Satomi Chihara: smaakvol spel in stijlvolle omgeving 

 

 

Gehoord: Waalse Kerk, Amsterdam, 25 februari 2023 

Door Willem Boone

 

Satomi Chikara was de laatste student die bij Willem Brons aan het Conservatorium van Amsterdam afstudeerde en zij was nu als eerste door haar leermeester in een serie van drie recitals uitgekozen om in de Waalse Kerk in Amsterdam op te treden. Bij zo’n gelegenheid is het interessant om als toehoorder te kijken of je de hand van de meester herkent. Welnu, dat was in dit geval niet moeilijk: allereerst speelde zij grotendeels repertoire dat Brons zelf vaak uitvoert. Je zou het ‘serieus’ repertoire kunnen noemen of in elk geval stukken met een duidelijke, vaak monumentale opbouw. Brons sprak voorafgaand aan het concert van ‘een conservatief programma’ al vroeg hij zich direct daarna af ‘hoeveel mensen deze stukken nu echt goed kennen’.

Je weet natuurlijk nooit hoe deskundig een publiek is, maar er is een behoorlijk grote kans dat men in elk geval de Sonate nr. 31 in AS op. 110 van Beethoven en Prélude, Choral et Fugue van Franck kent, want beide stukken behoren tot de canon van het pianorepertoire. Dat geldt uiteraard ook voor de Partita’s van Bach, al zal niet iedereen elke afzonderlijke Partita even goed kennen.

 

 

Ook in Chikara’s interpretaties was de invloed van haar leraar merkbaar: zij speelde met dezelfde toewijding. De Vierde partita van Bach vormde in meer dan een opzicht een stralend begin van dit recital: niet alleen door het karakter van de muziek, maar ook door de zon die op dat moment naar binnen scheen. Door het religieuze karakter dat je vaak met Bachsmuziek associeert, voegt het een extra dimensie toe om zijn muziek in een kerk te horen. Chikara viel direct op door haar heldere stemvoering en haar manier van spelen was het best met ‘kalm’ te karakteriseren. Bijzonder prettig waren haar rustige tempi, ze nam de tijd om te fraseren. Het was hoogstens jammer dat ze geen herhalingen speelde, want dan had de betovering van de Allemande nog langer geduurd. Het werd duidelijk dat zij het Bach-spel niet van een vreemde geleerd heeft. In de Gigue had zij veel aandacht voor alle stemmen, misschien had het iets feller mogen klinken. 

Het ‘ronde’ toucher waarmee zij Bach speelde, paste ook goed bij de voorlaatste sonate van Beethoven. Dat was inderdaad cantabile aan het begin. Verder klonk ook hier dezelfde zorgvuldigheid in haar spel door. Ik vroeg mij alleen af of haar tempo voor het derde deel, het Arioso dolente –het emotionele zwaartepunt van deze sonate – niet wat aan de snelle kant was. De term ‘dolente’ geeft niet per definitie een aanwijzing voor het tempo waarmee het uitgevoerd moet worden (de Nederlandse betekenis van dit woord is ‘verdrietig’, ‘treurig’, ‘rouwig’), maar je verwacht dan eerder een langzaam dan een redelijk vlot tempo. Deze ontroerende muziek doet aan een gebed denken of –zoals de pianist Stephen Kovacevich ooit zei – aan iemand die weet dat hij gaat sterven: dat roept gedachten op aan iemand die terugkijkt. In de fuga imponeerde dezelfde heldere stemvoering als in Bach. 

Chihara had kennelijk goed over haar programma nagedacht, want de pauze vormde een duidelijke scheidslijn. Ervoor klonk Duitse, zo je wilt ‘strenge’ muziek, erna Franse muziek waarin de gemoederen af en toe hoog opliepen. Brons richtte zich na de pauze nog kort tot het publiek: zoals hij dat als geen ander kan, vertelde hij dat de overeenkomst tussen de 13e Nocturne van Fauré en Prélude, Choral et Fugue van Franck de toonaard van B-klein was, die voor ‘duisternis’ staat. Verder vertelde hij dat Fauré de Nocturne in zijn laatste levensjaar gecomponeerd had en dat hij toen vooral beklemmende muziek schreef. Het stuk van Franck begint weliswaar duister, maar ‘het komt goed in het stralende slot’, aldus Brons. De pianiste had gevraagd om tussen beide composities niet te klappen, omdat ze van mening was dat ze elkaar op een bepaalde manier aantrokken. 

 

 

Over de 13e Nocturne zei Brons ook dat deze nooit gespeeld wordt, omdat ze als ‘ontoegankelijk’ beschouwd wordt. Misschien was het stuk niet direct ‘duister’ van karakter, maar er sprak zeker onrust uit. Het is, zoals met de meeste stukken uit de laatste scheppingsperiode van Fauré, muziek die niet makkelijk aanspreekt, niet in de laatste plaats doordat de componist harmonisch zeer vrij is. Als luisteraar krijg je het gevoel dat de muziek ‘alle kanten op meandert’. Het was bewonderenswaardig dat Chihara ook dit stuk uit haar hoofd speelde, het moet bepaald niet eenvoudig zijn om deze muziek uit je hoofd te leren. De overgang naar Franck was mooi en hierin was het spel van de pianiste vrijer dan voor de pauze, wat ongetwijfeld met het heftiger karakter van deze muziek te maken heeft. Zij zette de Prélude stevig in en greep ook in de Choral in de toetsen. In de Fuguefrappeerde wederom de heldere stemvoering. Mooi was vooral de manier waarop zij de ‘golven’ speelde na het hoogtepunt waar Franck in de fugue naartoe werkt. Daaraan kan je altijd goed horen hoe een pianist fraseert. Zo kwam dit recital tot een overtuigend slot. De pianiste speelde nog een korte toegift, die zo te horen ook Frans van karakter was en waarmee ze haar concert in stijl afsloot.

Willem Boone

 

 Info:

 

https://dewaalsekerk.nl/agenda/

 

You May Also Like

Pianist/dirigent Shani in dubbelrol in Prokofiev: muzikaal huzarenstukje van de hoogste orde

Top-amateurorkesten in Concertgebouw

Mäkelä en Lozakovich spelen Dubbelconcert van Brahms als kamermuziek

Philzuid brengt beschaafde Beethoven