Pianist Kimball Huigens debuteert als componist

 

Een catalogus van de bultrugwalvis

 

Tekst: Wenneke Savenije

Foto’s: Moniek Spaans

 

Op 3 juni treedt pianist Kimball Huigens (1976) in de Amsterdamse Uilenburgersjoel voor het eerst als componist naar buiten in Zesde Zintuig, met een uniek project waaraan hij twintig jaar heeft gewerkt. Geïnspireerd door Messiaens Catalogue d’oiseaux, begon Huigens met de opbouw van een muzikale catalogus van de wonderlijke geluiden van de bultrugwalvis, de enige walvissoort die behalve communiceren óók kan zingen. De mannetjes tenminste, want de bultrugvrouwtjes zijn wat minder artistiek aangelegd. Zijn fascinerende ontdekkingsreis resulteerde in kamermuziek en liederen, die worden vertolkt door violiste Liza Ferschtman, violist Jan Erik van Regteren Altena, pianiste Daniel Kramer en Bernd Brackman, sopraan Ekaterina Levental, cellist Örs Kösceghy en zanger Gilad Nezer. Op 4 juni volgt een tweede concert in Splendor, met een iets andere samenstelling: Duétude. Alle betrokken musici zijn onder de indruk van de ‘walvismuziek’ van de pianist, die op een dag besloot: ‘Niemand doet het, dus dan moet ik het maar doen!’

Kliks, plops en uithalen

 

Op de ronde tafel in zijn studio in een steegje vlak bij de Nieuwmarkt in Amsterdam ligt een schots en scheve stapel handschriften van composities die geïnspireerd zijn door de geluiden van de bultrugwalvis. Helder uitgeschreven ritmes, noten en akkoorden bieden de walviszang een ‘klankomgeving’ door bijvoorbeeld waterstromen in de oceaan te suggereren, terwijl unieke symbolen de kliks, pulserende plops, prrrrrr….ts en fascinerende stijgende en dalende uithalen van de intrigerende walviscommunicatie weergeven. Met sierlijk kronkelende lijnen drukt Huigens in het solide notenbeeld het zingen van de bultrugwalvissen uit, compleet met tempo en dynamiek.

Alleen al het bekijken van zijn handschriften is een spannend avontuur. Maar al gauw begint Huigens met een getrainde stem de bultrugwalvisgeluiden te imiteren alsof hij zelf een walvis is. Even gemakkelijk doet hij dolfijnen, orka’s, vogels en gibbons na. Maar de bultrugwalvis heeft zijn hart gestolen en over dat reusachtige en raadselachtige zoogdier kan de pianist urenlang vertellen. Zingend, klikkend, het notenbeeld verklarend en pianospelend legt hij uit hoe hij de complexe taal van de bultrugwalvis systematisch heeft onderzocht en hoe hij met behulp van onder meer de Fibonacci reeks en de magische verhouding van de Gulden Snede zijn bevindingen heeft weten om te zetten in volstrekt originele composities.

Zijn ‘walvismuziek’ klinkt niet als een slappe en slaapverwekkende imitatie van ontspannende walvisgeluiden, zoals populair in de New Age beweging (liefst op kitscherige wijze versterkt door een synthesizer), maar als direct tot de verbeelding spreken échte muziek, die boeit door haar wonderlijke ‘oerkracht’ en magische kleuren- en klankenrijkdom.

Hoe hij hiertoe gekomen is? ‘Als kind raakte ik gebiologeerd door zo’n vierkant zwart plaatje met opnames van walvisgeluiden’, vertelt Huigens: ‘Het zat bijgesloten in de National Geographic, waar mijn ouders op geabonneerd waren. Je kon het op de platenspeler leggen en toen ik het plaatje voor het eerst draaide, vond ik die walvisgeluiden meteen al heel mooi. Ik begreep nog niets van de structuur van hun taal, maar die walvis bleef me achtervolgen. Na mijn conservatoriumopleiding tot pianist, voelde ik steeds meer de behoefte om er echt iets mee te gaan doen. Ik ben er helemaal ingedoken, heb allemaal studies over walvissen gelezen en opnames beluisterd. Ik kwam al snel tot de conclusie dat de bultrugwalvis het meest interessant is om er ‘mensenmuziek’ van te maken, omdat de mannetjes niet alleen communiceren maar ook zingen. Waarom ze dat doen, is nog altijd niet helemaal duidelijk. Ze zingen in het paarseizoen, dus het heeft ongetwijfeld iets met de vrouwtjes te maken.’

