Succesvolle mini-editie van Winteravonden aan de Amstel

Gehoord: 13/12, 11.00 uur, Hermitage Amsterdam

En alweer zit het muziekleven op slot en worden vooral de zzp-ers onder de musici daar de dupe van. Want alle ‘corona proof’ concerten worden weer gecanceld, er valt voorlopig niets te organiseren (behalve dan streaming online, doorgaans gratis) en niets of niemand die je doorbetaalt. Ook de steunmaatregelen zijn lang niet altijd op zelfstandig opererende musici van toepassing, laat staan afdoende. Het afgelopen jaar hebben al veel (jonge) musici zich noodgedwongen laten omscholen. De nieuwe lock down is dus voor een grote groep musici – die zonder uitzondering jarenlang hun hele ziel en zaligheid in hun per definitie veeleisende muziekopleiding hebben gestoken, om daarna voor altijd door te blijven studeren in de hoop deze wereld een beetje mooier te kunnen maken met zo ‘volmaakt’ mogelijk uitgevoerde concerten – de zoveelste ramp in coronatijd. En dat is het ook voor het muziekminnende publiek, want reken maar dat de schade die nu ontstaat nog in geen jaren opgelost zal zijn.

Het riante en veelzijdige aanbod op het gebied van de klassieke muziek zou wel eens voorgoed tot het verleden kunnen gaan behoren. So what? Dan kan iedereen toch online naar streaming gaan zitten kijken en luisteren? Ja. Maar helaas, digitale concerten halen het per definitie niet bij live concerten. Want luisteren naar muziek is communicatie tussen de musicus en zijn gehoor en gèèn consumptie. Via een beeldscherm kunnen musici en publiek niet met elkaar communiceren. Zoom biedt hooguit surrogaat oplossingen, die niet erg overtuigend blijken te werken. Musici missen de geconcentreerde focus en overgave van het publiek, de toehoorders kunnen de muziek niet onder hun huid voelen kruipen, de klanken resoneren niet in de zaal… Zo gaat er te veel verloren, al is het ongelooflijk dapper dat zoveel orkesten, ensembles en musici desondanks online aan de weg blijven timmeren met hun ambachtelijke passie, die veel méér is dan een linkse hobby die de belastingbetaler te veel geld kost. Muziek maakt het leven beter en gelukkiger in veel opzichten, biedt troost en wijsheid, geeft mensen de kans even te ontsnappen aan de aardse kommer en kwel, en blijkt ook op medische terreinen zeer gunstige effecten te hebben. Laten we er zuinig op zijn!

Winteravonden aan de Amstel, het jaarlijks terugkerende meerdaagse muziekfestival van de Russische sopraan Anna Azernikova in de Hermitage in Amsterdam, had ‘geluk’. Door de pandemie al drastisch ingekrompen van de gebruikelijke reeks kamermuziekconcerten tot slechts twee ‘corona proof’ recitals met hetzelfde programma op zondagochtend, konden die nog net voordat Rutte zijn nieuwe maatregelen aankondigde gewoon doorgaan. In de grote zaal zaten 28 gemondkapte bezoekers op ruim anderhalve meter afstand, er stond een weelderig boeket met rode bloemen en er hing een serene sfeer. Het programma begon met een aantal Russische liederen die door Anna Azernikova en de begenadigde pianiste Olga Paschenko expressief en opmerkelijk ontspannen werden vertolkt. Het was ontroerend om te merken hoe de stem van Azernikova dit jaar extra ruimte kreeg om op te bloeien. Immers, geen stress over alle concerten en musici, geen last minute geregel en gedoe zoals dat bij festivals hoort, maar gewoon een goed voorbereid zondagochtendconcert met twee sterren onder de Russische musici die in ons land opereren: Paschenko en violiste Maria Milstein.

