Pianowinnaars Festival in Utrecht van hoog niveau

Gehoord: Tivoli Vredenburg, 22 oktober 2023

Door Willem Boone

Liszt Utrecht had het interessante idee opgevat om een aantal internationale prijswinnaars te combineren met de prijswinnaars van Liszt Utrecht 2022. Dat leverde een lange middag van constant hoog niveau op. Als eerste speelde de Spaanse pianist Pedro López Salas. Het was een beetje jammer dat de gastheer die het publiek welkom heette er niet bij vertelde welke prijs deze musicus gewonnen had en dat het programma daar ook geen melding van maakte. Een blik op zijn biografie leert dat hij aardig wat prijzen in de wacht gesleept heeft, maar maakt niet direct duidelijk wat de laatste in deze rij was. López Salas begon met het Tweede scherzo van Chopin, geen makkelijk stuk om ‘koud’ te spelen. Hij viel direct aan het begin al op door de ‘roffel’ waarmee het stuk inzet niet twee keer op dezelfde manier te spelen. Dat wees al op een gedifferentieerde uitvoering die gekenmerkt werd door een poëtische toonvorming. De Scherzi gelden als Chopins meest demonische composities, maar de Spanjaard gaf een vertolking die tegelijk argeloos en kwetsbaar was. Dat was eveneens hoorbaar in de Barcarolle van dezelfde componist: ook hier was de aanpak introvert. Hier was sprake van een boot die zachtjes op het water schommelde. Zijn vertolking klonk oprecht, het leek er soms op alsof je Chopin zelf in zijn studeerkamer betrapte, wat iets heel bekoorlijks had. Als laatste werk van Chopin klonk diens Heroïsche Polonaise opus 53, waarbij de Spanjaard het evenmin zocht in epaterend vertoon. De beruchte linkerhandpassage in octaven klonk bijna licht. De overgang naar de rauwe dramatiek van de Falla’s Fantasia béticawas verrassend. Het klonk direct heel Spaans, maar ook hier toonde de jonge pianist gevoel voor poëzie. Hij is een musicus die goed naar zichzelf luistert en dat leverde breekbare tonen op. Aan het eind bleek de verlegen jongeman niet goed te weten wat hij met het applaus aan moest.

 

 

 

 

Heel snel daarna kwam de tweede prijswinnaar, de Georgiër Giorgi Gigashvili, op. Hij won in 2019 de eerste prijs van de Vigo International Piano Competition. Als eerste speelde hij de 3 Intermezzi opus 117 van Brahms, al evenmin makkelijke stukken om mee te beginnen. Hierbij is het in tegenstelling tot het Tweede scherzo van Chopin juist zaak om de muziek zo teder mogelijk te spelen. Dat ging de pianist uitstekend af, hij wist aan de vleugel de typisch warme Brahms-klank te ontlokken. Ook zijn lezing van Schumanns Kreisleriana was zeer poëtisch, waarbij hij soms tussenstemmen liet uitkomen. Alleen het snelle vijfde deel had naar mijn smaak scherper gearticuleerd gespeeld kunnen worden. Dat deed hij juist weer heel goed in het laatste deel, waarbij hij het eigenaardige tempo soms een beetje liet stokken. Het was mooi hoe hij het contrast met het ‘con forza’ gedeelte bracht.

 

 

 

 

Het tweede concert werd verzorgd door het Orelon Trio dat het afgelopen bij concoursen in Graz, Melbourne en München eerste prijzen in de wacht sleepte. Het begon met het Pianotrio opus 29 van de mij onbekende componiste Dora Pejacevic. Het was echt spijtig dat er op het programma geen toelichting stond, want dat zou deze componiste (uit het programma was niet duidelijk dat het om een vrouw ging, omdat alleen haar achternaam vermeld stond!) zeker verdiend hebben. Zij was een Kroatische violiste en componiste die tussen 1885 en 1923 leefde. Het was al luisterend moeilijk vast te stellen wat voor stijl haar genoemde Pianotrio vertegenwoordigde, Wikipedia houdt het op ‘her compositions were heavily influenced by the expressionist and modernist trends of the time.’ De muziek lag goed in het gehoor, maar was duister van karakter. De musici van het Orelon Trio speelden verfijnd, maar er leek sprake van enige problemen met de balans. De combinatie van piano en strijkers is altijd een lastige wanneer het op balans aankomt en de pianist van het ensemble, Marco Sanna, speelde weliswaar vaardig, maar leek zich steeds in te willen houden, waarschijnlijk uit angst om anders de twee strijkers te overstemmen. In het eerste deel klonk zijn piano niet alleen ingehouden, maar ook gevoileerd. In het tweede en vierde deel durfde hij zich niet helemaal te geven. Er klonken eigenlijk geen fortes, terwijl de muziek daar wel om vroeg. Als tweede werk speelden zij het Pianotrio opus 150 van Amy Beach, een componiste die al evenmin veel bekendheid geniet en over wie je graag meer had willen weten. Het bewuste Trio lag eveneens goed in het gehoor, maar was ook enigszins wijdlopig. Het Orelon Trio speelde wederom verfijnd, maar hetzelfde probleem qua balans was hoorbaar: de pianist nam maar zelden het voortouw en veel klonk in dezelfde dynamiek. Als laatste stond een merkwaardige transcriptie (het programma vermeldde niet van wie) van Liszts Tweede Hongaarse Rapsodie voor piano vierhandig, viool en cello. Daarbij kreeg het trio versterking van pianiste Yukine Kuroki. Haar aanwezigheid (ze speelde de primo partij) zorgde voor een wat dynamischer uitvoering.

