Over dit nummer 5-2019

In het pasverschenen nummer van De Nieuwe Muze nemen wij u mee van Chopin naar Cuba en kunt u ondermeer interviews lezen met Camiel Boomsma, Alicia Gescinskaja, Nicolas & Ella van Poucke, Libia Hernandes, Micha Hamel, Mariana Izman en Bruno Truyens. Ook werden artikelen geschreven door Albert Brusee (over schilder Ary Scheffer & componist Frédéric Chopin) Paul Janssen (over componist Louis Moreau Gottschalk) Willem Brons (over Beethovens Diabelli-variaties) en Marnix Bilderbeek (over Mozart in een Toscaanse wijngaard. En natuurlijk vindt u onze vaste rubrieken zoals de nieuwe bladmuziek en cd recensies, Muziek & Kunst, Muziek & Wetenschap (Dans als ultieme braintraining), Moderne Muziek in Vogelvlucht (Thea Derks), Beeldschoon (waarin een detail uit een piano van Crasselt & Raehse) en de vaste columns van Erik Vetriest en Stephen Westra. Voor de cover van dit nieuwe nummer tekende onze artist in residence Moniek Spaans.

 

Wat hebben Chopin en Cuba met elkaar te maken?

Op doorreis door Cuba, het eiland van de muziek waar op iedere straathoek bandjes spelen en alle mensen dansen en zingen, zag ik ineens Chopin op een bankje zitten in Havana. Dat was opmerkelijk, want al zijn er op Cuba concerten met klassieke muziek, het is lastig om ze te ontdekken. Er is geen reclame en (vrijwel geen) internet, er is geen papier voor flyers of posters. En in het huidige Cuba, waar niets te krijgen is en waar de bloedmuzikale bevolking ver onder de armoedegrens leeft, kun je een piano en al helemaal een vleugel wel op je buik schrijven. Er staan er hooguit een paar in de teatro’s, conservatoria en muziekscholen, maar die vallen vaak van ellende bijna uit elkaar. Maar er bestaan wel uitstekende Cubaanse musici, zoals de pianisten Jorge Luis Prats en Horacio Gutiérrez, of wijlen Jorge Bolet, die voor zijn overlijden in 1990 regelmatig in het Concertgebouw optrad, waar hij de vleugel liet zingen met ongekende schoonheid.

In de drie weken dat ik door Cuba reisde heb ik maar één keer een vleugel zien staan. Het was een oude Pleyel, die stond opgesteld in een 19de eeuwse stijlkamer in het Museo de Ambiente Histórico Cubano, dat gehuisvest is in het in 1516-1530 gebouwde Casa de Diego Velázquez de Cuéllar in Santiago de Cuba, naar alle waarschijnlijkheid het oudste gebouw van Cuba. De Spaanse veroveraar heeft er daadwerkelijk gewoond, maar de Pleyel zal op zijn vroegst pas drie eeuwen later op het eiland zijn aangeland. Er werd daar al fortepiano gespeeld, maar pas in de 19e eeuw werden de klavecimbels en fortepiano’s ook op Cuba ingeruild voor piano’s en vleugels, waarmee de Cubaanse bourgeoisie zich thuis kon vermaken en waarop de eerste pianovirtuozen in Cuba goede sier konden maken.

‘Als ik muziek in mij voel stromen en ik me goed genoeg voel om mijn eigen klank te creëren, dan heb ik een Pleyel nodig’, zei Chopin (1810-1849), die zelf nooit op de Antillen is geweest. Toch werd zijn muziek er na zijn dood razend populair. Hoogstwaarschijnlijk omdat Chopin er zo goed in was om de volkswijsjes uit Polen om te zetten in mazurka’s, walsen en polka’s die hij een eigen ritme gaf, dat soms al raakt aan swingende jazz. Chopins originele partituren kwamen via Cubaanse pianisten als Pablo Desvernine (1823-1910) en Fernando Aritzi (1828-1888), die beiden in Parijs bij Kalkbrenner en Thalberg studeerden, naar het de Caribische gebied, waar ze gretig werden gespeeld en bestudeerd door een leger aan pianovirtuozen en componisten met exotische namen als Jospeh Sickman Corsen, Jan Gerard Palm, Edgar Palm, Jacobo Palm, Louis Moreau Gottschalk en Wim Statius Muller. Hun muziek komt vaak in de buurt van Chopin, maar loopt dan weer over in creoolse danzas, ragtime, calypso en latin jazz. Overeenkomst tussen beide werelden zijn de dansritmes en misschien ook wel de melancholie, al wordt die in de Cariben wel wat luchtiger en sensueler geuit.

Terug in Nederland ging ik op zoek naar de banden tussen Chopin en Cuba. Dat resulteerde in de (her)ontdekking van Louis Moreau Gottschalk en de ‘Nederlandse Chopin’ Hubert de Blanck, die in 1885 het Conservatorium in Havana oprichtte. Topcelliste Ella van Poucke, die Cubaanse roots heeft, bleek op 2 november a.s. Schumanns Celloconcert te gaan spelen op het Mozart Habana Festival o.l.v. de Nederlands – Cubaanse dirigente Libia Hernandez, die Micha Hamels opera Caruso a Cuba naar Cuba gaat brengen. In de Cariben sloegen de dansritmes van Chopin in als een bom en pianotalent Nicolas van Poucke speelt Chopin het liefst met een Cubaanse sigaar.

In het pas verschenen nummer van De Nieuwe Muze nodig ik u uit om samen met de redactie op ontdekkingsreis te gaan door Europa en Cuba.

Wenneke Savenije

Hoofdredacteur

Heeft u nog geen abonnement en wilt u De Nieuwe Muze lezen kijk dan https://denieuwemuze.nl/abonneren/

U bent misschien ook geïnteresseerd in

Over dit nummer 1-2020

Over dit nummer 6-2019

Over dit nummer 4-2019

Over dit nummer 3-2019