 

 

 

Systematisch Onderzoek

Bartók en Messiaen zijn altijd al de helden van Huigens geweest: ‘Wat zij gedaan hebben aan het begin van de 20e eeuw is voor mij een belangrijke inspiratiebron. Bartók reisde met zijn opnameapparatuur door Hongarije om in afgelegen dorpjes de traditionele volksmuziek van zijn land te onderzoeken. Hij doorkruiste de hele Balkan, tot in Noord-Afrika en Turkije toe. Messiaen trok er in Frankrijk op uit om vogelgeluiden in de vrije natuur te registreren. Allebei waren ze heel precies in hun veldonderzoek. Bartók analyseerde zijn geluidsopnames en noteerde alle parameters van de volksmuziek die hij onderweg had aangetroffen. Vervolgens verwerkte hij elementen daarvan in zijn eigen muziek. Hij liet zich overigens ook door de kosmos inspireren, door de stand van de sterren en de loopbaan van de planeten.

Messiaen vroeg zich af wat voor een vogelgeluiden hij precies hoorde, wat de specifieke klank en het ritme ervan waren, in hoeverre bepaalde vogelzang uniek is en welke nieuwe mogelijkheden dat bood om van betekenis te kunnen zijn in de hedendaagse muziek. Bijvoorbeeld wat betreft de structuur, intervallen en intonatie, klankkleuren, ritme en vorm. Hij beschouwde zijn opnames als een schat aan materiaal. Die vogelgeluiden kwamen van God en de natuur, zodat ze de moderne muziek een diepere betekenis konden geven. Voor mijzelf betekent de bultrugzang net zoiets. De oerkracht van de natuur klinkt erin door!’

In 1971 maakten de biologen Roger Payne em Scott McVay voor het eerst uitgebreide geluidsopnames van het gezang van de mannetjes. Ze kwamen tot de ontdekking dat hun lied veel kenmerken heeft van een muziekcompositie. Huigens: ‘Soms maken bultruggen een oorverdovend lawaai. Als je je oor er vlakbij zou kunnen houden, klinken de geluiden die ze produceren door lucht door kleine holtes in hun kop te persen even hard als een straaljager. Maar ze kunnen ook zachtjes zingen. Ze hebben een veel groter dynamisch bereik dan wij.’

Het lied van de bultrugwalvis is opgebouwd uit een geordende opeenvolging van basisthema’s, die weer zijn opgedeeld in frases, motieven en ongeveer twintig verschillende syllaben. ‘Zo’n syllabe vormt de basiseenheid van de liederen, die in de loop van de tijd steeds weer een beetje veranderen, tot ze na een jaar of vijf een nieuw lied zijn geworden. De basisklanken van zo’n syllabe zou je kunnen vergelijken met muzieknoten of akkoorden. De manier waarop ze ritmisch aaneengeregen worden, doet soms een beetje denken aan morsetekens. Een reeks identieke syllaben vormt de motieven, die gegroepeerd zijn in frasen, die op hun beurt thema’s vormen. Een gemiddeld mannetje heeft zes tot negen thema’s in zijn repertoire. De afzonderlijke frases kunnen behoorlijk in duur variëren en de motieven ervan worden nooit herhaald. Daardoor klinkt het lied van de bultrugwalvis, dat 6 tot wel 35 minuten kan duren en meestal een aantal keren wordt herhaald, soms zelfs wel dagenlang, nooit hetzelfde.’

Vrouwtjes kunnen aan de hand van het gezang en de karakteristieke klank van een specifieke bultrug de mannetjes herkennen. Vermoedelijk dient het zingen dan ook om de wijfjes te imponeren, maar er wordt ook gedacht dat de mannetjes met hun gezang indruk proberen te maken op hun concurrenten. ‘Bultruggen in één gebied zingen min of meer hetzelfde lied, maar in andere gebieden klinkt hun lied weer heel anders. Er is dus sprake van dialecten, die steeds weer een beetje veranderen. In walvistempo, want hun tijdbeleving is heel anders dan de onze, alles gaat langzamer. Het oude lied wordt nooit meer herhaald.’

 

 

Levenswijzen

Huigens vertelt over het leven van de bultrugwalvis, die in de wetenschap Megaptera novaeangliae wordt genoemd. In de zomer leven de dieren in de voedselrijke wateren van het poolgebied, waar ze krill en kleine vissen opeten om vet op te slaan in hun blubber. ‘Ze zijn vooral dol op haring. Om die te vangen gebruiken ze hele slimme jachttechnieken. Ze slaan met hun vinnen op het water om hun prooi te verdoven. In groepjes vallen ze aan op bijvoorbeeld een school haringen, waar ze een bubbelnet omheen leggendoor een gordijn van luchtbellen uit hun spuitgaten te blazen. Zo raken de visjes gevangen in een steeds kleinere cilinder. Uiteindelijk zwemmen de bultrugwalvissen in die cilinder omhoog om met een opengesperde bek de haringen naar binnen te slokken.’