 

 

 

 

Het laatste concert werd gegeven door de drie prijswinnaars van Liszt Utrecht 2022. Daarbij was het overigens aantrekkelijk dat hun programma’s niet uitsluitend uit muziek van Liszt bestonden. Hoewel hij binnen zijn enorme oeuvre voor piano veel verschillende composities geschreven heeft, kunnen drie recitals met uitsluitend Liszt voor luisteraars op den duur wat ‘vermoeiend’ werken. Door de extraverte virtuositeit waaraan zijn muziek rijk is, ligt dat gevaar altijd een beetje op de loer. Het was daarom plezierig dat tweede prijswinnaar, de Amerikaan Derek Wang, begon met Mozarts Rondo in A KV 511. Dit is een van zijn mooiste stukken voor piano solo, maar Wang speelde het nogal nuchter met een ietwat scherpe klank. Daarna volgde Schumanns Tweede sonate in G opus 22. Het eerste deel, so rasch wie möglich, klonk niet zo koortsachtig als je het soms hoort. Het goede was dat zijn vertolking daardoor niet kortademig overkwam, eerder gematigd. Zijn benadering was liefdevol, wat ook duidelijk werd in het Andantino. Bij het Rondo presto werd wederom hoorbaar dat Wang kennelijk meer affiniteit met de introspectieve Schumann heeft. Hij had geen moeite met de laatste bladzijden, waar Schumann ironisch genoeg ‘noch schneller’ voorschrijft, terwijl hij eerder in dat deel als tempoaanduiding ‘so schnell wie moeglich’ vraagt…. Met Liszts Harmonies du soir had hij eveneens affiniteit.

 

 

 

 

Yeon-Min Park won onder meer de Publieksprijs en wijdde als enige haar hele programma aan Liszt. Bij Die Zelle in Nonnenwerth droeg zij de muziek echt voor: ze speelde met stiltes en legde geheimzinnigheid in haar interpretatie. Daarna deed zij haar schoenen met hoge hakken uit om zo kennelijk beter voorbereid te zijn op het virtuoze werk. Met de Tweede Ballade en vooral met de Eerste Mefistowals liet zij zien dat zij daar uitstekend tegen opgewassen was. Haar vertolkingen waren diabolisch, maar ook beheerst en je begrijpt dat ze hoge ogen gooit bij concoursen. Zij kwam zelfs bijna ongeschonden uit de beruchte octaafsprongen in de Mefistowals.

 

 

 

 

Eerste Prijswinnaar Yukine Kuroki sloot de middag af en begon met Mendelssohns Schotse Fantasie. In dit prachtige stuk dat helaas maar zelden bij recitals klinkt wist zij mooi het ‘Sturm und Drang’- gehalte te leggen. Zij staat technisch boven de materie en dat bewees ze ook in de rest van haar programma. Daarnaast benadert ze de muziek vaak op vocale wijze, in de Sonnetto del Petrarca no 47 liet zij de melodie zingen. Indrukwekkend was ook hoe zij Rachmaninovs transcriptie van het Scherzo uit Midzomernachtsdroom van Mendelssohn speelde. Dit is een van de meest verraderlijke bewerkingen die er bestaan: alles klinkt subtiel en luchtig, maar de pianist moet binnen korte tijd een enorme hoeveelheid noten spelen. Hoe dan ook, het is zo’n stuk dat altijd een glimlach op je gezicht tovert! Zij sloot af met vier delen uit Tchaikovsi’s Notenkraker in de bewerking voor piano van de geniale musicus Mikhail Pletnev, die als dirigent en pianist natuurlijk als geen ander weet hoe je orkestrale muziek naar de piano vertaalt. Daarbij vraagt hij terloops om hoogstandjes. In het Intermezzo liet Kuroki horen dat haar toucher ook in orkestrale uitbarstingen rond blijft. Bij Trepakhad ze geen moeite met de technische eisen. Het publiek barstte in een voortijdig applaus uit en vriendelijk als ze is stond ze direct op om te buigen! Bij de Chinese Dans moest ze tegelijk sprongen met beide handen maken over het gehele toetsenbord, maar dat ging haar goed af. Bij het Andante maestoso frappeerde nogmaals haar vocale benadering van de muziek en bleek dat het haar er nooit om gaat om te epateren.

 

 

 

 

Dat leek het einde van de middag te worden, maar er volgde nog een toegift: een Mars van Liszt voor piano zeshandig, gespeeld door Wang, Park en Kuroki. Het was een hilarisch gebeuren, want alleen de middelste pianiste bleef zitten (Park), terwijl de andere twee van plaats wisselden.

Willem Boone

 

Info:

https://www.tivolivredenburg.nl

You May Also Like

Hannes Minnaar en Jan-Peter de Graaff schitteren in Luthéalconcert

Vilde Frang indrukwekkend in Eerste Vioolconcert van Sjostakovitsj

Ella van Poucke en Stephen Waarts lanceren nieuwe kamermuziekserie in De Duif

Hélène Grimaud: vaardig maar niet altijd verfijnd spel