Succesvolle Jubileum Editie Delft Chamber Music Festival

Gehoord: Maro 5/8 Lijm & Cultuur, Viola! 6/8 Vander Mandelazaal, Die Sieben Letzte Worte 6/8 Schuilkerk Bagijnhof, Ode aan Mendelssohn Van der Mandelezaal 7/8 Delft

‘Dit is wat ik denk dat kunst is en wat ik ervan verlang: dat het iedereen naar binnen trekt, dat het de meest intieme gedachtes en gevoelens van een persoon toont, dat het het raam van de ziel opengooit.’ Gevleugelde woorden van Felix Mendelssohn- Bartholdy (1809-1847), die afgedrukt op een ansichtkaart op alle stoeltjes van de Van der Mandelzaal in Museum Prinsenhof lagen te wachten op de bezoekers van het slotconcert – Ode aan Mendelssohn – van de 25e editie van het Delft Chamber Music Festival. Ze hadden ook uit de mond van de nieuwe artistieke directeur Nino Gvetadze kunnen komen die, als waardige opvolger van Isabelle van Keulen en Liza Ferschtman, zichzelf tussen 27 juli en 7 augustus heeft bewezen door een fantastisch festival neer te zetten. Met een wat losser thema dan we gewend waren van Ferschtman – die graag op zoek ging naar zaken als het DNA van de muziek, Muziek en Tijd, Waarheid in de muziek en de Liefde in de muziek – gaf de geboren ‘festival moeder’ Gvetadze zichzelf en de uitgenodigde musici binnen het thema Mensen en Verhalen alle ruimte om kleurrijke, gevarieerde, levendige en kwalitatief hoogstaande programma’s neer te zetten. Bekende meesterwerken werden afgewisseld met prachtige werken uit de schatkist van vaak ten onterechte vergeten, verwaarloosde of genegeerde componisten als de Hongaar Ernő Dohnányi (1877-1960), de fascinerende Franse componiste Augusta Holmès (1847-1903) en de Georgische pianist en componist Nodar Gabunia (1933-2000). Enige minpuntje was misschien dat er wel erg weinig musici uit Nederland in de programmering zaten, maar musici spelen nu eenmaal graag kamermuziek met vrienden, dus de focus lag op Oost Europa.

 

Er waren ook nieuwe producties, waaronder het met geprojecteerde beelden opgeluisterde Wonderland, een betoverende aaneenschakeling van korte ‘muzieksprookjes’, en Maro, een multidisciplinaire voorstelling over het jonge Georgische meisje Maro Makashvili, die dol was op literatuur, muziek en theater. Ze wilde in Parijs gaan studeren en een onafhankelijke vrouw worden, maar aan haar dromen kwam een einde toen het Russische Rode Leger in 1921 Tbilisi binnenviel. Maro bood zich aan als verpleegster en werd met het Georgische regiment naar de buitenwijken van Tbilisi gestuurd. Twee dagen later werd ze gedood door granaatsplinters. Het dagboek dat Maro bijhield werd later als boek gepubliceerd. In Georgië wordt Maro Makashvili vereerd als de eerste vrouwelijke nationale held, die met haar hart vol patriottistische gevoelens streefde naar de volledige vrijheid en onafhankelijkheid van haar vaderland. Ze heeft er een beetje de status van Jeanne d’Arc en ze wordt ook wel eens de Georgische Anne Frank genoemd. In 2021 verscheen er een Maro-postzegel in het door de Russen belaagde Georgië en in Gudiashvili-straat in Tbilisi is een park naar haar vernoemd.

 

 

Haar verhaal zit in het collectieve geheugen van Georgië. En dat is dan vermoedelijk ook de reden dat de Georgische librettiste Salome Benidze het overbodig vond om in haar teksten voor Maro, een monodrama voor mezzosopraan, strijkkwartet en piano, het feitelijke verhaal te vertellen. Ze zoekt het meer in poëtische beschrijvingen van de emoties die door Maro heengegaan moeten zijn, bijvoorbeeld als de granaatscherf haar treft (een gegeven wat je niet direct kunt opmaken uit het verhaal on stage, dat soms wordt geïllustreerd met op een scherm geprojecteerde teksten in het oeroude Georgische schrift, waar het voor insiders mogelijk wel te lezen staat): ‘Wat een vreemde droefheid overvalt me. Geen zonnestraal nog te bespeuren, andere wegen en paden liggen voor me. Huil maar niet om mij, mama! Mijn stoute dromen zijn vervlogen mijn kleurenpalet is verbleekt. Ik had Georgië zo lief, zoals jij me geleerd hebt, papa! De oneindigheid roept me, het licht van de hemel is nabij. Volkomen andere tijden wachten me. Gedenk mij, thuisfront!’ Wie van tevoren al over het levensverhaal van Maro had gelezen, kon de verhulde gebeurtenissen in deze sfeervolle voorstelling zeker volgen, maar wie er blanco inviel moet zich soms afgevraagd hebben: waar gaat dit allemaal over? Daar stond dan weer veel sfeer, poëzie en betovering tegenover, niet in de laatste plaats door de intrigerende, sobere, eigenzinnige en ‘romantische’ animaties van Thomas Beijer, die ook de fascinerend expressieve, melancholieke en evocatieve muziek bij deze voorstelling heeft geschreven voor mezzosopraan, strijkkwartet en piano. Zangeres Nana Dzidziguri, die qua uiterlijk wel een beetje lijkt op Maro, het Meccore String Quartet en Nino Gvetadze gingen helemaal op in het verhaal van de muziek, de beelden, de teksten en ‘hun’ dappere heldin Maro, zodat je erdoor geraakt werd, soms zonder precies te weten waarom precies. De sober geënsceneerde voorstelling trok voorbij als een droevige droom.

