Oliemans en Minnaar mogen vaker samen optreden

Gehoord: Tivoli Vredenburg, 27 oktober 2023

Door Willem Boone

 

Presentator Leonard Evers refereerde aan de befaamde Schubertiades toen hij met pianist Hannes Minnaar in een speciaal gecreëerd hoekje met stoelen op het podium van de Grote Zaal van Tivoli Vredenburg zat. Die leek nu met een groot scherm erachter kleiner dan normaal, maar het was nog altijd ver verwijderd van de intieme sfeer waar Schubert met vrienden destijds zijn liederen en pianowerken uitvoerde. Het was jammer dat de Hertz-zaal geen 500 personen kan bevatten, want die had al meer het ideaal van een intieme locatie benaderd. Nu in de Grote Zaal was het wel passend dat Minnaar zijn concert begon met de meest virtuoze compositie voor piano van Schubert, de Wandererfantasie in C D 760. Dit werk wijkt duidelijk af van zijn Impromptus en Pianosonates door de extraverte virtuositeit à la Hummel en Liszt. Laatstgenoemde was door het werk gefascineerd, vooral door het zogenoemde kiemprincipe, waarbij een componist een heel werk opbouwt vanuit een kort (begin)motief. Dat is bij deze Fantasie hoorbaar het geval, want het beginmotief komt in alle vier de delen terug, zij het in verschillende vormen en tempo’s. Liszt gebruikte hetzelfde principe voor zijn enige Pianosonate in B klein en Franck deed dat in zijn Vioolsonate in A groot.  Daarnaast bewerkte Liszt de Wanderefantasie voor piano en orkest, waarbij overigens het intieme karakter grotendeels verloren ging.

Tijdens een kort gesprek vertelde Minnaar dat ‘Liszt echt dichtbij is’, maar hij benaderde de Fantasie niet vanuit een Lisztiaans, maar alsnog vanuit een Schubertiaans perspectief. Daar waar sommige collega’s er direct aan het begin en zeker in het afsluitende fugatische Allegro flink de vaart in zetten, waren zijn tempo’s precies goed: niet te snel en ook niet te langzaam. Hij benaderde het werk niet als primair virtuoos, eerder bescheiden dan stormachtig. Over het algemeen lijkt hij er de man niet naar om extravert uit te pakken. Het Adagio straalde rust uit en het Allegro was tamelijk ingetogen. In dat laatste deel klonken de vele akkoorden in één sterkte en hadden ze wat gedifferentieerder kunnen klinken. Technisch was zijn vertolking gaaf en het was ook een prestatie om een concert direct met zo’n veeleisend werk te beginnen.

 

 

Thomas Oliemans Bariton 
Photo: Marco Borggreve

 

‘Wandererlust’ was het ietwat vage thema van dit concert. ‘Vaag’ in de zin dat je er met verwijzingen naar ‘fictieve figuren in het Duitse taalgebied, die de natuur doorkruisen op zoek naar avontuur, liefde of verloren gegaan geluk met emoties die zich bewegen tussen reislust, verlangen, eenzaamheid en heimwee’, nogal wat kanten mee op kunt en er veel verschillende composities (zoals in dit programma) onder kunt rangschikken. Een aardig bruggetje was het lied ‘Der Wanderer D 489/493 van Schubert zelf, waarop de Wandererfantasie ‘losjes gebaseerd is’, zoals Minnaar vertelde. Je moet inderdaad goed luisteren, want het beginmotief komt er pas na een paar minuten in voor. De pianist vertelde tijdens het interview dat hij vaak met zijn eigen Van Baerele pianotrio kamermuziek speelt, maar slechts een enkele keer met een zanger had samengewerkt. Dat was tijdens het Kamermuziekfestival in Delft en eveneens met bariton Thomas Oliemans. Beiden wilden graag opnieuw samenwerken en het moet gezegd worden dat Minnaar overtuigend overkwam in zijn rol van partner van een zanger (het woord ‘begeleider’ roept onder nogal wat musici protestreacties op!). In de liederen van Schubert stelde hij zich dienend op en gaf Oliemans zo alle ruimte. Het was interessant dat beide musici er niet voor gekozen hadden om hele bekende liederen van Schubert uit te voeren. De zanger imponeerde met zijn goede dictie en vertolking. Zo was de omslag in de laatste twee regels van ´Der Wanderer’ mooi, net als in het langere, dramatische lied ‘Totengräberrs Heimwehe’.

