Thomas Oliemans indrukwekkend in Sechs Monologe aus Jedermann van Martin

Concertgebouworkest o.l.v. Pierre Bleuse m.m.v. Thomas Oliemans. Werken van Lili Boulanger, Fank Martin en Saint-Saëns. Gehoord: 7/12, Concertgebouw Amsterdam

Door Wenneke Savenije

 

Er is nauwelijks een grotere tegenstelling denkbaar dan tussen de vrolijke en klunzige Papageno uit Mozarts Die Zauberflöte en de schatrijke, narcistische Jedermann, die in de Sechs Monologe aus Jedermann van Frank Martin tijdens een banket door de dood wordt ingehaald en op het nippertje aan de duivel weet te ontsnappen.

Deze week verwisselde bariton Thomas Oliemans zijn bejubelde glansrol als de boertige vogelvanger in Die Zauberflöte bij De Nationale Opera even met de loodzware, sombere en angstaanjagende klaagzang van Martins Jedermann en dat deed hij op indrukwekkende wijze. Het paste precies tussen de uitvoeringen bij de Nationale Opera door, maar je moet wel lef hebben om voor zo’n veeleisend werk als Martins Sechs Monologe aus Jedermann zomaar even van rol te switchen zonder voorbereidingstijd. Oliemans, die Martins werk wel eens eerder had gezongen, deed het gewoon, vereenzelvigde zich met theatraal gemak en grandioze vocale allure met een soepele, warme en indringend resonerende stem in Jedermann en overwon.

Het Concertgebouw zag zich deze week voor een veeleisend programma plotseling geconfronteerd met twee uitvallers: dirigent Antonio Pappano en bariton Matthias Goerne. Voor Pappano werd de Franse dirigent Pierre Bleuse last minute bereid gevonden in te vallen. Ook dat bleek geen slechte oplossing, want deze Fransman verstaat zijn vak, had onmiskenbaar affiniteit met de muziek van Lili Boulanger en Camille Saint-Saëns en leverde samen met Oliemans een topprestatie in de expressieve vertolking van Martins grimmige Sechs Monologe aus Jedermann, die in 1962 voor het eerst door het Concertgebouworkest werden uitgevoerd onder leiding van Eugen Jochem met Dietrich Fischer Dieskau als solist.

 

 

Was het de eerste avond wellicht nog even wennen en verkennen, op de tweede avond van dit programma hadden de Franse dirigent Bleuse en het orkest elkaar (uit)gevonden en klonk D’un matin de printemps van de ziekelijke Lili Boulanger, enkele weken voor haar veel te vroege dood geschreven, daadwerkelijk als een bruisend glas champagne waarmee ze mogelijk de angst voor de dood probeerde te bezweren. Lichtvoetig wordt in dit werk door de strijkers en houtblazers de hoop op een nieuwe lente verklankt, maar in duistere klanken van koper en slagwerk klinkt wanhoop door, die aan het eind door het hele orkest verjaagd wordt met de optimistische klanken van het begin. De heldere dirigeerstijl van de strak in het pak gestoken Bleuse ziet er een beetje streng en rigide uit, maar het orkest begreep hem uitstekend en musiceerde onder zijn leiding subtiel en transparant.

 

 

Daarna maakte Oliemans zijn dappere opwachting om in een uitstekende wisselwerking met het nu donker, dreigend en apocalyptisch musicerende orkest op theatrale wijze de visioenen van Martin weer te geven, gebaseerd op het Engelse stuk The summoning of Everymann uit 1509 en handelend over hebzucht, schuld en verlossing. Wie Oliemans net als ikzelf kort tevoren nog had zien schitteren als komische Papageno, kon niet anders dan diep onder de indruk raken van de welluidende ernst en overgave waarmee hij Jedermann in al zijn egocentrische verlangens en doodangsten wist neer te zetten. Hij maakte het verhaal van deze narcist, die uiteindelijk aan de duivel ontkomt wanneer hij begrijpt waarom Christus aan het kruis gestorven is, volledig invoelbaar en het orkest voegde zich daarbij alsof het een metafysisch landschap vol betekenissen en emoties leverde, waarin Jedermann ronddoolde.

 

 

De Zwitserse componist Martin, die jarenlang in Nederland woonde, staat de komende tijd nog vaker op het programma van het Concertgebouworkest tere er van het Frank Martin Jaar 2024, waarin de 50e verjaardag van de in 1974 overleden componist wordt gevierd. Zie voor concerten door het hele land, brieven, partituren en foto’s van Martin in Amsterdam en Naarden, tekeningen en artikelen met boeiende achtergrondinformatie de levendige en goed onderhouden website van de Frank Martin Society: https://frank-martin-society.email-rovider.eu/web/zoprbz2lfv/6e4no9pb7q/imwjk48apb/o1rj6mz08w

 

 

Hoe verrijkend een orgelstem in een symfonisch werk kan klinken, is door niemand zo goed begrepen als door Saint-Saëns, die zijn ‘Orgelsymfonie’ ook voorzag van een pianostem. Beide instrumenten vermengen zich met de andere stemmen in het orkest en overheersen nergens in zijn briljant gecomponeerde en georkestreerde Derde symfonie, maar ze geven er wel kleur en, vooral het orgel, op imposante wijze body aan. ‘Ik heb hierin alles gegeven wat ik te geven had, en zal nooit meer zoiets kunnen bereiken,’ verklaarde Saint-Saëns nadat hij het werk had voltooid. De exact dirigerende Bleuse en het transparant maar kleurrijk musicerende Concertgebouworkest gaven er een meesterlijke uitvoering van. Toen ik de zaal uit liep hoorde ik drie corpsbalachtige jongeheren tegen elkaar opbieden: ‘Lijp stuk zeg! Ja man, gaaf! Echt cool!’ Er is nog hoop voor Saint-Saëns en de klassieke muziek.

Wenneke Savenije

Info:

www.concertgebouworkest.nl

https://frank-martin-society.email-provider.eu/web/zoprbz2lfv/6e4no9pb7q/imwjk48apb/o1rj6mz08w

You May Also Like

Succesvolle afsluiting tournee Nederlands Studentenorkest in Het Concertgebouw

Een korte impressie van de Dag van de Franse barok

Hamelin: onopvallende pianoreus

Surinaamse opera uit 1906 herklinkt in uitverkocht Concertgebouw