Severin von Eckardstein speelt indrukwekkend recital in de Waalse Kerk

 

Gehoord: 16/11, Bösendorfer Series, Waalse kerk, Amsterdam

Door Wenneke Savenije

 

Zeven weken geleden werd Severin von Eckardstein vader van een zoon, maar tijdens zijn recital in de Bösendorfer Series in de Waalse Kerk in Amsterdam straalde hij de eenzaamheid uit van Casper David Friedrichs Der Wanderer über dem Nebelmeer, een schilderij dat vaak gebruikt wordt om cd booklets of programmaboekjes te illustreren waarin werken van Schubert, met name de Winterreise, worden besproken. Een dolende wandelaar bekijkt vanaf een rotspunt het nevelige landschap beneden hem en je weet niet helemaal zeker of hij ervan af zal springen, of zijn tocht zal vervolgen. Kijken we naar de laatste momenten van een onvoltooid leven, of doet de man juist krachten op in de natuur en zal hij zijn weg vervolgen tot de laatste snik. Het zou Schubert (1797-1828) zelf kunnen zijn, die dolend door verlaten landschappen inspiratie opdeed voor zijn poëtische muziek, die pas na zijn dood de wereld zou veroveren. Maar het zou ook een portret van Von Eckardstein zelf kunnen zijn, die zichzelf volledig geïdentificeerd heeft met de ‘zielstaal’ van de muziek en daar zo in opgaat, dat alles waar mensen zich druk over maken hem niet zo erg lijkt bezig te houden.

 

 

 

 

Schubert, de grootste ‘klankdichter’ onder de vroeg-romantici werd niet ouder dan 31 jaar en liet bij zijn dood verschillende onvoltooide werken na, waaronder zijn beroemde symfonie ‘Unvolendete’. Ook zijn Sonate in f D 625 uit 1818 bleef onvoltooid, samen met andere pianosonates uit 1817-1819, een periode waarin Schubert worstelde met de invloed van zijn grote held Beethoven. Het expressieve openingsdeel bleef onvoltooid vanaf de recapitulatie, maar o.a. Paul Badura Skoda voltooide het stuk in de geest van Schubert. Uit lieflijke en weemoedige passages doemen demonen op, die de luisteraar mee willen lokken naar de duisternis, maar dat liet Von Eckardstein net niet gebeuren. Bijna afstandelijk en daarom juist zo ontroerend verklankte hij de helder en genuanceerd de existentiële spanning tussen lyriek en dramatiek, gevolgd door de verstilde ongenaakbaarheid van het Adagio. In het turbulente Scherzo en de wervelende finale, waarvan in de linkerhand 69 maten ontbreken, nam Von Eckardstein als een soliede gids het publiek mee op een wandeling door een ruig en soms onbegaanbaar landschap. Dat leverde intense en soms ongemakkelijke ervaringen op, want de Sonate in f behoort niet tot Schuberts meest evenwichtige werken, al smeedde Von Eckardstein het stuk vol toewijding tot een overtuigend geheel.

 

 

 

 

Daarna beklom Von Eckardstein hoge bergen in zijn bewonderenswaardige eigen bewerking van Tod und Verklärung van Richard Strauss, een symfonisch gedicht dat de pas 25-jarige componist schreef toen hij ernstig ziek was. Er heerst dan ook een koortsachtige sfeer in dit megalomane en heroïsche werk, waarover Von Eckardstein zegt: ‘Het stuk is donker en tragisch, dat zijn elementen die me bijzonder aanspreken.’ Met zijn intelligente transcriptie voor pianosolo hypnotiseerde Von Eckardstein het publiek in de warme, charmante ruimte van de Waalse Kerk, die echter nauwelijks bleek opgewassen tegen dit apocalyptische werk waarin niet alleen het woeste landschap maar ook het hele scala aan menselijke emoties de revue passeert. Von Eckardstein, vertrouwd met Steinways in grote zalen, worstelde met name in het middenregister een beetje met de indringende klanken die hij aan de vleugel wilde ontlokken, maar in de laagte en de hoogte sublimeerde het instrument juist zijn muzikale bedoelingen. Had de pianist zijn stuk in een grotere zaal kunnen spelen, dan was dat Strauss en zijn transcriptie zeker ten goede gekomen, want wat nu klonk was in al zijn dynamiek en kleurrijke heftigheid af en toe eigenlijk een beetje too much voor de intieme Waalse Kerk. De roofvogels vlogen niet hoog boven de besneeuwde bergtoppen in de ijle blauwe lucht maar vlogen je als het ware om de oren, waardoor de beoogde expansie van vorm, klank en inhoud niet optimaal kon uitdijen zoals Von Eckardstein voor ogen stond. En toch klonk Strauss fascinerend, ontwapenend, verpletterend en kwetsbaar in zijn ruige levensdrift, wanhoop en kracht.

 

 

 

 

Na de pauze betoonde Von Eckardstein zich een ware meester in stemvoering, toonvorming en balans in zowel The Muse op. 31 nr. 1 (arrangement Earl Wild) van Rachmaninoff als de enigszins groteske Fairy Tale van Medtner, een componist waarvoor Von Eckardstein het al jaren opneemt sinds hij hem voor het eerst ontdekte: ‘Wat ik hoorde was een diepe romantische wereld, met een mozaïek van kleuren die ik niet eerder had gehoord.’ Diepgang en een exquis palet aan betoverende kleurschakeringen kwamen ook tot uiting in Von Eckardsteins wonderschone vertolking van de Complete Impromptus van Chopin, waarin de pianist zijn hang naar demonische werelden inruilde voor het teder, sensitief en soms fel en hartstochtelijk bezingen van een rijk scala aan menselijke emoties. Chopin klonk prachtig door Von Eckardsteins pure en integere ‘verhaallijnen’, waarbij hij zijn bewonderenswaardige virtuositeit volkomen onder geschikt maakte aan de muzikale betekenis van de Impromptus. Bij wijze van toegift eerde Van Eckardstein de onlangs overleden intendant van het Klavier Festival Ruhr, Franz Xaver Ohnesorg, met een uiterst fijngevoelige en bewogen resonerende vertolking van Chopins Nocturne nr. 11 in c, die diepe indruk maakte op alle aanwezigen.  

Wenneke Savenije

 

 

Info:

https://www.klassiekemuziek.nl/bosendorfer

You May Also Like

Hannes Minnaar en Jan-Peter de Graaff schitteren in Luthéalconcert

Vilde Frang indrukwekkend in Eerste Vioolconcert van Sjostakovitsj

Ella van Poucke en Stephen Waarts lanceren nieuwe kamermuziekserie in De Duif

Hélène Grimaud: vaardig maar niet altijd verfijnd spel