Terugblik op Concertgebouw en Concertgebouworkest in februari

 

Radio-uitzending: zondagmiddag 5 maart via NPO Radio Klassiek, 14.00 uur. Beethovens Vioolconcert door het Concertgebouworkest o.l.v. Paavo Järvi met Lisa Batiasvili, viool

Door Hans Heg

 

Vader & Zoon; Geen Kreisler maar Schnittke; Waar was Clara Schumann? En wie was dat malle mens?

 

Waarom? Daarom! Hoezo? Juist! Etiketten die ik graag bij de hand had gehad na vier concerten die in februari de revue passeerden in Het Concertgebouw. Allereerst bij dat uitmuntende recital van Christoph en Julian Prégardien in de serie Vocaal. Zelfs in dit gerenommeerde (en kritische) milieu baarde hun optreden onder het motto Vater und Sohn enig opzien. Niet alleen door de geraffineerde samenstelling van het programma, ook – en dat is minstens zo belangrijk – door de sublieme wijze waarop de liederen en duetten van Schubert werden gezongen. Soms bijna gedeclameerd. Liedkunst par excellence. Zo vader, zo zoon – subliem.

 

 

 

 

Het lijkt een simpele conclusie maar er ging een wereld aan inzicht en vakmanschap schuil achter dit project. Het Duitse duo heeft er jaren aan gewerkt. Christoph Prégardien is inmiddels achter in de zestig. Zijn stem is wat donkerder geworden, maar zijn vocale mogelijkheden zijn nog altijd toereikend. Heel opmerkelijk: zelfs in de hogere regionen. Zijn minstens zo begaafde zoon staat momenteel op de drempel van een internationale carrière. Samen vormen ze een duo dat je zonder overdrijving ‘uniek’ kunt noemen. Ik durf daarom de stelling aan: Wat Is Beter Dan Drie Tenoren? Twee Tenoren!

 

Pavarotti, Domingo en Carreras veroverden de (opera)wereld indertijd met veel bombarie sinds hun debuut tijdens het WK voetbal in Rome. Niet zonder reden. Ze brachten hun Italiaanse bestsellers met orkest in de open lucht. Stevig versterkt, anders hadden ze hun fans op de achterste rijen nooit kunnen bereiken. De Prégardiens hadden in de Kleine Zaal genoeg aan één vleugel, één pianist, één lessenaar, géén microfoon. En één stoel. Waarop ze om beurten even gingen zitten wanneer de ander solo zong. Julian heel overtuigend in de Sechs Hölderlin-Fragmente, een meesterlijke cyclus van Benjamin Britten. Zijn vader na de pauze in de wat minder boeiende Hölderlin-Lieder: Zweiter Zyklus van de in 2017 overleden Duitse componist Wilhelm Killmayer.

 

 

                                                            Christoph en Julian Prégardien na afloop recital met Elly Ameling

 

Een dag later legde het Concertgebouworkest, zoals gebruikelijk, de lat hoog met een programma (Beethoven en Prokofjev), dat in de week daarna ook in vier andere Europese steden werd gebracht. Van Wenen naar Parijs en voor het eerst Lyon. De Wiener Zeitung reageerde op het concert in het Konzerthaus met een merkwaardige recensie onder een al even curieuze kop: ‘Massvolle Tempi und Beethoven-Wucht’. De aandacht ging vooral uit naar dirigent Paavo Järvi en violiste Lisa Batiashvili. Die in Amsterdam voor een onaangekondigde verrassing had gezorgd door in het Beethovenconcert niet de cadensen van Frits Kreisler te spelen maar iets moderns. Van eigen hand? Na informatie bij het orkest werd mijn vermoeden bevestigd. Er was iets misgegaan in de communicatie tussen de redactie van Preludium (het maandblad cq programmaboek) en het orkest.

