zijn ‘Nieuwe Wereld’ schuilen in de ‘old world charm’ van een constante puls en – wederom – een fenomenale balans: Het is al lang geleden dat ik de Rotterdamse strijkers in stevige tutti zo transparant heb kunnen waarnemen.

Opnieuw bereikte De Waart meer met minder: Even het hoofd schuins vooruit op momenten dat attentie gewenst was en prompt leidde opperste balans tussen blazers en strijkers naar harmonieën van stralende zuiverheid. En daarbij kwam ook nog de volstrekt natuurlijke opbouw in elk afzonderlijk deel die nu eens niet werd bereikt door al maar razender accellerando’s, breed uitgemeten riterdando’s of andere modieuze manipulaties, maar dankzij een weloverwogen, koersvast tempo doodgewoon voor zich sprak.

Een ovationeel applaus volgde, het orkest sloot zich daarbij aan – de maestro toonde zich geroerd.

Elger Niels

You May Also Like

Ligeti’s Le Grand Macabre & Gavrylyuk met Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Elim Chan

Pianist Daniel Ciobanu is een geboren storyteller

Pianokwartet Corneille floreert in Kortenhoef

Elisabeth Leonskaja: groots in Schubert