Onopgesmukt spel in pianotrio’s van Schubert

Gehoord: 28/2, Kleine Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Door Willem Boone
Een voordeel van de coronacrisis is dat je ten minste heel erg blij bent als de zalen weer opengaan en je weer iets moois kunt horen. Schubert spreekt duidelijk een talrijk publiek aan, want de Kleine Zaal van het Concertgebouw zat gisteravond ouderwets vol. De vorige keer dat pianiste Elisabeth Leonskaja in Amsterdam Schubert speelde, in november vorig jaar net voor de zoveelste geestdodende lockdown, was het concert ook zo goed als uitverkocht. En het moet gezegd worden, zo vaak krijg je de kans niet om beide Pianotrio’s van Schubert op één avond te horen. Vaste pianotrio’s zijn er nauwelijks, in elk geval niet meer zoals het destijds legendarische Beaux Arts Trio. Vaak gaat het om formaties bestaande uit drie musici die af en toe of regelmatig (zoals het Van Baerle Trio), maar niet exclusief samen spelen.
Leonskaja heeft duidelijk affiniteit met Schubert, dat bewees zij wel bij het hierboven genoemde concert waarbij ze op indrukwekkende wijze de laatste drie Pianosonates uitvoerde. Zij heeft de meeste van diens pianomuziek opgenomen en heeft plannen om nu alle Pianosonates op cd te zetten. Daarnaast woont zij al jaren in Wenen, waar ze, zoals ze mij ooit toevertrouwde, dezelfde lucht inademt die Schubert en Brahms ooit inademden. Direct bij de inzet van het Trio in Es opus 99 liet zij horen dat ze eveneens regelmatig zangers begeleidt, het bleek uit de ingehouden manier van spelen. Naar later duidelijk zou worden maakten de drie musici duidelijk onderscheid tussen beide stukken die inderdaad nogal verschillend van karakter zijn. Robert Schumann zei daarover ooit al dat het Eerste pianotrio ‘vrouwelijk’ en het Tweede trio ‘mannelijk’ van karakter was.
Bij het eerste deel van opus 99 viel op dat de musici niet zo’n hechte eenheid vormden als het Beaux Arts Trio, maar dat mag je ook niet verwachten van drie musici die waarschijnlijk slechts incidenteel samenspelen. Leonskaja greep soms als een leeuwin in de toetsen, maar hield zich meestal in. Liza Ferschtman had duidelijk de felste aanpak, de cellist Jakob Koranyi klonk daarentegen sonoor, maar niet te overheersend. Soms was hij wat al te discreet en daarin deed hij denken aan Bernard Greenhouse, de cellist van het Beaux Arts Trio, die al even onopvallend te werk ging, maar ondertussen een rotsvaste pijler van het beroemde ensemble vormde. Het tweede deel klonk sereen en dromerig en bij het Rondo viel op dat Schubert ondanks al zijn geniale invallen met deze finale toch het minst geslaagde deel schreef. Het klonk repetitief en Schubert kwam maar moeilijk aan zijn eind. Ondanks dat er geen totale eenheid van opvatting klonk, was deze uitvoering er niet minder één door, dankzij de drie musici die vanuit een diepe muzikaliteit opereerden. Het zorgde voor oprecht en onopgesmukt spel, dat zeer door het publiek gewaardeerd werd.
Na de pauze tapten de musici bij het Tweede pianotrio in BES opus 100 uit een ander vaatje: het spel klonk van meet af aan krachtiger en dramatischer. Het stuk kent meer dramatische momenten en het is nog breder van opzet dan het Eerste pianotrio. De cellosolo waarmee het tweede deel opende was fraai: Koranyi had van mij wel meer solo’s mogen spelen! Leonskaja beantwoordde dit met glasheldere, a-sentimentele akkoorden en de drie musici schuwden het drama niet. Ook in dit trio was de finale het zwakste gedeelte: lang (hoewel het nog langer is in de originele versie van dit stuk die zelden meer gespeeld wordt) en ook nu met veel herhalingen.
De musici wisten echter de aandacht vast te houden tot het einde. De ovatie daarna was verdiend en duurde lang. Op het moment dat je het niet meer verwachtte kwamen de leden van het trio terug om alsnog een toegift te spelen. Je moet er maar zin in hebben om na zo’n veeleisend programma met twee stukken van ieder drie kwartier nog een encore te spelen. En niet zo maar één, want het ging om het Notturno van Schubert dat zeker tien minuten duurt. Het is een stuk dat dromerig begint maar waar de emoties eveneens hoog oplaaien. Hier klonken de musici, misschien nog meer dan in het daarvoor gespeelde trio, als een eensgezind ensemble.
Al met al was dit een prachtig concert waar niet alleen het talrijke publiek, maar ook de musici zelf van genoten hadden. Ferschtman memoreerde niet voor niets toen zij de toegift aankondigde hoe geweldig het was om weer voor een volle zaal op te treden!
Willem Boone

You May Also Like

Yuja Wang schittert in ‘modern’ repertoire

Verrassende Haydn door Nicolas Altstaedt en het Orkest van de 18e Eeuw

Giltburg: orkestrale allure in monumentale pianosonates

Lyriek en kracht in Beethoven, guitigheid en charme in Poulenc