RPHO op dreef met rasverteller Sarastre

RPHO OP DREEF MET RASVERTELLER SARASTE

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest opende gisteren het over meerdere seizoenen verspreide Sibelius-festival met een spannend pleidooi voor de Eerste symfonie. Een werk dat soms zowel ver de twintigste eeuw in blikt als terugziet op de voorbije negentiende. Tsjaikovski en Wagner zijn nadrukkelijk aanwezig, maar eveneens manifesteert zich Sibelius‘ eigen idioom, met baslijnen die traag en onverzettelijk onder de melodische oppervlakte schuiven als de op drift geslagen ijsschotsen van een groot meer.

Dirigent Jukka-Pekka Saraste toonde zijn grip op de elementen. Zijn slag, die bijna voortdurend ruimschoots voor ligt op het orkest is met name ideaal voor het toch al imposante Rotterdamse koper, dat daardoor voldoende voorbereidingstijd krijgt voor de vaak aanzienlijke fysieke inspanning die van de bespelers wordt gevergd. Aangezien Sibelius‘ symfonieën stevig steunen op de koperblazers, heeft Saraste alleen daardoor een massief bindend element bij de kop. Een andere kracht die de Finse dirigent liet zien, was zijn overtuigende kijk op de opbouw en samenhang van de tempo‘s. Uitermate effectief was een langzaam opgezet accellerando waarmee de soms wat fragmentarisch overkomende doorwerking van het eerste deel aan een stuk werd geregen. Sterk was ook de Finale waar Saraste de voet stevig, maar behoedzaam op het gaspedaal hield. Ook hier schitterde het koper. De contrabassen grepen flink in de snaren, maar de celli hadden daar tegenover (misschien ook qua aantal) iets meer body mogen hebben. Toch werd er nergens minder dan hartstochtelijk gespeeld en het publiek beantwoordde die verve met een ovationeel applaus.

Dat een symfonische lezing van Finlandia bij de opening van het concert – met een al even machtige kopersectie – ook op bijval kon rekenen viel te verwachten, maar het succes dat solist Pekka Kuusisto – Musician oogstte met een complete vertolking van Sibelius’ nauwelijks bekende Humoreskes voor viool en orkest was verrassend. In tegenstelling tot de beide andere opussen, zijn deze werken juist uitermate subtiel georkestreerd. Waar in de andere werken stormen razen, zeeën zuchten en wouden steunen, kwinkeleren hier vogels en schitteren dauwdruppels op de velden. Kuusisto, die voorafgaand aan het concert Sibelius’ kamermuziek in een folkloristische context plaatste en achteraf eigentijds improviseerde met de Rune zangeres Ilona Korhonen, wist wel raad met die ongrijpbare finesse. Saraste leverde uitstekend tegenspel met het orkest. Toch hadden hier de timing, dynamische afstemming en uiterste gelijkheid net iets verder opgeschroefd mogen worden om werkelijk het onderste uit de kan te halen. Desalniettemin toonde iedereen zich verheugd om deze muziek ‘live’ te mogen ontdekken. Kuusisto gaf een folkloristische toegift, waarmee hij duidelijk relatie tussen de Humoresken en de Finse volksmuziek legde.

Zondagmiddag vervolgt het festival met vooraf een liedrecital door Helena Juntunen en daarna vertolkingen van de Derde en Vierde symfonie. Met name de Vierde hoor je weinig live en datzelfde geldt helaas ook voor Sibelius‘ prachtige liederen. Met Jukka-Pekka Saraste staat er bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest in ieder geval een rasverteller op de bok. Reden genoeg om op zondag de kans te grijpen en deze concerten te bezoeken.

Elger Niels

You May Also Like

Fonkelende Brahms in de

Tijdreis door het blokfluitrepertoire

Toewijding, Onbaatzuchtigheid & Integriteit

Lucas & Arthur Jussen slechtten de anderhalve meter in Het Concertgebouw