Sokolov: overtuigend in Purcell op piano

 

Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 4 juni 2023

Door Willem Boone & Wenneke Savenije

 

Grigory Sokolov is een ontzagwekkend pianist in een heel breed repertoire, maar misschien is hij wel op zijn best wanneer hij muziek speelt die oorspronkelijk helemaal niet voor zijn instrument, maar voor het klavecimbel geschreven is. Daarin speelt hij namelijk iets klaar wat aan het onmogelijke grenst: hij speelt ‘echt’ piano, zonder zich daarbij te hoeven forceren op dat grote zwarte ‘bakbeest’ dat de Steinway eigenlijk is. Dat is een alles behalve gemakkelijke opgave: klavecimbelmuziek op een vleugel kan ook precieus of te ingehouden klinken. Daar is bij Sokolov geen sprake van: hij bewees al eerder tijdens recitals dat hij uitstekend met de muziek van Rameau, Froberger, Couperin en Byrd overweg kan. De muziek van Purcell vormde daar geen uitzondering op en alleen de eerste minuten van het recital waren al exemplarisch voor wat er nog ging volgen: de pianist speelde glashelder en wist zijn toon tot in de uiterste hoeken van de Grote Zaal te projecteren. Zijn spel klonk natuurlijk en hoewel hij in een redelijk grote ruimte speelde, wist hij tegelijkertijd een sfeer van intimiteit te creëren. Pianisten, om het even of het professionals of amateurs zijn, kunnen zich blijven verbazen over de manier waarop de Russische pianist trillers in barokmuziek speelt: helder en soms met wel vier vingers tegelijk! Ondertussen ontkende hij niet het karakter van zijn instrument en gebruikte hij het rechterpedaal.

 

 

 

 

Het was een verrassing om klaviermuziek van Purcell te horen spelen, omdat je deze maar uiterst zelden in een concertzaal hoort, ook niet op klavecimbel trouwens. De pianist had ervoor gekozen om de diverse composities zonder onderbreking te spelen, wat er op een bepaald moment voor zorgde dat je als luisteraar niet precies meer wist welk stuk hij uitvoerde. Dat kwam misschien ook door het feit dat de muziek stilistisch niet heel erg verschillend was, waardoor een beetje het idee van een trance ontstond. Het toucher van Sokolov was zo magisch en de muziek straalde in zijn visie zo’n rust uit dat je je als luisteraar maar wat graag mee liet voeren. Als gezegd, de klavecimbelmuziek van Purcell hoor je nauwelijks in concerten en op cd-opnames en de enige bekende ‘deun’ was het thema dat Benjamin Britten later in zijn Young persons guide to the orchestra gebruikte. Bij alle bewondering die je voor deze musicus kunt hebben, valt wel eens op dat hij sommige muziek erg nadrukkelijk speelt. Dat heeft niets met leeftijd of een teruglopende techniek te maken, want Sokolov kan op de piano doen wat hij wil en in ieder gewenst tempo. Kennelijk is het een doordachte visie op de muziek die hij speelt. Gisteravond bleek daar echter niets van en speelde hij alle stukken voor de pauze (en trouwens ook die van Mozart na de pauze) in ‘normale’ tempi. Dat maakt het wel zo interessant om naar zijn concerten te gaan, omdat je, zoals dat bij romantische meesters als Cherkassky en Horowitz, nooit precies weet wat je kunt verwachten. Het zorgt er alleen maar voor dat de magie tijdens zijn recitals nog groter is.

 

 

 

 

Hoewel Mozarts om en nabij de 19 Pianosonates vermoedelijk vaker op de muziekschool en het conservatorium klinken dan in de concertzaal, zijn het over het over het algemeen juweeltjes waar van alles aan te ontdekken valt. Mits goed gespeeld. Sommige delen doen denken aan mini-opera’s of zelfs symfonieën, andere hebben de allure van een pianoconcert. Sokolov koos voor de Sonate nr. 13 in Bes KV 444 uit 1783, waarvan de melodieën verwantschap vertonen met de muziek van Johann Christian Bach, de jongste zoon van Johann Sebastian Bach, wiens contrapuntische werken Mozart bij Baron van Swieten had leren kennen. Het is een van de meer complexePianosonates van Mozart, die pas optimaal tot zijn recht komt wanneer de uitvoerder over een uitmuntende techniek, integere muzikaliteit en een rijke verbeeldingskracht beschikt. Dat Sokolov als oppermeester onder de grote pianisten al per definitie ver boven de materie uitstijgt, behoeft geen betoog. Hij speelde Mozarts Sonate in Bes compleet met alle herhalingen met heilige toewijding en een ragfijne toonvorming, sprankelend in de hoekdelen en organisch zingend in het wonderschone Andante Cantabile. Daarop volgde een indringende uitvoering van Mozarts Andante in b, KV 540, een duister stuk van slechts 57 maten, waarin Mozart de verklanking van diep doorleefde treurigheid laat eindigen in een verlossend majeurakkoord, dat uitzicht biedt op het leven gevende licht van de zon.

Willem Boone &  Wenneke Savenije

 

Info:

www.concertgebouw.nl

You May Also Like

Een korte impressie van de Dag van de Franse barok

Hamelin: onopvallende pianoreus

Surinaamse opera uit 1906 herklinkt in uitverkocht Concertgebouw

Een piano, contrabas, blokfluiten en een wedstrijd: Alba Rosa Viva!