Wanneer ze voldoende vet hebben opgeslagen, trekken ze richting evenaar om in de warme wateren van o.a. het Caraïbische gebied en de kustwateren van Panama en Costa Rica de vrouwtjes het hof te maken. ‘Bij die paringsrituelen gaat het er heel onstuimig aan toe.  De mannetjes achtervolgen de wegzwemmende vrouwtjes, die ze proberen te imponeren door sierlijk te zwemmen, acrobatische sprongen te maken en op het wateroppervlak te slaan met hun borstvinnen of staart. De mannetjes leven zich uit in gezang, waarschijnlijk ook om indruk op wijfjes te maken, maar ook om zich te meten met andere mannetjes. De concurrentiestrijd tussen de mannetjes is hevig. Ze gaan elkaar vaak te lijf door op elkaar in te springen. De gevechten kunnen heel fel zijn en vaak raken er mannetjes gewond. Als het wijfje uiteindelijk haar keus heeft bepaald, geven de afgewezen mannetjes zich gewonnen.’

 

 

 

Walvismuziek en andere inspiratiebronnen

 

Huigens heeft jarenlang bronnen bestudeerd, naar opnames geluisterd en de vormen, intervallen en ritmische patronen van de bultrugwalviszang uitgeschreven op notenpapier, voordat hij er daadwerkelijk aan toekwam om hun gezang in mensenmuziek om te zetten. Als drukbezette pianist had hij daar eigenlijk nooit tijd voor, maar corona bracht uitkomst. ‘Op de eerste dag van de lockdown ben ik meteen begonnen met schrijven. Aanvankelijk werkte ik aan een groot bultrugorkestwerk, maar ik realiseerde me al snel dat ik dat niet zo makkelijk uitgevoerd zou kunnen krijgen. Toen ben ik kamermuziekstukken en liederen gaan schrijven, gebaseerd op de communicatie en het gezang van de bultrugwalvissen. Een van de eerste stukken die ik voltooide was een werk voor cello solo, dat ik heb opgedragen aan de helaas overleden cellist Peter Doberitz, die me enorm geholpen heeft met het vinden van manieren om de walvisklanken op papier te noteren. Een ander ‘walvisstuk’ is een Sonatine voor viool en piano, waarvan ik het tweede deel heb opgedragen aan de violist Jan-Erik van Regteren Altena.’

Maar Huygens heeft ook nog andere inspiratiebronnen, zoals de gedichten van de grote Russische dichteres Anna Achmatova. ‘Op haar prachtige teksten heb ik liederen gecomponeerd. Ik heb ook muziek gecomponeerd bij de ontwapende gedichtjes van mijn oude schoolgenoot Adriaan Lakerveld (1976-1999), een hele leuke en bijzondere jongen die veel te vroeg overleed aan een tumor in zijn hoofd. Hij schreef hilarische teksten en mooie of grappige gedichtjes voor de schoolkrant van de Vrije School in Amsterdam. Kort voor zijn dood schreef hij in zijn dagboek: “Ik besef dat dat hele gedoe van leven en doodgaan deel is van een groter geheel, en wat valt er dan nog te huilen?” Opdat hij niet vergeten zal worden, heb ik een aantal van zijn teksten verwerkt in de liederencyclus Adrianide. Eerlijk gezegd zijn al mijn stukken die in juni in wereldpremière gaan, zowel technisch als muzikaal behoorlijk veeleisend. Maar de musici die ik om me heen heb verzameld zijn heel enthousiast en het publiek wacht ook nog een verrassing, waarbij de koepelvorm van de Uilenburgersjoel zeker zal bijdragen tot het juiste walvisgevoel.’

Wenneke Savenije

Info:

Zaterdag 3 juni om 20:00 uur in de Uilenburger Synagoge in Amsterdam:

https://www.uilenburgersjoel.nl/productie/zesde-zintuig/

 

Zondag 4 juni om 15 uur in Splendor in Amsterdam:

https://www.splendoramsterdam.com/agenda/722799/duétude

 

 


Kaartverkoop:

3 juni om 20 uur in de Uilenburgersjoel

https://www.uilenburgersjoel.nl/productie/zesde-zintuig/

4 juni om 15 uur in Splendor

https://www.splendoramsterdam.com/agenda/722799/du%C3%A9tude

Facebook links:

Concert 3 juni:

https://fb.me/e/3d1FCOe4M

Concert 4 juni:

https://fb.me/e/LJz0gKf7

Info filmpje:

https://youtu.be/egYDTIAY66Y

You May Also Like

NSO gaat van 10/2 -25/2 op tournee door Nederland en stelt vrouwen in de klassieke muziek centraal

Bibers klaagzang voor de slachtoffers van het oorlogsgeweld

De onbestemde en tijdloze composities van Sarah Neutkens

Stage Director in Residence Jorinde Keesmaat over het Muziekgebouw Productiehuis