The Cambridge Stravinsky Encyclopedia 

Stravynskyologie         

Bij verschijning werd dit boek aangeboden voor een bedrag dat alleen oliesjeiks en universiteitsbibliotheken kunnen opbrengen. Daarna heeft een nieuwe verkoper zich enorm vergist en dacht ik: de liefde wil ook wat. Nu heb ik een boek dat veel meer is dan de titel belooft, alsof de hoge prijs toch terecht is. Het biedt uiteraard bondige besprekingen van de meeste facetten van leven en werk. Anderen worden genoemd voor zover Stravinsky een relatie met hen had – niet andersom. Monteux en Ansermet daarom wel, Chailly en Taruskin niet. De enige Nederlander met een eigen lemma naast Willem Mengelberg is Hans Kindler, een Rotterdamse cellist die emigreerde naar de VS en in 1928 de première leidde van Apollo. Louis Andriessen wordt enige andere Nederlander slechts terloops genoemd.
De grootste waarde van het boek is dat het een inkijk geeft in de Stravinskyologie tot nu toe. Stravinsky is zo groots en veelzijdig en nodigt zozeer uit tot polemiek, dat de bekendste figuren in de Stravinskykunde vooral beroemd zijn om hun eenzijdigheid: Lourié in de jaren twintig als verdediger van de ideologie van het neoclassicisme, Boulez om de rol van het ritme, Cone om zijn aandacht voor de collagevorm, Berger en Toorn om hun publicaties inzake de harmonie, Craft om de informatie over de naoorlogse jaren en Taruskin om het belang van het Russische erfgoed.
Deze encyclopedie is een van de eerste boeken die op grote schaal probeert alle benaderingen en aspecten bijeen te brengen. Aan een synthese wagen de editors zich niet, ten eerste omdat de afzonderlijke bijdragen van vele auteurs daarvoor te verschillend zijn en gebaseerd op een veelheid aan soms tegenstrijdig materiaal, ten tweede omdat een dergelijke beschouwing binnen dit boek uit de toon zou vallen.
De breedte van het boek maakt ook onweerlegbaar duidelijk hoe omvangrijk en complex Stravinsky is. Hij is het schoolvoorbeeld van een componist die regels niet gehoorzaamt maar maakt. Hij was ook de eerste om ze te overtreden. Even onberekenbaar was ook de mens. Hij was zowel open, charmant en geestig als bot, kleinzielig en rancuneus en in beide zonder enige aarzeling. Het voordeel van de breedte is dat de hoofdrolspelers niet heilig worden verklaard. Taruskin kijkt te veel naar het erfgoed, Boulez was zowel een fantastische dirigent als een publicist met kritiek, Craft drukte te veel een stempel op ons beeld, vooral als het gaat om Stravinsky’s en Crafts critici.
Het langste lemma over een ander persoon handelt volkomen terecht over Diaghilev, de man die Stravinsky zijn onaantastbare status bezorgde en die zag dat Stravinsky voor de 20e eeuw werd wat Wagner en Beethoven waren voor de 19e. De langste lemmata over onderwerpen gaan over Rusland, ritme, rituelen en uiteraard het modernisme, de stroming die hij in de muziek beter dan wie ook belichaamde en die net als zijn muziek nog steeds een permanente bron van grote inspiratie vormt. Welke andere componist van na Debussy krijgt zo’n encyclopedie? Er zijn plannen voor meer delen over twintigste-eeuwse figuren, hopelijk minder prijzig. 

Emanuel Overbeeke

Edward Campbell en Peter O’Hagan (red.):

The Cambridge Stravinsky Encyclopedia

564 blz., € 141,51 (online bookshop Wordery)

Cambridge University Press

ISBN 978-1-107-14087-5