Pianiste Natalia Milstein schildert met kleuren

Pianiste Natalia Milstein schildert met kleuren

Gehoord: Muziekgebouw aan het IJ, 1 juni 2024

Door Willem Boone

Wat in de programmatoelichting over drie stukken van Rameau stond te lezen, namelijk ‘dat hij ver ging in een poging tot klankschildering’ gold net zo goed voor de andere drie componisten die pianiste Natalia Milstein tijdens haar recital speelde. Dat bevatte een interessante tweedeling in Frans en Russisch repertoire: Rameau, Debussy en Fauré schilderden vooral op subtiele wijze met klanken, terwijl Rachmaninov deze paarde aan een hoge mate van virtuositeit. In een interview met De Nieuwe Muze vertelde de pianiste onlangs dat de stukken van Rameau, waarmee ze haar optreden begon, ‘je oren openen voor de rest van het programma.’ Het is inderdaad bijzonder prettige muziek om rustig mee in de stemming te komen, zo klonk ‘Le rappel des oiseaux’ gracieus. Het is overigens geen makkelijke muziek om mee te beginnen door de vele trillertjes die direct om veel precisie in het toucher vragen. ‘L’entretien des muses’ klonk mooi verstild, wat een prachtige muziek is dit! Een gevaar bij stukken die oorspronkelijk voor klavecimbel geschreven zijn, is dat deze soms precieus over kunnen komen als een pianist zich inhoudt en probeert om toch in de buurt van eerstgenoemd instrument te komen. Natalia Milstein deed dat gelukkig niet; zij speelde ‘gewoon’ piano en had stukken uitgekozen die in zoverre tijdloos zijn dat ze ook op een Steinway goed tot hun recht kwamen. Zij toonde vanaf het begin een goede focus die duidelijk hoorbaar was in haar opvatting. Het derde stuk van Rameau, ‘Les cyclopes’, had van Scarlatti kunnen zijn, fantasierijke muziek met een soortgelijk speels karakter.

Debussy en Fauré

Zij vervolgde met Images premier livre van Debussy, waar een pianist naar hartenlust met klankkleuren kan schilderen. Net als bij Rameau wist zij meteen de juiste toon te treffen, al klonk haar spel in ‘Reflets dans l’eau’ soms nog wat voorzichtig. In ‘Hommage à Rameau’ was haar spel helder en hulde zij de muziek niet in wolken van pedaal, wat soms ten onrechte voor ‘impressionistisch’ aangezien wordt. Sommige pianisten drukken op deze muziek een duidelijker persoonlijk stempel, maar dat is ongetwijfeld een kwestie van opvatting. Er sprak rust uit haar interpretaties, daarnaast was het weldadig om te zien dat zij rustig aan de piano zat en niet meer bewoog dan nodig was. Dezelfde rust sprak ook uit ‘Mouvement’, alleen had haar lezing net iets te veel het karakter van een étude.

Als laatste werk voor de pauze speelde zij Thema met variaties opus 73 van Fauré, een stuk uit zijn middenperiode dat niet al te vaak uitgevoerd wordt. Fauré schreef zelf over dit opus dat het ‘bijzonder moeilijk’ was en dat hoor je er interessant genoeg niet direct aan af, aangezien de meeste variaties tamelijk ingetogen zijn. Ook hier wist Milstein goed de grote lijn vast te houden. Fraai was vooral het rustige einde van deze cyclus.

Rachmaninov

Na de pauze klonken geheel andere klankschilderingen van Rachmaninov die deze niet voor niets ‘Etudes-tabeaux’noemde, deels gebaseerd op de sombere schilderijen van Arnold Böcklin. In nr. 1 werd direct duidelijk dat het om uitgesproken Russische virtuositeit gaat.
De pianiste liet mooi horen hoe gelaagd deze muziek is en ook liet zij het typische geluid van beierende kerkklokken, waardoor deze componist zo geobsedeerd was, goed uitkomen. In nr. 2 trof de eenvoud van haar opvatting die naast virtuositeit en melancholie tekenend voor Rachmaninov is. De kracht van zijn muziek komt des te sterker naar voren als interpreten deze a-sentimenteel benaderen, wat helaas vaak niet gebeurt. In de nrs 3 en 4 werd duidelijk dat het Milstein indien nodig zeker niet aan kracht ontbreekt, maar dat zij desondanks geen krachtpatser is. Net als bij Debussy toonde zij een zekere bescheidenheid, waarbij ze niet ten koste van alles een persoonlijk stempel op de muziek wilde drukken.

In programmatoelichtingen lees je soms interessante details, bijvoorbeeld dat Rachmaninov zelf aangaf dat nr. 6 het sprookje van Roodkapje en de wolf verklankt. Het was voor mij nieuw dat een componist die er altijd zo serieus uitziet kennelijk dit soort eenvoudige verhaaltjes voor zijn muziek gebruikte! Met een beetje fantasie kan je je bij deze étude-tableau inderdaad wel een achtervolging van Roodkapje door de wolf voorstellen, al meende ik dat deze in het sprookje wel gromde en naar haar hapte (zoals de toelichting eveneens stelde), maar haar niet achternazat. Ten slotte stond er te lezen dat het stuk eindigt ‘met een forse hap van de wolf’, waar Milstein opvallend genoeg inhield, zodat het in dit geval hoogstens een ‘hapje’ was. Een al net zo interessant weetje in de toelichting was die bij nr. 7 ‘die een klankschildering is van eindeloos vallende motregen waar je wanhopig van wordt’, eveneens een opmerking van de componist zelf. Hij had rond de tijd dat hij deze étude schreef de begrafenis van Scriabin bijgewoond en beeldt een begrafenismars uit. De pianiste wist deze mooi vorm te geven en toonde dat zij haar energie en kracht efficiënt in kon zetten wanneer de muziek daarom vraagt. In nr. 8 viel op hoe ‘Chopinesk’ deze muziek van karakter is en nr. 9 vormde als altijd een bekroning op de cyclus, een van de weinige études in majeur, die daardoor een stralende uitwerking heeft. Ik vroeg me alleen of het tempo van de pianiste niet aan de snelle kant was voor een allegro moderato, het miste daardoor iets van de triomfantelijke wijze waarmee deze reeks besluit.

Als toegift speelde Milstein een deel uit de Pianostukken opus 19 van Tsjaikovski, Rêverie du soir, een mooi, introvert salonstukje dat zij met veel gevoel speelde. Het was aardig om te horen dat deze componist weer een hele andere, ook direct herkenbare, taal sprak. Op deze manier was de cirkel van dit fraaie recital weer op een passende manier rond.

You May Also Like

Pianist/dirigent Shani in dubbelrol in Prokofiev: muzikaal huzarenstukje van de hoogste orde

Top-amateurorkesten in Concertgebouw

Mäkelä en Lozakovich spelen Dubbelconcert van Brahms als kamermuziek

Philzuid brengt beschaafde Beethoven