Na de pauze speelde de pianist allereerst de Suite ‘Im Freien’ van Bartok voor pianosolo. Evers memoreerde tijdens een kort gesprek met beide musici dat de componist hier al vooruitloopt op de muziek van Kurtag en Messiaen, maar de pianist was van mening dat het ‘vooral Bartok was’. Hij wees er terecht op dat verwijzingen naar de piano als slagwerk behandelen (wat de componist duidelijk voorstond) niet per definitie betekent dat je moet ‘rammen’ en dat Bartok de piano ook verfijnd benadert. In het eerste deel Met Trommels en Fluiten was duidelijk percussieve muziek te verwachten en zo werd het ook gespeeld, in het volgende deel, Barcarolle, was dat juist niet het geval. De pianist trof de rusteloze sfeer goed. Het meest bijzondere deel van deze Suite is de lang uitgevallen Nachtmusik, die het best bij de titel ‘Im Freien’ past. Het is fascinerende muziek met allerlei natuurgeluiden en Minnaar gaf deze treffend met een helder toucher weer. Het vijfde deel, De achtervolging, presto, herinnerde weer aan de woeste Bartok van stukken als het Allegro barbaro of de Pianosonate.

 

 

 

 

Ten slotte voerden beide musici een selectie uit de Mörike-lieder van Wolf uit, waarvan de meeste een relatie met het thema ‘natuur’ hadden. Oliemans vertelde vooraf dat deze liederen niet zo vaak uitgevoerd worden, omdat je er ‘vooral een hele goede pianist voor nodig hebt.’ Hij was gefascineerd door de verschillende sferen ‘die zowel bij dichter als componist langskomen en waarvan sommige bijna cabaretesk à la Kurt Weil overkomen.’ Bij het eerste lied, ‘der Jäger’ werd direct duidelijk dat we in een andere wereld vertoefden, dramatischer dan in de eerder uitgevoerde liederen van Schubert het geval geweest was. De pianobegeleiding was inderdaad virtuozer, met af en toe zelfs lelijke tonen in de bassen. De muziek van Wolf kan nogal eens wrang overkomen. De Nederlandse schrijver Piet Paaltjes gebruikte ooit de titel ‘Snikken en grimlachjes’ en dat laatste woord symboliseert het gevoel dat Wolf vaak bij mij oproept: ongemak, onrust, wrangheid. Dat kwam goed naar voren in het lied ‘Der Feuerreiter’, al was de omslag naar pianissimo indrukwekkend. In ‘Im Frühling’ toonde de componist zich ook van zijn poëtische kant, al was ook hier de onderliggende onrust merkbaar. Oliemans zong de liederen heel idiomatisch en vormde bovendien een hechte combinatie met Minnaar. Het afsluitende lied ‘Der Abschied’ was het bekendste van de selectie en daar kon de zanger zijn subtiele acteertalent laten zien. Al met al hielden zij een overtuigend pleidooi voor de liederen van Wolf en beide musici zouden vaker samen mogen werken. Als toegift voerden zij nog een kort lied van Schubert uit, maar helaas kon ik niet verstaan om welke compositie het ging.

Willem Boone

Foto’s Hannes Minnaar:  Green Room Creatives – Lars van den Brink

 

 


Photo: Marco Borggreve

 

Info:

https://www.thomasoliemans.info/

https://www.hannesminnaar.com/#about

https://www.tivolivredenburg.nl/agenda/

You May Also Like

Hannes Minnaar en Jan-Peter de Graaff schitteren in Luthéalconcert

Vilde Frang indrukwekkend in Eerste Vioolconcert van Sjostakovitsj

Ella van Poucke en Stephen Waarts lanceren nieuwe kamermuziekserie in De Duif

Hélène Grimaud: vaardig maar niet altijd verfijnd spel