Pianist Severin von Eckardstein en cellist Isang Enders zijn een dreamteam

Pianist Severin von Eckardstein en cellist Isang Enders zijn een dreamteam
Openingsconcert seizoen 2019-2020, Edesche Concertzaal, 21/9, Ede

Water is het overheersende element op zijn website, waarop alle teksten en foto’s zachtjes lijken weg te ebben op wat vermoedelijk het ondiepe water van een stukje kustlijn van het Comomeer is. Je ziet Severin von Eckardstein (1978), de Duitse pianist die al op zijn 24e de prestigieuze Koningin Elisabethwedstrijd in 2003 won en die onder meer studeerde aan de Internationale Piano Academie Lake Como, aan de oever zitten dromen, terwijl hij steentjes in het licht opspattende water keilt. Alsof hij wil zeggen dat hij wel bereid is een klein beetje effect te sorteren op de wereld om hem heen, maar nog veel liever helemaal wil opgaan in die wonderlijke werkelijkheid van kleuren, geuren, bewegingen en vormen die hem omringd. Alsof zijn ultieme verlangen is zich te laten meevoeren door het kabbelende water, tot over de heuvels aan de einder, daar waar tijd en plaats zich oplossen in de eeuwigheid.

Volgens Marcel Proust, de schrijver aan wie ik altijd moet denken wanneer ik deze pianist hoor spelen, berust alle aardse geluk op een compromis tussen droom en werkelijkheid: ‘Le désir fleurit, la possession flétrit toutes choses’, oftewel ‘Verlangen laat alles bloeien, bezit laat alles verwelken.’ Het bijzondere van Von Eckardstein is dat hij zich als buitengewoon getalenteerd pianist van nature beweegt op die metafysische scheidslijn tussen droom en daad, verbeelding en gematerialiseerde structuur, verlangen en manifestatie. Zijn manier van musiceren doet denken aan stromend water, vloeiend en beweeglijk, golvend zonder opgelegde grenzen, het licht spiegelend en brekend in waaiers van verfijnde kleuren.

Het pleit voor de steevast verrassend goede programmering van de Edesche Concertzaal, die alweer haar zevende seizoen ingaat, dat deze bijzondere figuur er ‘artist in residence’ is. Van Eckardstein speelt op 26 januari 2020 ook een solorecital in de Serie Meesterpianisten, waar hij een graag gehoorde gast is, maar in Ede laat hij ook andere kanten van zichzelf zien. Slechts op één concert van de drie concerten in de door hem samengestelde serie ‘De Keuze van Severin von Eckardstein’, speelt de pianist solowerken van Chopin, Schumann, Debussy en Dupont. Op de andere twee concerten speelt hij kamermuziek: afgelopen zaterdag met cellist Isang Enders en later in het seizoen met celliste Quirine Viersen en fluitist Aldo Baerten.

Zaterdagavond opende Von Eckardstein samen met de Duits-Koreaanse cellist Isang Enders het seizoen in Ede en dat leidde tot een luisterrijk avontuur, waarin het duo in werken van Mendelssohn, Prokofiev, Medtner, Charlotte Bray en Beethoven méér dan waarmaakte wat Von Eckardstein zegt na te streven: ‘Ik wil de mensen door adembenemende muzikale landschappen voeren en zo misschien wel vergeten ervaringen naar boven halen.’ Die missie voert hij uit met een natuurlijke virtuositeit, die bij alles wat hij speelt zo onnadrukkelijk en vanzelfsprekend aanwezig is, dat je bijna zou vergeten hoe goed Von Eckardstein de piano naar zijn hand kan zetten in om het even welk repertoire. Maar in Ede ging het duo Von Eckardstein en Enders al musicerend nog een stapje verder: er werden ook onvergetelijke ervaringen ‘aangelegd’.

Pianist en cellist bleken instrumentaal en muzikaal uitstekend aan elkaar gewaagd en vormden al vanaf het eerste moment dat ze spontaan onderdoken in de bruisende partituur van Mendelssohns Cellosonate nr. 2 een ‘dreamteam’. Onstuimig, temperamentvol en energiek namen Von Eckardstein en Enders om beurten de leiding in de briljante geest van Mendelssohn. Dat leidde tot spannende dialogen, uitbundige vrolijkheid en romantische zangerigheid, waarbij de open klep van de reusachtige Bösendorfer, waaruit Von Eckardstein schijnbaar moeiteloos een regenboog aan sprankelende klanken en kleuren in alle dynamische schakeringen tevoorschijn toverde, geen moment een bedreiging vormde voor het robuuste en zangerige spel van Enders, omdat de onderlinge balans waarin beide genereuze musici elkaar steeds weer vonden zo natuurlijk meebewoog met de muziek.

Er volgde een markante uitvoering van Prokfievs Cellosonate in C, op. 119, waarin Enders donker en sonoor een ‘haunting’ klank uit zijn cello haalde om recht te kunnen doen aan de macabere sfeer van het Andante grave. Nobel, strijdlustig en af en toe speels werkte het duo zich door de dreigende materie van Prokofievs driedelige Cellosonate heen, die werd geschreven in de tijd dat hij door de Sovjets beschuldigd werd van Westerse sympathieën, een beklemmende situatie waarmee de rebelse Prokofiev toch ook de draak lijkt te steken.

In de poly melodieuze Vier Lyrische Fragmente, opus 23 van Medtner liet Von Eckardstein de vleugel af en toe klinken als een compleet orkest, maar er klonken uitgedunde ook passages, zoals de wonderlijke hink-stap-sprong wals van het derde fragment. Von Eckardstein maakt zich graag sterk voor de grillige melodieusheid van Medtners muziek en dat was te horen aan de intensiteit van zijn stemvoering en toucher. Ook Enders bracht, gewapend met laptop en loudspeaker, een solowerk ten gehore waarbij fraaie, als water meanderende arpeggio’s een aangename vrijblijvendheid suggereerden. Experiment Suya Dalmak van Charlotte Bray was als concept niet wereldschokkend, maar wel aangenaam voor de oren en dus geslaagd.

Tot besluit speelde het duo de Cellosonate nr. 3 in A, op. 69 van Beethoven, waarbij Von Eckardstein als ‘prima donna’ het artistieke voortouw nam in de enerverende dialogen. Maar Enders volgde hem op de voet en beantwoordde de levendige, gestroomlijnde en contrastrijke klankerupties die stijlvol uit de piano opborrelden met geestdrift en flair. Zelden klonk Beethoven zo energiek en enthousiasmerend, niet omdat de musici bezig waren zichzelf te bewijzen, maar juist omdat ze zichzelf helemaal vergaten in Beethovens sonate. Er volgde nog een door Von Eckardstein zelf gecomponeerde toegift voor cello en piano, waarin de veelzijdigheid van de pianist tot uiting kwam in een wonderlijke en mix van (post)romantisch en modern, waarin ook Enders zich thuis voelde als een vis in het water.

Wenneke Savenije

Info:
https://www.edescheconcertzaal.nl
https://severin-eckardstein.de

You May Also Like

Voorronde Nationaal Cello Concours mannelijke aangelegenheid

De Cello Biënnale online is een dappere onderneming om het gemis van de Cello Biënnale live te compenseren

Shani, Soltani en Capucon triomferen in Tripelconcert Beethoven

Krystian Zimerman en het Concertgebouworkest spelen meesterlijke Beethoven