Azernikova en Paschenko begonnen met twee liederen van Tsjaikovsky – ‘Ik heb het raam geopend’ op. 63 nr. 2 en ‘Geen woord, oh mijn vriend’ op. 6 nr. 2 op teksten van Plesjejev en K.R. (pseudoniem voor de artistieke groothertog Konstantin Ramonov) – waarin de nostalgie en melancholie hoogtij vieren, terwijl de nachtegalen zingen. Daarna volgde een lied van Rachmaninoff op tekst van Severjanin, waarin de pure schoonheid van de margrieten wordt bezongen, schalks eindigend in ‘O meisjes, sterretjes, ik hou van jullie!’ Dat Medtner een virtuoos pianist was werd duidelijk tijdens het vierde lied Winteravond, gecomponeerd op een bekend gedicht van Poesjkin, die met heimwee terugdenkt aan zijn kinderoppas. Sierlijk liet Paschenko de instrumentale wervelwinden uit de Bechstein rollen, waarop Azernikova met warme stembuigingen de tekst tot de verbeelding liet spreken. Net als Medtner was ook Balakirev, leider van het Machtige Hoopje onder de Russische componisten die nationalisme in de muziek nastreefden, een groot pianist. Hij bewerkte het lied De Leeuwerik van Mikhail Glinka, dat hij ook voor piano solo bewerkte, met een theatraal gevoel voor sfeertekening.

Maar Balakirev leefde zich pas werkelijk uit in zijn beruchte werk voor piano solo: Islamej. Inspiratie voor dit ‘onspeelbare’ pianostuk vond Balakirev toen hij door de Kaukasus reisde, in zijn eigen woorden: ‘…de majestueuze schoonheid van de weelderige natuur daar en de schoonheid van de bewoners die daarmee in harmonie is – al deze zaken tezamen maken een diepe indruk op mij… Sindsdien ben ik steeds meer geïnteresseerd geraakt in de muziek hier, en ik heb kennis gemaakt met een Tsjerkessische prins, die regelmatig bij mij langskwam en op zijn instrument, dat wel iets van een viool weghad, volksmuziek voor mij speelde. Een van die melodieën, genaamd Islamey, een volksdans, beviel me buitengewoon, en gezien de compositie die ik in gedachten had over Tamara begon ik een arrangement te schrijven voor piano. Het tweede thema werd onder mijn aandacht gebracht door een Armeense acteur in Moskou, die van de Krim afkomstig is en hij verzekerde hij mij dat dit thema goed bekend is onder de Tataren’ (Brief aan Reis, 1892). Ook al is het natuurtalent Paschenko klein en blond, innerlijk kan ze vrijelijk beschikken over de woeste energie van de Tataren, blijkens haar fenomenale vertolking van Islamej, waarin ze schijnbaar moeiteloos virtuoze onstuimigheid met zoete liefdeslyriek vermengde en gracieus alle technische capriolen overwon alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Daarna verscheen Maria Milstein ten tonele om samen met Paschenko een ijzersterke interpretatie van Prokofievs Sonate voor viool en piano in D, op. 94 neer te zetten. Dit stuk werd aanvankelijk voor fluit en piano geschreven, maar toen violist David Oistrach in 1944 aanwezig was bij de première ervan raakte hij zo onder de indruk van de vierdelige sonate dat hij Prokofiev vroeg het stuk voor viool en piano te bewerken. Prokofiev stemde toe en maakte daarbij dankbaar gebruik van Oistrachs aanwijzingen. Ook al ontstond het stuk tijdens de oorlogsjaren, toch wist Prokofiev er warmte, hoop en een kwikzilverachtige levenslust en humor in te leggen. Milstein en Paschenko voerden spannende dialogen en speelden de Sonate met veel overtuigingskracht, expressief gefraseerd en genuanceerd tot in de kleinste details, alsof ze daarmee uitdrukking wilden geven aan de gedachte dat muziek in alle omstandigheden, zelfs de aller slechtste, hoop en vreugde kan bieden.

Wenneke Savenije

Steun De Nieuwe Muze. Lees ons, like ons, volg ons of neem een abonnement!

 

You May Also Like

The Armenian Soul

Ruysdael Kwartet overtuigend in Cage, Andriessen en Beethoven

Terugblik op de Cello Biënnale 2020

Voorronde Nationaal Cello Concours mannelijke aangelegenheid