 

 

 

 

De Wener Friedrich Kreisler, in 1962 in New York overleden als de beroemde Fritz Kreisler (dankzij heerlijke muzikale bonbons als Liebesleid en Liebesfreud), had Batiasvili bewust ingeruild voor Alfred Schnittke. Niet zo vreemd. Violist Mark Lubotsky was een van haar docenten. Hij was het die Schnittke had gevraagd om andere, eigentijdse cadensen in het Beethovenconcert. Gidon Kremer nam ze ook op zijn repertoire en zorgde in 1983, met Neville Marriner, voor de eerste plaatversie. Een klein schandaal. De verontwaardiging bij sommige Beethovenliefhebbers was echter groot. Dit keer viel me op dat de vaste klanten van het Concertgebouworkest geen kik gaven. Al zal niet iedereen het ‘mooi’ hebben gevonden.

 

En dan nog iets. In de NRC verscheen op 22 februari een boze recensie over het recital van de jonge Roemeens/Duitse bariton Konstantin Krimmel. Onlangs onderscheiden als interessante nieuwkomer, maar dit terzijde. Krimmel zong liederen van Schumann en Brahms. In Preludium kondigde Frits Vliegenhart het concert niettemin als volgt aan: ‘Wie bist du, meine Königin’ – had de titel kunnen zijn van dit programma, waarin de persoon van Clara Schumann-Wieck, impliciet centraal staat, aanbeden als zij werd door Robert Schumann én Johannes Brahms’. Er stond ook een fraai 19de-eeuws portret van Clara bij. Als in een medaillon. Zoiets wekt verwachtingen, maar er werd geen noot van Clara Schumann gezongen. De NRC: ‘Is dat een ode of een trap na?’ Misleiding, discriminatie! Dat kan natuurlijk niet meer in dit inclusieve tijdperk, zal ik maar zeggen.

 

 

 

 

Maar het omgekeerde kan ook gebeuren. En dat overkwam Lorenzo Viotti exact een week later, toen hij met de Zesde van Mahler en de Münchner Philharmoniker aantrad in de Grote Zaal. Viotti is in korte tijd immens populair geworden. Dankzij een uitgekiende campagne van de Opera en vooral het Nederlands Philharmonisch Orkest. Waarin zijn muzikale kwaliteit evenveel aandacht kreeg als zijn fysieke verschijning. Een aantrekkelijke glamourboy, dat is ook wat waard, vinden kennelijk veel muziekliefhebbers. Geef ze eens ongelijk.

 

 

 

 

Maar op die avond in de serie Wereldberoemde Orkesten ging er bijna iets goed fout. Een hysterisch type op de eerste rij ging na Viotti’s inleidende toespraakje meteen uit haar dak. Ook na het eerste deel manifesteerde deze ‘fan’ zich ongeremd (dronken, drugs?). Pas na tussenkomst van een suppoost hield zij zich koest. In de NRC geen woord over dit incident. Alleen een paar opmerkingen over een onrustige zaal. Gelukkig reageerde Trouw wel alert en beschreef precies wat er aan de hand was. Viotti was onaangenaam verrast, het orkest geïrriteerd.

 

Trouw: ‘…een vrouw van middelbare leeftijd stond op, en begon meteen met een kek gilletje voor de maestro te applaudisseren’. En vervolgde met: ‘Wellicht is zo’n enge stalker een uitwas van het zorgvuldig opgebouwde Viotti-merk. Een klassieke maestro als een popidool. Irritant was het zeker, omdat het de zorgvuldig opgebouwde spanning (…) aan gruzelementen sloeg. Een gebiedend gebaar naar achter van de concertmeester bracht de vrouw na het verstilde derde deel bij zinnen en deed haar gelukkig verstommen, een illusie armer waarschijnlijk’.

 

Moraal van dit verhaal: lees altijd meer dan één krant. Ik moest ook even denken aan de vrouw die, vlak voor de oorlog, na een Mahler-uitvoering van het Concertgebouworkest onder Carl Schuricht de zaal uitliep en riep: ’Deutschland über alles, Herr Schuricht!’. Hoewel Schuricht helemaal geen nazi was en getrouwd was met een joodse vrouw. Het incident is met de microfoon vastgelegd en later ook lp en cd terecht gekomen.

 

HANS HEG

You May Also Like

Een korte impressie van de Dag van de Franse barok

Hamelin: onopvallende pianoreus

Surinaamse opera uit 1906 herklinkt in uitverkocht Concertgebouw

Een piano, contrabas, blokfluiten en een wedstrijd: Alba Rosa Viva!