Ongelijke vriendschap

Gehoord: Amare, Den Haag, 19 maart 2022
door: Willem Boone

Componist Franz Schubert en dichter Franz von Schober waren gezworen vrienden, maar toch was er sprake van een ongelijke vriendschap, zoals al snel in de voorstelling “Schubert en Schober” duidelijk werd. Dat is zeker in theatraal opzicht een interessant gegeven en het inspireerde regisseur Bram Jansen tot genoemde voorstelling “op het snijvlak van klassieke muziek, theater, filosofie en poëzie.”

Acteur Rens van Hoogdalem speelde de rol van Schober en hij kwam direct bij zijn opkomst al met wat hijzelf “overpeinzingen over vriendschap”noemde: “Als vriend word je een beetje anders, er kan een beroep op je gedaan worden.” Dat is typisch zo’n uitspraak waar je als luisteraar en toeschouwer op wilt “kauwen”: het vormt stof tot nadenken. Je zou er bijna de voorstelling voor willen onderbreken. Er volgden meer interessante uitspraken over vriendschap, van de hand van de regisseur, acteur en pianist Tobias Borsboom die de rol van de componist speelde. Daarbij was het jammer dat Van Hoogdalem zijn rol als de flamboyante Schober zo energiek opvatte dat hij soms de teksten in hoog tempo uitsprak. Iets meer rust daarin zou je als toeschouwer meer ruimte gegeven hebben om erover na te denken.

 

Als gezegd, de vriendschap tussen deze beide kunstenaars schuurde. Hoewel de programmatoelichting sprak over de “introverte, klassieke componist” enerzijds en “een flamboyante dichter, acteur en netwerkkoning” anderzijds, werd gaandeweg juist duidelijk dat de componist een genie en de dichter een zoekend kunstenaar was. Schober had zich opgeworpen als “impresario” van Schubert (al zal het in die tijd ongetwijfeld anders geheten hebben!) en in die hoedanigheid permitteerde hij zich kritiek op de componist. Laatstgenoemde verdedigt bijvoorbeeld zijn eigen vader: “Hij gaf me wel een opleiding en dankzij hem ben ik gaan componeren.” Ook vertelt hij meer dan eens dat hij veel aan zijn vriend Josef von Spaun te danken heeft.

Uit het verhaal wordt duidelijk dat Schober de componist in huis opgenomen heeft. Het moet voor de dichter moeilijk zijn om vast te stellen hoe gemakkelijk zijn schuchtere vriend componeert. Zo vertelt deze achteloos dat hij binnen een week al vijf stukken geschreven heeft, terwijl hij alweer in zijn hoofd druk doende is met een idee voor een nieuwe symfonie. Veelzeggend zijn zijn uitspraken: “De aanwezigheid van iemand die meer is dan jij kan confronterend zijn.” en, nog wranger, “Jij bent de kunstenaar die ik wil zijn.” Op zijn beurt volgt de componist niet goed waar zijn vriend zich mee bezighoudt als hij hem vraagt wat hij “eigenlijk doet”.

Mooi zijn de momenten van kameraadschap waarbij de twee vrienden naast elkaar aan de piano zitten en samen een zojuist geschreven lied zingen. Soms is er ook ruimte voor ludiekere momenten, zoals Schubert die op de rug van zijn vriend gezeten een van zijn Moments musicaux speelt. Wat daarbij niet sterk overkomt is dat de dichter continu tussendoor teksten voor zich uit zegt. Het zou theatraal gezien interessant geweest zijn als hij juist op een gegeven moment uit onmacht stil gevallen was. Het daaropvolgende beeld, waarbij de componist een dichtbundel van zijn op de grond liggende vriend leest, is daarentegen mooi en had langer mogen duren.

 

 

Pianist Tobias Borsboom zal ongetwijfeld minder kilometers als acteur gemaakt hebben, maar wist te overtuigen in zijn rol van de wat onhandige componist, die zich het meest op zijn gemak voelde achter de piano. Heerlijk waren de momenten dat hij muziek van Schubert speelde: een gedeelte uit de Hongaarse melodie en de meeste van de Moments musicaux.

Het was sterk dat Van Hoogdalem langzaam maar zeker een gedeelte van het decor opbrak en de sfeer van een huiskamer, van de zogenoemde Schubertiades, creëerde. Hij werkte op die manier toe naar een muzikaal slot, een van formaat, namelijk de beruchte Wandererfantasie. Het geldt als het meest virtuoze pianowerk van Schubert, die toen hij het probeerde te spelen op een bepaald moment gefrustreerd uitgeroepen zou hebben: “Laat de duivel dat stuk zelf maar spelen!”.  Het is nogal weerbarstig van karakter en het schijnt behoorlijk onpianistisch geschreven te zijn. Tegelijk is de liedcomponist niet ver weg door de manier waarop hij zijn eigen lied “Der Wanderer” verwerkt heeft. Borsboom voerde het stuk bewonderenswaardig uit en zorgde zo voor een waardige afsluiting.

Al met al was dit een geslaagde voorstelling die op interessante wijze theater en muziek met elkaar combineerde. Hopelijk krijgt deze een vervolg, want er zijn nog heel wat andere interessante thema’s denkbaar, bijvoorbeeld de relatie tussen Brahms, Robert en Clara Schumann of die tussen Tschaikofsky en zijn beschermvrouw Nadezjda von Meck.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

You May Also Like

Yuja Wang schittert in ‘modern’ repertoire

Verrassende Haydn door Nicolas Altstaedt en het Orkest van de 18e Eeuw

Giltburg: orkestrale allure in monumentale pianosonates

Lyriek en kracht in Beethoven, guitigheid en charme in Poulenc