Pianist Boris Giltburg ontdoet kraker van Tsjaikovski van pathos

Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 25 juli 2023

Door Willem Boone

Boris Giltburg

 

Het programma van het Belgian National Orchestra in de serie Zomerconcerten was niet direct ‘vernieuwend’ te noemen, maar het publiek was er niettemin in groten getale op afgekomen. Met een ‘kraker’ als het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski kon het al helemaal niet meer stuk. Als eerste stond de Ouverture Carnaval van Dvorak op het programma en daar klonk direct kleurrijk en alert orkestspel. Het begin was uitbundig en het rustige intermezzo dat daarop volgde was lyrisch met een mooie solo voor de althobo, net als in het langzame deel van Dvoraks Negende symfonie. Dirigent Antony Hermus stond druk gesticulerend voor het orkest, maar hij wist daarmee veel gedaan te krijgen.

Hierna richtte de dirigent zich tot het publiek en de vraag was of het daar nu zo op zat te wachten, vooral toen er open deuren als ‘Het is een groot genoegen om in deze mooie zaal te spelen’ en ‘Dit is het VriendenLoterijconcert’ langskwamen. Verder memoreerde hij dat dit orkest de deelnemers aan het Koningin Elisabethconcours begeleidt. De solist van deze avond, pianist Boris Giltburg, was daarbij in 2013 de eersteprijswinnaar en dat was in de ogen van de dirigent een ‘bruggetje’. Tsja, het had wat mij betreft ook alleen in de toelichting genoemd kunnen worden, maar het enthousiasme van Hermus kwam wel heel gemeend over.

Er zijn musici die alles ‘anders’ spelen doordat ze sterk hun eigen stempel op de muziek drukken. Dit kan voorkomen uit een hang naar eigengereidheid of excentriciteit. Het leek erop dat solist en dirigent ervoor gekozen hadden om het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski ook ‘anders’ te spelen. Nu is meesterpianist Giltburg een veel te intelligent musicus om zich louter tot oppervlakkige virtuositeit te laten verleiden en hij kan als geen ander muziek diepgang en noblesse verlenen. Maar hoe ‘anders’ kan je dit beroemde Pianoconcert dan spelen: het is toch een virtuozenconcert bij uitstek dat onovertroffen is om aan het eind ovaties te ontketenen? Welnu, solist en dirigent legden in hun vertolking vooral de nadruk op de lyriek. En virtuositeit is maar één aspect van dit beroemde opus, dat ook prachtige intieme momenten bevat die niet onderdoen voor de mooiste balletmuziek van dezelfde componist.

 

 

 

 

Direct het begin klonk al anders toen Giltburg de befaamde openingsakkoorden als arpeggio’s speelde, precies zoals Tsjaikovski het in de originele versie voorgeschreven heeft. Dat alleen al zette de toon, want de akkoorden die anders nogal luid kunnen overkomen, waren nu mild van karakter. De pianist speelde geen supersnelle tempi en deed daarmee recht aan de tempo-aanduiding ‘maestoso’ Hij was als gezegd niet primair uit op virtuositeit en nam de tijd om te fraseren. In dat opzicht verschilde hij van veel collega’s die de beruchte octavensalvo’s in het Eerste deel (na ongeveer 7 en 10 minuten) er echt uit laten ‘knallen’ en waarbij je als luisteraar en zeker als pianoliefhebber op het puntje van je stoel gaat zitten met het idee: ‘Nu komt het!’

De solist koos ervoor om niet per se naar deze climaxen toe te werken, maar ze meer te integreren in een grote, meer lyrische opvatting. Eigenlijk ontdeed hij dit plat gespeelde stuk daarmee van een laag pathos en stofte hij het zodanig af dat het bijna als nieuw klonk. In de cadens was dit eveneens hoorbaar: deze had in het pianissimo iets breekbaars en de pianist leek bijna te aarzelen. Intussen kwam hij aan virtuositeit niets te kort en hij was meer dan opgewassen tegen de hoge eisen die er aan hem gesteld werden. Hij kreeg daarbij uitstekend steun van orkest en dirigent die al evenzeer de lyriek van deze muziek benadrukten. Aan het eind van het eerste deel was het publiek kennelijk al zo onder de indruk dat het in applaus losbarstte.

Het Andante semplice begon met een fraaie fluitsolo, waarna zijdezachte strijkers volgden. Het deed denken aan een scène uit een ballet, waarbij je op je tenen een tovertuin betrad. De musici benaderden dit deel precies zoals het Eerste deel, waarbij het snelle Scherzo ditmaal geen ‘dans van vuurvliegjes’ werd, ook hier was het duidelijk onderdeel van een totaalconcept. Het Derde deel was inderdaad ‘con fuoco’, maar gelukkig werd het geen galop en werd de virtuositeit nergens overdreven. Giltburg was indrukwekkend in de octavenpassage, kort voor het eind, waarbij het orkest niet vertraagde (een slechte gewoonte waar merkwaardig genoeg Russische orkesten nogal eens in vervallen!).

Natuurlijk was ook deze uitvoering goed voor een staande ovatie, die de pianist beantwoordde met een toegift: de beroemdste Prelude van Rachmaninoff, opus 3 nr 2, die de componist zo vaak als encore moest spelen dat hij er uiteindelijk een hekel aan kreeg. Giltburg benaderde ook deze Prelude zonder pathos, zijn opvatting was bijna ‘understated’, maar het eind kende een imposant culminatiepunt. Rachmaninoff zei ooit dat je als uitvoerende ‘altijd naar een culminatiepunt moet toewerken’ en hij zou zeker tevreden over deze lezing geweest zijn. Mooi waren vooral het decrescendo en de bronzen slotakkoorden.

 

 

Anthony Hermes

 

Na de pauze speelde het orkest een Suite uit het ballet ‘Romeo en Julia’, prachtige muziek die ook de nodige lyriek bevat, zij het in een wat meer gepeperd idioom dan dat van Tsjhaikovsk1. Het is spijtig dat dit ballet zelden of nooit integraal in een concertzaal te beluisteren is, je zou wensen dat deze ook eens – net als die van Tsjaikovski aan het eind van het jaar – geprogrammeerd werd. Hoe interessant zou het zijn om deze door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van hun toekomstige chef-dirigent of Ivan Fischer te horen? Het orkest speelde in grote bezetting met een stevige blaassectie. Hermus vuurde het orkest met wat hoekige gebaren aan, maar het leidde in elk geval tot fraaie resultaten. Hij liet zijn musici soms heel zacht spelen, het leek soms wel of ze kamermuziek speelden. Overigens waren de fragmenten die men speelde tamelijk bekend, want het ging in een aantal gevallen om dezelfde delen die Prokofiev ook voor piano bewerkt heeft. Het knappe is dat deze balletmuziek in beide versies even aantrekkelijk overkomt. Al met al leverde het orkest een briljante prestatie en ze mogen een volgende keer de resterende delen uit Romeo en Julia komen spelen!

Willem Boone

PS: Dit concert werd rechtstreeks uitgezonden op Radio 4, het is de moeite waard om het terug te luisteren!

You May Also Like

Splendors muzikale circus verovert alle harten in Carré  

Klaus Mäkelä inspireert Concertgebouworkest tot gloedvolle Mahler III

Edmond Fokker van Crayestein: ‘De viool is mijn rode draad’

Muze van Zuid & Klassiek op het Amstelveld kleuren het muziekleven in Amsterdam