 

 

Een dag later werd in het programma Viola! altviolist Vladimir Mendelssohn herdacht, die een jaar geleden overleed, kort voordat hij op het Delft Chamber Music Festival zou komen spelen. Zijn lievelingswerk, het Forellenkwintet in A D. 667 van Schubert, werd ter ere van hem met veel inzet en passie uitgevoerd door musici die allemaal les hadden gehad van deze bijzondere musicus en pedagoog. Daarna weerklonk een geweldig Vladimir Mendelssohn-arrangement voor pianosextet van Tjsaikofski’s Fantasie-Ouverture: Romeo en Julia, gevolgd door een doorleefde uitvoering van zijn lievelingswerk: Marietta’s Lied uit Die tot Stadt op. 12 van Korngold, met mezzosopraan Nana Dzidziguri in de hoofdrol. Wie nog meer wilde horen begaf zich vervolgens naar de Schuilkerk aan het Bagijnhof om te luisteren naar Haydns magistrale Die sieben letzten Worte voor strijkkwartet, waarvoor de componist destijds door zijn opdrachtgever, de priester Don José Sáenz de Santa Maria, werd beloond met een cake gevuld met gouden munten. De uitvoering ervan was met name door het wat stugge en starre spel van de primarius van het Meccore String Quartet, die duidelijk uit was op een ‘authentieke’ uitvoering zonder daar helemaal achter te staan, niet echt geweldig omdat het ontbrak aan levendige contrastwerking, spirituele vrijheid en een werkelijk mooie samenklank. Dat lag zeker niet aan de cellist en de altist van het kwartet, want die wisten op veel gewijde momenten met levendig en fantasierijk spel juist wel de goede snaar te raken.

 

 

Op het slotconcert werd een uitbundige ode aan de geniale, briljante, veelzijdige en inspirerende Mendelssohn gebracht, die als wonderkind niet onderdeed voor Mozart. Van hem stonden de relatief onbekende Variations concertante voor cello en piano, het beroemde Tweede pianotrio – geweldig opgezweept door de markante pianiste Tamara Licheli-   zijn zelden uitgevoerde Strijksextet in D op. 110 en zijn elegante bewerking voor viool en piano van Bachs Chaconne in d voor viool solo op het programma. Violiste Frederike Saeijs, die tegenwoordig in Madrid woont maar vaak samen met Gvetadze kamermuziek speelt, verklankte Mendelssohns versie van de Chaconne met indrukwekkende power, indringend en bevlogen, technisch smetteloos en vol emotionele zeggingskracht. Het klonk adembenemend mooi. Ook de andere werken op het slotconcert werden uitstekend gespeeld, met elegantie, elan, esprit en vaart in de geest van Mendelssohn. Gvetadze heeft niet alleen geweldige musici naar Delft gehaald, ook als pianiste verdient ze alle lof vanwege de soepele, charmante en muzikale manier waarop ze in veel programma’s steeds weer opdook achter de Steinway van Maene, om met flair te doen waar ze steengoed in is: muziek maken en harten openen.

Wenneke Savenije

Foto’s Maro: Melle Meivogel

 

 

Steun De Nieuwe Muze! Lees ons, volg ons, like ons en neem een abonnement met zomerkorting op www.denieuwemuze.nl.

You May Also Like

Liedcyclus/kameropera ‘gereconstrueerde’ brieven vriendin Piet Mondriaan overtuigt in iedere noot en letter

Het Barre Land prikkelt de zintuigen en stemt tot nadenken

Paul Lewis: fraai in Schubert en verrassend in Debussy

Topviolist Maxim Vengerov strooit met sterrenstof in De Doelen